C2010-652 C2010-657 C2070-585 C2090-303 C2090-540 C2180-276 C4040-122 C4040-123 C4040-124 C4040-221 C4040-224 C4040-225 C4040-226 C4060-155 C4060-156 C4090-456 C4120-782

Jg.48 / Nr.3 / 2015

Redactioneel – Laboratorium Rotterdam

Steden als laboratorium. Het is een mooie metafoor die ook in het Rotterdamse beleid vaak opduikt. Het doet me denken aan oude foto’s van gemeentelijke diensten die toen nog meestal Publieke Werken heetten. Waar ingenieurs aan de stad tekenden met witte jassen aan, in de volle overtuiging vooruitgang te brengen. Hoe fraai ook, de metafoor […]

Lees meer →

Steden als laboratorium. Het is een mooie metafoor die ook in het Rotterdamse beleid vaak opduikt. Het doet me denken aan oude foto’s van gemeentelijke diensten die toen nog meestal Publieke Werken heetten. Waar ingenieurs aan de stad tekenden met witte jassen aan, in de volle overtuiging vooruitgang te brengen. Hoe fraai ook, de metafoor is in dit tijdsgewricht vooral verwarrend: waar in echte laboratoria juist gepoogd wordt contextinvloeden uit te sluiten, leren we in deze Rooilijn wederom dat ze de essentie van het stedelijk leven vormen.

 

In samenwerking met en financieel gesteund door de Erasmus Universiteit en de Gemeente Rotterdam ligt voor u een themanummer met actueel onderzoek naar stedelijke beleid in de ‘tweede stad’ van Nederland. En omdat het misschien wel de ‘eerste’ stad is als het gaat om de complexiteit van haar problematieken, is deze aandacht gerechtvaardigd. We leren Rotterdam hier opnieuw kennen als een stad vol grilligheid en ambities. Nuchter gezien en wellicht wat contra-intuïtief blijken ‘complexiteitsabsorberende strategieën’ in beleid vaak beter te werken dan de traditionele ingewikkelheidsreducerende sturing.

 

De ambities van de gemeente om te sturen zijn de afgelopen jaren sowieso getemperd, maar nog niet verdwenen. Naar analogie van de bijdrage van Tordoir in de stellingrubriek is het denken dat overheden dominant zijn in maatschappelijke transities problematisch, ook voor henzelf. Ze zijn eerder één van de spelers in een complex veld. Wel met een speciale rol, vooral in een stad met veel kwetsbare groepen als Rotterdam. Niet alleen als vangnet en hoeder van democratische legitimatie, maar ook als rolmodel van inclusiviteit van afwegingen en oplossend vermogen. Laboratoria in de stad zouden verre van klinisch en afgeschermd moeten zijn, maar plekken waarin weerbarstigheid en grilligheid open tegemoet worden getreden. Ik zie ze voor me als een veldhospitaal waar expertkennis gekoppeld wordt aan praktijken, of om het op z’n Rotterdams te zeggen: aan daden.

 

 

Stan Majoor
Hoofdredacteur Rooilijn (stan@rooilijn.nl)

Lees minder

Complexiteit in stedelijke processen in Rotterdam – Jurian Edelenbos, Lasse Gerrits en Erik-Hans Klijn

Stad-maken is complex. Het bestaat uit verschillende interacties tussen actoren op verschillende niveaus (straat, buurt, wijk en stad). Deze verscheidenheid zorgt voor onvoorspelbare processen en uitkomsten. Een complexiteitsperspectief op de stad kan hier verduidelijking, begrip en een handelingsperspectief in creëren.   Klik hier om het artikel te lezen

Lees meer →

Stad-maken is complex. Het bestaat uit verschillende interacties tussen actoren op verschillende niveaus (straat, buurt, wijk en stad). Deze verscheidenheid zorgt voor onvoorspelbare processen en uitkomsten. Een complexiteitsperspectief op de stad kan hier verduidelijking, begrip en een handelingsperspectief in creëren.

 

Klik hier om het artikel te lezen

Lees minder

Interview – Ronald Schneider

“We zijn in Rotterdam altijd goed geweest in het verzinnen van onze eigen oplossingen.”   Ronald Schneider staat graag bij de kaart van de stad Rotterdam om te laten zien waar het allemaal anders zou kunnen. Sinds mei 2014 is hij voor Leefbaar Rotterdam wethouder Stedelijke Ontwikkeling en Integratie. Volgens hem is de stad nog […]

Lees meer →

“We zijn in Rotterdam altijd goed geweest in het verzinnen van onze eigen oplossingen.”

 

Ronald Schneider staat graag bij de kaart van de stad Rotterdam om te laten zien waar het allemaal anders zou kunnen. Sinds mei 2014 is hij voor Leefbaar Rotterdam wethouder Stedelijke Ontwikkeling en Integratie. Volgens hem is de stad nog niet ‘in balans’, en daar moet wat aan gebeuren. Het is tijd voor transformatie en nieuwe woonmilieus. Van no-go tot hip, maar zonder actief grondbeleid. Hoe doe je dat? Bij segregatie is volgens wethouder Schneider immers niemand gebaat, bij menging wel. Graag ziet hij er ook nog economische ontwikkelingen bij. Want dat kan allemaal gewoon nog steeds in Rotterdam.

 

Voor het hele interview klik hier.

Lees minder

O. Naphta – Moraalwoorden

In een inleiding op Plato (427-348) lees ik dat originaliteit in de filosofie meestal niet wordt bepaald door het hebben van nieuwe ideeën, maar door het duidelijk maken van datgene wat voordien niet duidelijk was. Die conclusie heeft betrekking op de geschiedenis van de Griekse filosofie voor Plato, waarvan we weinig weten, dus ook niet […]

Lees meer →

In een inleiding op Plato (427-348) lees ik dat originaliteit in de filosofie meestal niet wordt bepaald door het hebben van nieuwe ideeën, maar door het duidelijk maken van datgene wat voordien niet duidelijk was. Die conclusie heeft betrekking op de geschiedenis van de Griekse filosofie voor Plato, waarvan we weinig weten, dus ook niet of Plato origineel was of slechts oude vraagstukken tot klaarheid bracht. Nou ja slechts, als er 2400 jaar na dato nog dagelijks door honderden geleerden over de hele wereld op je werk en gedachten wordt gestudeerd, mag je niet mopperen. Wat Plato en zijn leermeester Socrates onder meer bezighield was betrouwbare definities te vinden van moraalwoorden zoals moed, dapperheid, oprechtheid, deugden dus. Generaal en historicus hucydides (460-400) had geschreven dat de omstandigheden de inhoud van zulke woorden verandert. Wat eerst een onverantwoordelijke daad werd genoemd, heette later een dappere en kameraadschappelijke onderneming.

 

De geschiedenis door hebben mensen, planologen niet uitgezonderd, woorden naar hun hand gezet, zeker moraalwoorden. Sinds 40 jaar terug zijn volslagen onoplosbare problemen omgedefinieerd tot uitdagingen en aperte belangentegenstellingen gepromoveerd naar de klasse der creatieve oplossingen. Werd de binnenstad ooit een ontoegankelijke en benauwende brij van stegen en sloppen gevonden, later werd dat een asfaltjungle waarin verloren kantoren haastige passanten aangrijnsden en de menselijke schaal verloren was. Nu de ruimtelijke ordening en de stedenbouw al jaren in een situatie van bijna stilstand verkeren, is die bekleed met een vloedgolf van nieuwe moraalwoorden, huiskamermetaforen die iedereen moet kunnen vatten. Ze zeggen iets vaags over kwaliteiten van de binnenstedelijke ruimte. Deze metaforen moraliseren de stedelijke ruimte en zouden een kolfje naar de handen van de Griekse denkers zijn geweest. Ik ga meteen voorbij aan het eerste bedrijf van de plannenmakerij, de procedureaanpak die druipt van het sponsachtige bestuursjargon dat loopt van uitdagingen tot strategische samenwerking via overwinning van het democratisch tekort tot het draagvlak voor communicatieve planning. De naar logische definities strevende Plato zou hebben gezegd: zeg mij wiens geld en toestemming u nodig heeft en ik definieer uw aanpak.

 

Wie met plannen voor een binnenstad of een dorpskom bezig is doet er goed aan de volgende huiskamermetaforiek door te nemen. De kern is deze: ken aan het complex van loszittende stenen, betonrot, verweerd glas, kreupel asfalt, roestige tramrails, schots en scheef liggende tegels, uit het lood staande lantaarnpalen, haperende stoplichtinstallaties, omver gereden verkeersborden, verdwaalde bloembakken, uitpuilende vuilnisbakken, ingekerfde banken, verlaten kantoren, pisnissen, rommelhoeken, gevaarlijke drempels en roltrappen-in-ruste een aantal deugden toe. Een bescheiden begin is dit: ONZE – altijd in kapitalen – binnenstad is een lounge, een ontmoetingsplek voor shoppers en cultuursnuivers die eigenheid uitstraalt, waar authenticiteit het verschil maakt, die leesbaar is voor alle stadsgenoten, waar bezoekers zich thuis voelen, waar de deeleconomie gestalte krijgt als bijdrage aan een duurzame wereld, die zich onderscheidt, ruimte biedt voor (tijdelijke) initiatieven, verborgen plekken betekenisvol maakt en barrières vervangt door verbindingen, waar stromen zichtbaar zijn, levendig maar niet hinderlijk en transformatie als permanente katalysator van vernieuwing van de leefomgeving om nieuwe vormen van samenwerking vraagt waarbij iedere stakeholder zijn verantwoordelijkheid oppakt, kortom een laboratorium van de innovatieve samenleving, dat het investerend en organiserend vermogen van inventieve burgers mobiliseert.

 

Het grote voordeel van deze aanpak is dat zolang de moraalwoorden tussen alles en niets betekenen niemand er tegen is. Net zoals de Griekse filosofen zal ieder voor zich proberen in de beschreven brij een kosmologisch systeem te zien, ofwel een orde. Onder de Grieken had het woord orde een morele betekenis in de zin van ‘goede orde’. De nieuwe moraalwoorden zoals cradle-to-cradle city; duurzame stad, metabolische stad hebben dat ook. De tijden veranderen, maar de planologen blijven moraaltheologen.

Lees minder