C2010-652 C2010-657 C2070-585 C2090-303 C2090-540 C2180-276 C4040-122 C4040-123 C4040-124 C4040-221 C4040-224 C4040-225 C4040-226 C4060-155 C4060-156 C4090-456 C4120-782

Jg. 49 / Nr.1 / 2016

Redactioneel – Leren van ver weg

Van de week kreeg ik in mijn klushuis in de Bijlmer bezoek over de vloer: een onderzoekster uit het verre São Paulo die samen met collega’s aan een project over zelfbouw werkt. Wie aan zelfbouw in Brazilië denkt, komt al snel uit op de favela’s en het valt te betwijfelen of er vraag is naar […]

Lees meer →

Van de week kreeg ik in mijn klushuis in de Bijlmer bezoek over de vloer: een onderzoekster uit het verre São Paulo die samen met collega’s aan een project over zelfbouw werkt. Wie aan zelfbouw in Brazilië denkt, komt al snel uit op de favela’s en het valt te betwijfelen of er vraag is naar dit soort woonvormen in ons land. Echter, als je abstracter denkt, zijn er misschien best kansen om iets van elkaar te leren als het om het proces gaat. Kan zelfbouw iets worden wat ook in Nederland minder welgestelde mensen de vrijheid biedt om hun woning te personaliseren? Het proces van leren van elders, ofwel policy transfer, in een complex sociaal systeem is niet eenvoudig. Het vergt veel reflexief vermogen om beleid te ontwikkelen dat is geïnspireerd op andere contexten, maar wordt toegesneden op, in dit geval, de Nederlands context met haar door de eeuwen heen ontwikkelde bestuurlijke en sociale structuren.

Onderzoek in mijn eigen vakgebied, gericht op knooppuntontwikkeling, laat zien dat het vermogen om reflexief te leren, ook van het buitenland, een belangrijke factor is bij beleidsvernieuwing. In dit nummer komen de buitenlandse casussen van Colombia en China aan bod. Het onderzoek naar de komst van een roltrap in het Colombiaanse Medellín laat goed zien dat het te kort schiet om vervoersverbindingen alleen te bekijken in termen van doorstroming. Fietspaden, buslijnen of straten zijn ook plaatsen van sociale contact die kunnen bijdragen aan cohesie en een gevoel van veiligheid, of juist niet. Ondanks dat het werk van Jane Jacobs door veel planners is omarmd, is een dergelijke benadering in Nederland niet altijd voldoende geïnstitutionaliseerd. Het artikel van Roomer & Hartmann over welstandsbeleid in dit nummer laat goed zien wat voor spanningen kunnen ontstaan, zelfs wanneer men van andere gemeenten in Nederland probeert te leren. In dit artikel, en in veel andere gevallen, komt de vraag naar voren hoe er voor meer vrijheid en flexibiliteit gezorgd kan worden zonder dat het algemeen belang en beginselen zoals rechtvaardigheid in het geding komen. Is maatwerk een oplossing? En hoe ziet dat eruit op verschillende terreinen? Buitenlandse voorbeelden kunnen inspiratie leveren, maar vooral is er moed nodig om kritisch te zijn, buiten de eigen comfortzone te stappen en te experimenten.

Andrew Switzer (andrew@rooilijn.nl)

Lees minder

Letty Reimerink – Roltrap naar waardigheid en vertrouwen

Je moet er maar op komen: een roltrap die zo uit een luxe winkelcentrum kan komen, tegen de steile berghelling van een sloppenwijk plaatsen. In Medellín (Colombia) deden ze het. Sinds begin 2012 kunnen bewoners met hun boodschappen op de in totaal bijna 95 meter lange roltrap uitrusten in plaats van de 357 treden op […]

Lees meer →

Je moet er maar op komen: een roltrap die zo uit een luxe winkelcentrum kan komen, tegen de steile berghelling van een sloppenwijk plaatsen. In Medellín (Colombia) deden ze het. Sinds begin 2012 kunnen bewoners met hun boodschappen op de in totaal bijna 95 meter lange roltrap uitrusten in plaats van de 357 treden op te klimmen. Qua mobiliteit is het een druppel op een gloeiende plaat in een wijk van 140.000 inwoners, maar het heeft Comuna 13 voor het eerst positief op de kaart gezet.

Lees hier het hele artikel.

Lees minder

Column – Stapelen

“Ik ben ingenieur, ik werkte in een urbanisme-instituut, bijgenaamd het ‘vrouweninstituut’, omdat er alleen vrouwen werken. We zaten de hele dag papieren op stapels te leggen, ik was dol op nette stapeltjes. Dat zou ik mijn hele leven hebben volgehouden.” Dit is geen persiflage uit een vrolijk boek over de voormalige hooggeleerde in de sociale […]

Lees meer →

“Ik ben ingenieur, ik werkte in een urbanisme-instituut, bijgenaamd het ‘vrouweninstituut’, omdat er alleen vrouwen werken. We zaten de hele dag papieren op stapels te leggen, ik was dol op nette stapeltjes. Dat zou ik mijn hele leven hebben volgehouden.”

Dit is geen persiflage uit een vrolijk boek over de voormalige hooggeleerde in de sociale psychologie prof. dr. Diederik Stapel die stapelen tot een bijzondere variant van wetenschappelijk onderzoek verhief, maar uit Het einde van de rode mens (2015, p. 292) van Svetlana Alexijevitsj. Zij kreeg in 2015 voor haar werk de Nobelprijs voor literatuur. Haar boek staat in de grote Russische literaire traditie – zij is Wit-Russische. Het is opgebouwd uit schitterend geschreven interviews met Russen, Oekraïners, een Georgische, ex-geïnterneerden en bewakers van de Stalinkampen, een generaal die terugverlangt naar toen, mensen die trots of vol wrok terugkijken op de hun leven in de Sovjet-Unie en op de Jeltsin-revolutie van 1991 of als volwassenen alleen de post-Sovjettijd hebben meegemaakt waarin het draaide om grote worsten en dikke Mercedessen. Alexijevitsj kreeg de prijs voor haar journalistieke werk, journalistiek van een niveau dat in Nederland volledig ontbreekt. Zij bezondigt zich bijvoorbeeld niet aan de opmerkelijke gewoonte van het zelfingenomen Nederlandse journaille om hun doorgaans gesloten vragen vet af te afdrukken om ze die belangrijker vinden dan de antwoorden die dan ook uitblinken door nietszeggendheid – luie journalistiek.

Stapelen? Wat was of is precies de bedoeling van dat bureaucratische stapelen? Is dat stapelen ten onzent soms ook een specialistisch onderdeel van de urbanistische praktijk? Voordat ik verder ga: wie iets wil begrijpen van wat er vandaag in de Sovjet-Unie, pardon, in Rusland en in voormalige communistische satellietstaten onder de bevolking leeft aan verlangens, rancune, nationalisme, achterdocht, verheerlijking van een duister verleden, doet er goed aan dit boek te lezen. Er staan gruwelijkheden in waarvan IS-strijders nog wat kunnen opsteken, terloops en onverbloemd verteld als onderdeel van een herinnering en des te indringender vanwege afwezigheid van de morele dessertsaus waarmee zulke zaken ten onzent voortdurend worden overgoten.

Stapelen is overleven, je onzichtbaar maken, saaie steden bouwen, woningen van 9 m² per persoon. Stapelen is veilig bureaucratisch werk dat gedachteloos kan worden gedaan, een doel in zichzelf. Netjes stapelen voorkomt de ‘warboel’ waarvan bijvoorbeeld de componist Sjostakovitsj werd beschuldigd met als begeleidend gerucht dat Stalin zelf de hand in die recensie zou hebben. Sjos moest maar eens vaderlandslievende socialistisch-realistische muziek componeren in plaats de niet neuriebare muziek die de partij tot onsocialistische gruwel voor het oor verklaarde. Dreiging en ontregeling van het zelfvertrouwen, zo houd je als totalitair regime de wind eronder. Stapelen is een overlevingstechniek die behoedt voor ontsporing van de partijlijnen. Totalitaire regimes zitten niet op creatieve onderdanen te wachten, maar op absolute gehoorzaamheid. De ongehoorzame verklaarde zich vogelvrij, tot vijand van het volk en daarmee willig slachtoffer van de Tsjeka-, later de NKVD-inquisitie. Op hun beurt moesten de NKVD-beulen op hun tellen passen. Iedere maand moest de beul zijn maandelijkse quotum burgers oppakken, of geïnterneerden folteren of verdachten op-de-vlucht-neerschieten, anders werd hij zelf geïnterneerd. Zo werkt dat.

Hoe liep het af in de Jeltsin-tijd met zulke homo sovietici, sovoks, Sovjetsukkels? De begenadigde alcoholicus Boris Nikolajevitsj Jeltsin werd bekend als de sloper van de Sovjet-Unie. De afloop kennen we uit onze eigen planologische geschiedenis van bureaus in Appingedam, Breda of Nijmegen. “Maar toen kwamen er bezuinigingen. Mannen lieten ze met rust, die waren er haast niet, alleenstaande moeders ook en mensen die nog een paar jaar voor hun pensioen zaten. Ze hingen lijsten op en daar stond ik bij. Hoe moest ik verder leven? Ik was de kluts kwijt. Ik had niet geleerd volgens Darwin te leven.”

O. Naphta

Lees minder