C2010-652 C2010-657 C2070-585 C2090-303 C2090-540 C2180-276 C4040-122 C4040-123 C4040-124 C4040-221 C4040-224 C4040-225 C4040-226 C4060-155 C4060-156 C4090-456 C4120-782

Jg. 49 / Nr.2 / 2016

Redactioneel – Historisch besef

De ruimtelijke ordening en het verleden staan vaak op gespannen voet. In de naoorlogse jaren zijn strijden gevoerd tussen planners die zich inzetten voor de vooruitgang van de stad door de modernisering daarvan met sloop, nieuwbouw en grote wegen en diegenen die pleitten, en soms vochten, voor een genuanceerdere omgang met de cultuurhistorische waarde van […]

Lees meer →

De ruimtelijke ordening en het verleden staan vaak op gespannen voet. In de naoorlogse jaren zijn strijden gevoerd tussen planners die zich inzetten voor de vooruitgang van de stad door de modernisering daarvan met sloop, nieuwbouw en grote wegen en diegenen die pleitten, en soms vochten, voor een genuanceerdere omgang met de cultuurhistorische waarde van de stad. In Amsterdam zijn de Nieuwmarktrellen een voorbeeld hiervan, maar ook elders hebben con icten zich hierover afgespeeld. In München werd de modernisering van de stad zelfs de zweite Zerstörung Münchens bestempeld. Sindsdien is het historisch besef gegroeid, ook wat betre het landschap. Hier bestaat nu het risico dat het landschap gemusealiseerd wordt, zoals Westerman en van der Valk in dit nummer schrijven. De recente discussie over bouwen aan de kust laat nog zien dat ontwikkeling en behoud nog altijd niet hand in hand gaan.

Niet alleen een besef van de cultuurhistorische waarde het landschap of de stad is belangrijk, maar ook een besef van de geschiedenis van de ruimtelijke ordening. Uit het artikel van Ter Heide en Smit in dit nummer zien wij hoe snel zekerheden in onzekerheden kunnen veranderen. Onvoorziene maatschappelijke, demogra sche, technologische en economische ontwikkelingen zorgden ervoor dat prognoses op de lange termijn weinig behulpzaam waren. Voor de huidige debatten zijn de lessen nog bruikbaar. Amsterdam groeit snel en er wordt geopperd dat de stad verdubbeld moet worden. Het dromen over de toekomst, zoals bij Volksvlijt 2056, is belangrijk. Daarbij is het net zo belangrijk om robuuste visies te ontwikkelen die aanpasbaar zijn als de trends van heden in de toekomst minder zeker blijken te zijn dan wij nu verwachten.

Ik sluit mij dus aan bij de oproep van de Nijmeegse Hoogleraar Barry Needham eind jaren negentig om een ruimtelijke ordening met meer historisch besef. Daarbij zie ik het ook als een opgave om een werkwijze te vinden die het mogelijk maakt zowel het waardevolle te behouden zonder verlies van dynamiek, als te lering te trekken uit de successen en mislukkingen van het verleden.

Andrew Switzer

Hoofdredacteur Rooilijn (andrew@rooilijn.nl)

Lees minder

Column – Stadsfilosofie

Anderhalf jaar geleden heb ik geprobeerd te achterhalen wat de toen door de regering gelanceerde Agenda Stad was: een uitnodiging om aan een proces deel te nemen. Het proces zou de inhoud maken, begreep ik tussen de regels door. Een postmoderne aanpak waar ik dol op ben. Er hing al gelijk een akelig positieve lucht […]

Lees meer →

Anderhalf jaar geleden heb ik geprobeerd te achterhalen wat de toen door de regering gelanceerde Agenda Stad was: een uitnodiging om aan een proces deel te nemen. Het proces zou de inhoud maken, begreep ik tussen de regels door. Een postmoderne aanpak waar ik dol op ben. Er hing al gelijk een akelig positieve lucht omheen, die zwanger ging van gekakel in populistische jargonstijl: ‘wij met z’n allen.’ Een van de actuele hoofdproblemen is het verschijnsel beleidsmens dat in al zijn hoedanigheden als ambtenaar, als adviseur of politicus met een vale glimlach de homo positivo uithangt. Agenda Stad zou de andere lidstaten van de EU eens even vertellen hoe je dat precies doet, stadsplanning. Nederland had immers een reputatie te verliezen. Maar het is stil gebleven, ijselijk stil. De EU kreeg iets anders aan de kop, vluchtelingen en aanslagen. In de Nederlandse praktijk wordt ondertussen vakkundig doorgewerkt aan reputatieverlies.

Om het proces dat maar geen inhoud wilde krijgen en de ermee gepaard gaande geestelijke crisis te bezweren zijn er onlangs filosofen bij gehaald. De standaardbeeldspraak van de laatste tien jaar was uitgehold: identiteit, concurrentiekracht, innovatie, smart city, allerhande van-wieg-tot-wieg, duurzame stad, het zou wat. Waar komen de filosofen mee aan? Nee, niet met akelige vragen naar verpaupering, uitsluiting, segregatie of gewoon discriminatie, de aftocht van de V&D-verkoopster, de ophef ng
van Jan’s boekhoudbaan, toch allemaal tamelijk aanwezige stedelijke verschijnselen. Nee, dan liever nieuwe beeldspraak: big data, garderobe gemeenschap, kapstok (de kleerhanger?), de stad als symfonie (een oudje van Lewis Mumford), de stad als algoritme, als woonplaats. Die woonplaats herinner ik me als een propagandistische kraker uit de vroege jaren tachtig. Ontmoeting blijkt het ook goed te doen onder de filosofen. Wordt nog steeds niet beseft dat de innigste wens van talrijke stedelingen is de medemens zoveel mogelijk te mijden. Spontane ontmoeting? Asjeblieft zeg. Ik wil alleen mensen zien die me aanstaan en dat is een zeer overzichtelijk aantal. De rest wil ik nooit ontmoeten, laat staan me ermee verbinden.

De betekenis van al die oude en nieuwe metaforen is geen andere dan die van bezwering van de wereld in stukken en chaos door ongevaarlijk-abstracte beeldtaal. Zelfs de filosofe (Roovers) die nattigheid voelt en onleesbaar grote Duitsers aanroept zoals Peter Sloterdijk (Schaum: is dat wel sterk genoeg om te verbinden?) en Oswalt Spengler (Der Untergang des Abendlandes: de stad is net zo leefbaar als de woestijn) produceert tenslotte nogal slappe vragen: ‘hoe organiseer je een hechter verband?’ en ‘Hoe kunnen we omgaan met een gevoel van risico en onveiligheid waarbij de “vijand” en het gevaar eerder van binnen dan van buiten lijken te komen?’ Een andere filosoof vindt dat op een ‘subtiele, niet-autoritaire manier een web geweven moet worden dat de eenling verbindt met de geschiedenis en het imago van de stad.’ Van welke stad zou je dat eigenlijk willen? Als volwassen mens bedoel ik.

Ik ben voor zo’n subtiele aanpak veel te laag bij de gronds. Analyseer nou’es hoe woningcorporaties de huur opjagen, verzekeringsmaatschappijen de huisarts tarten, woningspeculanten de tent doelbewust laten verloederen, bendes van even onhandige als ondeskundige gemeenteambtenaren keukentafelgesprekken komen voeren. Die gesprekken vormen wel de meest genante verworvenheid van onze beschaving. Buitengewoon effectieve bijdragen aan de ondergang van het Avondland zijn het. Hun driftige beleidsbazen, doorgaans zich als sociaal-invoelend presenterende, sociaal-democratische, zo niet gewoon socialistische wethouders, hebben op voorhand de lonen van het verzorgingsproletariaat ingekrompen. Naast de verkoopsters zwerven ook de-handen-aan-het-bed met een uitkering op straat, waarover de homo politicus positivo een krokodillentraan plengt.

Dit gaat over de stad, waar de onderkant zich in de scale schemering met anderhalve baan afbeult om z’n huurstijging en toegenomen zorgkosten te betalen.

O. Naphta

Lees minder

Gemeentelijke redding van centrale winkelgebieden

Centrale winkelgebieden hebben het zwaar. Concurrentie van perifere winkelgebieden en online shoppen nemen toe, terwijl de koopkracht door de economische crisis sterk stagneert. Daar staat de hernieuwde aandacht voor steden als culturele centra vol vermaak tegenover. De vraag is of gemeenten hun centrale winkelgebieden nog kunnen redden en zo ja hoe? De Rotterdamse aanpak laat […]

Lees meer →

Centrale winkelgebieden hebben het zwaar. Concurrentie van perifere winkelgebieden en online shoppen nemen toe, terwijl de koopkracht door de economische crisis sterk stagneert. Daar staat de hernieuwde aandacht voor steden als culturele centra vol vermaak tegenover. De vraag is of gemeenten hun centrale winkelgebieden nog kunnen redden en zo ja hoe? De Rotterdamse aanpak laat zien dat met een nieuw perspectief en het toepassen van de juiste instrumenten stadscentra nog niet zijn afgeschreven.

Lees hier het hele artikel.

Lees minder

Interview Justus Uitermark: “We moeten idealen nastreven, maar niet op een naïeve manier”

Justus Uitermark is universitair hoofddocent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam
en bijzonder hoogleraar samenlevingsopbouw aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij doet onderzoek naar uiteenlopende onderwerpen, van stedelijk beleid  tot sociale rechtvaardigheid en van zelforganisatie tot sociale media en netwerken. Wij spraken hem over het spanningsveld in de machtsrelaties tussen de overheid en burgers, dat […]

Lees meer →

Justus Uitermark is universitair hoofddocent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam
en bijzonder hoogleraar samenlevingsopbouw aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij doet onderzoek naar uiteenlopende onderwerpen, van stedelijk beleid  tot sociale rechtvaardigheid en van zelforganisatie tot sociale media en netwerken. Wij spraken hem over het spanningsveld in de machtsrelaties tussen de overheid en burgers, dat vaak centraal staat in zijn werk.

Lees hier het hele interview

Lees minder