canada goose jacke parajumpers ugo parajumpers jas ugo canada goose uk moncler outlet

Jg. 49 / Nr. 4 / 2016

Recensies

Spanning tussen praktijk en theorie? Laws, D. & Forester, J. (2015) Conflict, improvisation, governance. Street Level Practices for Urban Democracy, Routledge, New York, 384 p., ISBN 978-11380-25677, € 58,48 Wie een boek zoekt rijk aan verhalen, ervaringen, lessen en reflecties op ervaringen van mensen die zich bezighouden met de praktijk van stedelijke gebieds- en/of gemeenschapsontwikkeling […]

Lees meer →

Spanning tussen praktijk en theorie?
Laws, D. & Forester, J. (2015)
Conflict, improvisation, governance. Street Level Practices for Urban Democracy, Routledge, New York, 384 p., ISBN 978-11380-25677,
€ 58,48

Wie een boek zoekt rijk aan verhalen, ervaringen, lessen en reflecties op ervaringen van mensen die zich bezighouden met de praktijk van stedelijke gebieds- en/of gemeenschapsontwikkeling moet dit boek lezen. Wie een gestructureerd boek zoekt waarin theorie wordt uitgelegd en toegepast op de praktijk van stedelijke gebiedsontwikkeling zou ik het boek niet aanraden. Vanuit het referentiekader van wetenschappelijke literatuur gezien is het een
wat ongewoon boek. Dit erkennen de auteurs overigens zelf ook. Zo stellen ze in het inleidende hoofdstuk dat het boek verschilt van bestaande literatuur, omdat het gedetailleerde praktijkverhalen presenteert en beoogt te laten zien wat anderen op abstract niveau geclaimd hebben (p. 2). Zoals hieronder nader uiteen- gezet wordt, heeft deze radicale oriëntatie op de praktijk en hiermee een zekere veronachtzaming van theorie zowel voor- als nadelen.

 

De experimentele stad, de stad als experiment
Evans, J., A. Karvonen & R. Raven (red.) (2016)
The experimental city, Routledge, 260p., ISBN 978-113885- 6202, € 115,-
Tamelijk sneu zijn de hypes in de ruimtelijke ordening mijns inziens altijd al geweest. Zo noemde bijvoorbeeld iedere zichzelf respecterende gemeente zich in de laatste decenia van de vorige eeuw gateway to Europe. Sinds het broedplaatsbeleid in Amsterdam begin deze eeuw, mede door ondergetekende, werd ingericht, wil iedere gemeente een broedplaats, het liefst in een oud gebouw zoals een fabriek. Er zijn zelfs mensen die menen dat de aanstaande grootschalige leegstand in het agrarisch vastgoed gevuld moet worden met creatieven. Ook daarvoor moet weer een blik kunstenaars, krakers en andere creatievelingen worden open- getrokken om… tja om wat eigenlijk? Wat is de bedoeling?

 

Lees de volledige recensies van Ingmar van Meerkerk en Jurgen Hoogendoorn hier.

Lees minder

Redactioneel – Vernieuwing door experimenten

Experimenten in de ruimtelijke sector hebben de wind mee. In beleidsdocumenten tref je de beeldspraak van de stad als laboratorium aan, kennisinstellingen zijn bezig met het opzetten van allerhande field- of living labs en voor sommige Europese onderzoeksfondsen is het opzetten van een living lab een voorwaarde voor financiering. De verwachtingen zijn groot. In stadslaboratoria […]

Lees meer →

Experimenten in de ruimtelijke sector hebben de wind mee. In beleidsdocumenten tref je de beeldspraak van de stad als laboratorium aan, kennisinstellingen zijn bezig met het opzetten van allerhande field- of living labs en voor sommige Europese onderzoeksfondsen is het opzetten van een living lab een voorwaarde voor financiering. De verwachtingen zijn groot. In stadslaboratoria worden de grote vraagstukken van onze tijd, bijvoorbeeld armoede, klimaatissues en het gebrek aan sociale cohesie, te lijf gegaan; sommigen zouden zelfs beweren opgelost. Hier wordt ook de democratie nieuw leven ingeblazen, de rolverhouding overheid-burger veranderd en de disciplinaire scheidslijnen in de wetenschap doorbroken. Hoe idealistisch dit ook klinkt, in de praktijk is het des te moeilijker om
deze ambities waar te maken.

Uit dit nummer blijkt dat experimenten in de ruimtelijke sector niets nieuws is, al stelt De Klerk in zijn artikel terecht de vraag wat het ruimtelijke experiment precies is. Ook het vakgebied van transitiestudies kent een rijke geschiedenis van sociaaltechnische experimenten waaruit wij in de ruimtelijke sector lering kunnen trekken. In hun artikel doen Sengers en Raven een poging om dit te doen. In transitie-experimenten evenals de experimenten in dit nummer is de omgang met bestaande sociale structuren en machtsverhoudingen een uitdaging. Omdat experimenten in het sociaal domein zich in de echte wereld afspelen is het geen verrassing dat bestaande instituties en machtsverhoudingen daarin worden gereproduceerd. Het terugvallen in traditionele rolverhoudingen, of vooraf verantwoording eisen terwijl dit niet mogelijk is als je de experimentele werkwijze serieus neemt, zijn hier voorbeelden van. Deze en andere spanningen of conflicten lijken inherent te zijn aan experimenten, waar deelnemers uitgedaagd worden om anders te denken en handelen en waar bij echte verandering er winnaars en verliezers zullen zijn. Willen experimenten hun belofte van maatschappelijke vernieuwing waarmaken,
dan lijken het aangaan van en leren omgaan met conflict evenals strategisch handelen in de politieke arena de grote opgaven te zijn.

Rooilijn wil het lectoraat Bouwtransformatie en het Speerpunt Urban Management van de Hogeschool van Amsterdam hartelijk bedanken voor hun bijdrage aan de totstandkoming van dit nummer.

Andrew Switzer
Hoofdredacteur Rooilijn (andrew@rooilijn.nl)

Lees minder

Interview – Anne Marieke Schwenke

Grootschalige toepassing van wind- en zonne energie is ruimtelijk én maatschappelijk experiment Het aantal energiecoöperaties neemt een hoge vlucht. Ruim tweehonderd lokale samenwerkingsinitiatieven voorzien nu in 3% van de windenergie en 1% van de zonne-energie. Door hun lokale karakter vormen ze een uitdaging voor ruimtelijke ontwikkeling en bestaande systemen. Wetten en regels zijn immers afgestemd […]

Lees meer →

Grootschalige toepassing van wind- en zonne energie is ruimtelijk én maatschappelijk experiment

Het aantal energiecoöperaties neemt een hoge vlucht. Ruim tweehonderd lokale samenwerkingsinitiatieven voorzien nu in 3% van de windenergie en 1% van de zonne-energie. Door hun lokale karakter vormen ze een uitdaging voor ruimtelijke ontwikkeling en bestaande systemen. Wetten en regels zijn immers afgestemd op
een energiesysteem met grote spelers. Natuur- en milieukundige Anne Marieke Schwencke, werkzaam bij AS I-Search onderzoekt de lokale energietransitie. Ze bekijkt de maatschappelijke vraagstukken vanuit het perspectief van actoren en hun krachtverhoudingen en werkt hierin samen met Planbureau voor de Leefomgeving en Netbeheer Nederland. Daarnaast is ze trekker van de lokale energiemonitor van HIER Opgewekt en ODE decentraal.

“De energiemarkt verandert. Ik zie steeds vaker een decentrale, gebiedsgerichte focus en de wens om gezamenlijk te investeren in duurzame energie. De initiatieven zijn lokaal, volgens coöperatief model waarbij de deelnemers de energieproductie en – verbruik in eigen handen houden. Die verandering gaat heel snel. Het aantal energiecoöperaties is gestegen van 15 in 2005 tot 220 in 2015. Het gaat vooral om sociale, financiële en proces innovaties en
juist minder om technische vernieuwingen. Lokale coöperaties passen bestaande technologie – zon en wind – juist toe in de praktijk. Ze experimenteren met bestaande technologieën in een complexe sociale omgeving, die voor grote partijen vaak nog niet voldoende beproefd is. Vanaf 2012 ben ik me gaan richten op deze ontwikkelingen. Er werd toen wel gesproken over nieuwe energiemodellen, maar ik miste een diepgaand overzicht en een duiding van de ontwikkelingen.

Lees hier het hele interview

Lees minder

Achtergrond – Ruimtelijke experimenten: leren van Fieldlabs

Experimentele benaderingen hebben het retorische tij mee in de ruimtelijke planning. Stadslaboratoria staan in de belangstelling als veilige experimenteerruimten waar nieuwe constellaties van partijen aan de slag gaan. Technologische innovatie, activerend praktijkonderzoek en interventieprocessen zouden een vernieuwing van beleid, uitvoering en de toepassing van innovatieve oplossingen kunnen bewerkstelligen. De verwachtingen zijn dikwijls hooggespannen maar navenante […]

Lees meer →

Experimentele benaderingen hebben het retorische tij mee in de ruimtelijke planning. Stadslaboratoria staan in de belangstelling als veilige experimenteerruimten waar nieuwe constellaties van partijen aan de slag gaan. Technologische innovatie, activerend praktijkonderzoek en interventieprocessen zouden een vernieuwing van beleid, uitvoering en de toepassing van innovatieve oplossingen kunnen bewerkstelligen. De verwachtingen zijn dikwijls hooggespannen maar navenante resultaten zijn niet vanzelfsprekend.

Rondom een grote variëteit aan grootstedelijke vraagstukken is een verandering in aanpakken nodig om bij te dragen aan meer sociaal rechtvaardige, leefbare en duurzame steden (Hambleton, 2015). Kenmerkend voor hedendaags stedelijk beleid is de belangstelling voor compacte situationele experimenten om aan meer omvattende ruimtelijke, sociale en economische transities bij te dragen of hierop te anticiperen; van klimaatverandering en energieopgaven tot het creëren van “age friendly” woonbuurten. Wanneer de zoektermen “experiment” en “urban planning” worden ingetoetst in de academische zoekmachine Web of Science, dan verschijnt een lange lijst. Opvallend is de groei van artikelen met beide begrippen in de titel: in 2012 waren het er 33, in 2013 56, in 2014 70 en in 2015 al 82. De recente aandacht voor experimenten in de wetenschap is een reflectie op de ontwikkelingen in de praktijk alsmede een tendens om binnen kennisinstellingen onderzoek en mogelijk ook interventies in een directere afstemming met de praktijk te ontwikkelen. De toenemende populariteit van Fieldlabs, Urban Labs en Living Labs is hiervan een illustratie. Alleen al in Nederland zijn onder andere in Eindhoven, Amsterdam, Rotterdam, Deventer, Maastricht en Groningen gemeenten samen met kennisinstellingen en andere partners in stadslaboratoria innovatieve oplossingen voor complexe stedelijke vraagstukken aan het ontwikkelen en testen.

Lees hier het hele artikel

Lees minder

Column O. Naphta – Replicatie

Het rommelt al een tijdje bij de psychologen en de medici en de aandoening heet replicatie. Een groep psychologen heeft onder de noemer Open Science Collaboration de afgelopen tijd 100 psychologische experimenten over gedaan – gerepliceerd – en vastgesteld dat maar 2 op de 5 dezelfde uitkomst hebben als de oorspronkelijk experimenten. Een blamage voor […]

Lees meer →

Het rommelt al een tijdje bij de psychologen en de medici en de aandoening heet replicatie. Een groep psychologen heeft onder de noemer Open Science Collaboration de afgelopen tijd 100 psychologische experimenten over gedaan – gerepliceerd – en vastgesteld dat maar 2 op de 5 dezelfde uitkomst hebben als de oorspronkelijk experimenten. Een blamage voor de psychologie? De reactie lijkt voorspelbaarder dan menige replicatie: het replicatie-experiment is heel slecht uitgevoerd, schrijven gerenommeerde, althans, tot nu toe gerenommeerde psychogeleerden. Dat alles berichtte mijn krant in het voorjaar. Een overwegende conclusie: het is bijna onmogelijk om een experiment even precies en onder eveneens precies dezelfde omstandigheden te herhalen.

In ons vak kennen we dat maar al te goed. Ik herinner me nog de wethouder die in 1990 riep: ‘ik wil een Barcelonaplein.’ Wethouders en hun staven gingen op bedevaart naar de Catalaanse hoofdstad en waren direct gewonnen voor zullen prachtpleinen. Maar thuis gekomen bleek Gouda Barcelona niet, Groningen evenmin en Tilburg al helemaal niet, terwijl dat toch de mooiste stad van het land was. Tijd, plaats en omstandigheden (waar geef je je geld aan uit) zaten in de weg. Een psycholoog had dat zelfs zonder onderzoek kunnen voorspellen. De klinische vakman zag het aankomen. Barcelonapleinen zijn er niet gekomen in onze steden en ik heb er niemand over horen malen. Zelf heb ik de zeer vervelende eigenschap om pas twintig jaar later naar zulke hypes te gaan kijken. Dan blijkt vaak dat zo’n prachtplein al evenveel stinkende pisnissen, kapot speeltuig, stuitend lelijke graffiti en vernielde zitbanken telt als het plein in Hengelo, Groningen, Gouda of Tilburg. De tijd, ik bedoel de mens, doet zijn werk. De mens is alleen bij zijn geboorte rein en onschuldig. De opvoeding stampt er andere prioriteiten in, anders de school en de straat wel.

Zo’n hele wetenschapsbijlage over replicatie doorlezend stuit je op veel kinnesinne, angst voor reputatieverlies en akelige vragen bij het soort fantasiestatistiek dat wordt gebruikt om significantie te bewijzen. Niet degelijk genoeg, niet Bayesiaans genoeg. Toevallig, of niet (Freud is niet dood) lees ik deze dagen het Vergeetboek (2010) van de Groningse psycholoog Douwe Draaisma die onder het grote publiek bekend werd met Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (2001). In het Vergeetboek staat een prachtig hoofdstuk over verdringing. Waarom wordt een traumatische gebeurtenis verdrongen? Waarom heeft de wethouder van Hengelo haar bezoek aan Barcelona verdrongen? Verdringen is niet erg, behalve als de herinnering zich er onderuit worstelt en zich weer opdringt, je er niet meer door kunt slapen of zoveel gaat eten dat boulimia optreedt en er hulp aan te pas moet komen.

Onder psychologen is strijd om de vraag of verdringing wel bestaat. ‘Er is nooit bewijs voor geleverd’, zeggen de experimentelen. ‘Ik kom het elke dag tegen in mijn praktijk’, zegt de clinicus. ‘Meningsverschillen over feiten, veranderen in meningverschillen over wat telt als feiten’, concludeert Draaisma snedig, ‘de controverse verplaatst zich naar het niveau van criteria, definities en methoden.’ Alleen na een ramp komt de wetenschap echte trauma’s tegen. Stadsbuurten kunnen in rampgebieden eindigen, zoals Franse banlieus. Maar je kunt ook rampen voorkomen door niet te repliceren, geen Barcelonaplein in Gouda aan te leggen, of in Tilburg. Verdringing gaat over de tijd achteraf. En achteraf heeft puur onvermogen de wethouders voor ernstige verdringingsverschijnselen behoed. Ze gaan door het leven zonder slapeloze nachten, zonder boulimia van de begroting van Gemeentewerken, zonder twintig jaar later op het gênante af bij de buurt te moeten bedelen of die tegen het door politici als participatiesamenleving versleten 0-tarief het plein asjeblieft wil adopteren. Voor hen alleen de herinnering aan een reisje naar de stad met de mooie pleinen. Daar kan je wat van leren.

Lees minder