C2010-652 C2010-657 C2070-585 C2090-303 C2090-540 C2180-276 C4040-122 C4040-123 C4040-124 C4040-221 C4040-224 C4040-225 C4040-226 C4060-155 C4060-156 C4090-456 C4120-782

Jg.48 / Nr.2 / 2015

Redactioneel – DigiTaal

Saskia Sassen beweert dat het proces van financialisering de allesbeslissende kracht van het huidige tijdvak is. Van nutsvoorzieningen tot universiteitsvastgoed en rommelhypotheken, er kunnen nauwelijks te begrijpen en te controleren financiële producten van gemaakt worden. In de ontsluiting van kennis zijn juist manmoedige bewegingen waar te nemen om los te komen van de overheersende financiële logica. […]

Lees meer →

Saskia Sassen beweert dat het proces van financialisering de allesbeslissende kracht van het huidige tijdvak is. Van nutsvoorzieningen tot universiteitsvastgoed en rommelhypotheken, er kunnen nauwelijks te begrijpen en te controleren financiële producten van gemaakt worden. In de ontsluiting van kennis zijn juist manmoedige bewegingen waar te nemen om los te komen van de overheersende financiële logica. Internet speelt hier uiteraard een belangrijke rol in. Vakinhoudelijke blogs en open access boeken en tijdschriften komen op. Hier willen we als Rooilijn meer aandacht aan besteden. Daarom onthullen we onze rubriek DigiTaal waarin we een voor de ruimtelijke ordening relevant online platform de kans geven zich offline te presenteren. Platform VOER trapt af.

 

Zijn we hiermee getuige van een ‘ontfinancialisering’ van kennis? Tot nu toe nauwelijks. Als je een open access artikel wilt publiceren in  een gerenommeerd tijdschrift moet je duizenden euro’s inleggen. De grote uitgevers zijn vooralsnog niet van plan hun lucratieve melkkoeien te slachten. Blogs en andere platforms werken, net als Rooilijn, grotendeels via gratis inzet van vrijwilligers en worstelen met hun financiering. Hier speelt een klassiek probleem: kennis vergaren, analyseren en hier vervolgens een goed artikel of blog van maken kost tijd. ‘Verdienmodel’ is een beladen woord tegenwoordig, maar hoe zorg je er voor dat er in ieder geval een faire prijs betaald wordt?

 

Los van dit vraagstuk, blijft de invloed van de digitalisering op de maatschappij en de ruimte een favoriet onderwerp voor debat, onderzoek en reflectie. In deze Rooilijn onder andere in de stellingrubriek bij Ron Bos en Kees Jansen en in de artikelen van Gardner en Jacobs-Crisioni en Koomen.

 

Digitaal en online, het is uiteindelijk ‘slechts’ de infrastructuur van communicatie en ideeën. Ik ben het met Sassen eens dat het vooral belangrijk is de krachten van financialisering te begrijpen die deze infrastructuur – uiteraard – ook gebruiken. Zowel in de ruimte als in de vakmedia blijft het zoeken naar nieuwe initiatieven die noodzakelijke tegenkracht kunnen geven.

 

Stan Majoor

Hoofdredacteur Rooilijn (stan@rooilijn.nl)

Lees minder

Chris Jacobs-Crisioni en Eric Koomen – Telefoonantennes als voelsprieten voor levendigheid

Hoge functiedichtheid en functiemenging worden geassocieerd met meer en langere aanwezigheid van mensen in stadsbuurten. Dit leidt volgens Jane Jacobs en haar volgelingen tot een verbeterde leefbaarheid in die buurten. Met telefoongebruiksdata is in dit onderzoek aangetoond dat functiedichtheid en functiemenging inderdaad zorgen voor verhoging en verlenging van activiteit in de stad. Bovendien blijkt dat […]

Lees meer →

Hoge functiedichtheid en functiemenging worden geassocieerd met meer en langere aanwezigheid van mensen in stadsbuurten. Dit leidt volgens Jane Jacobs en haar volgelingen tot een verbeterde leefbaarheid in die buurten. Met telefoongebruiksdata is in dit onderzoek aangetoond dat functiedichtheid en functiemenging inderdaad zorgen voor verhoging en verlenging van activiteit in de stad. Bovendien blijkt dat er samenhang bestaat tussen activiteitsmenging in stadsbuurten en indicatoren van leefbaarheid in die buurten.

 

Klik hier om het artikel te lezen.

Lees minder

Interview – Emilie Vlieger

“Een ‘te huur’-bord is geen marketing”   Haar werkplek in Utrecht, aan de rand van de Merwedekanaalzone in het gebouwencomplex ‘MAX’, is zowel kantoor als een gezellige koffiebar. Een ontmoetingsplek om de ziel van de wijk te leren kennen. Dat is precies wat deze jonge en ambitieuze locatiemarketeer wil bereiken. Wij interviewen Emilie Vlieger en […]

Lees meer →

“Een ‘te huur’-bord is geen marketing”

 

Haar werkplek in Utrecht, aan de rand van de Merwedekanaalzone in het gebouwencomplex ‘MAX’, is zowel kantoor als een gezellige koffiebar. Een ontmoetingsplek om de ziel van de wijk te leren kennen. Dat is precies wat deze jonge en ambitieuze locatiemarketeer wil bereiken. Wij interviewen Emilie Vlieger en vragen haar naar de marketingmethode die zij heeft ontwikkeld en haar visie op de toekomst van stedelijke ontwikkeling in Nederland.

Klik hier om het interview met Emilie Vlieger te lezen.

Lees minder

DigiTaal – Platform VOER

In DigiTaal opent Rooilijn de deuren naar de digitale wereld. Het internet krioelt van interessante platforms die kwalitatief hoogwaardige blogs en columns plaatsen over ruimtelijke ordening. Platform VOER is hier een goed voorbeeld van (www.platformvoer.nl). Hoogleraar Joks Janssen, vaste blogger op dit Platform, schreef speciaal voor Rooilijn over herbestemming. Dit artikel verschijnt ook online op […]

Lees meer →

In DigiTaal opent Rooilijn de deuren naar de digitale wereld. Het internet krioelt van interessante platforms die kwalitatief hoogwaardige blogs en columns plaatsen over ruimtelijke ordening. Platform VOER is hier een goed voorbeeld van (www.platformvoer.nl). Hoogleraar Joks Janssen, vaste blogger op dit Platform, schreef speciaal voor Rooilijn over herbestemming. Dit artikel verschijnt ook online op platform VOER.

Klik hier om het artikel te lezen.

 

Lees minder

Column O. Naphta – Geleend

Geleend   Je kan geen vakblad meer openslaan of er wordt geleend. Bij economen om geld, bij sociologen om sociale relaties. Onder antropologen kun je beter van leunen spreken: leunen op, aanleunen. Onder sterrenkundigen komen we de onzekerheidsrelatie van Heisenberg (zelf opzoeken) tegen die leert dat hoe korter de tijdsduur van een proces is, des […]

Lees meer →

Geleend

 

Je kan geen vakblad meer openslaan of er wordt geleend. Bij economen om geld, bij sociologen om sociale relaties. Onder antropologen kun je beter van leunen spreken: leunen op, aanleunen. Onder sterrenkundigen komen we de onzekerheidsrelatie van Heisenberg (zelf opzoeken) tegen die leert dat hoe korter de tijdsduur van een proces is, des te nauwkeuriger het tijdsvolume te bepalen is, maar de energiehuishouding van dat proces juist vervloeit. Door die onzekerheid kan in het universum energie ‘als het ware te leen worden gegeven voor het maken van deeltjes.’ De linkste leners vinden we onder de boeven die graag geld verdienen aan andermans kapitaal en inspanningen: meneer Uber en meneer ‘have a home to share, become a millionaire’. Jij investeert en werkt en de boeven claimen 20% voor bemiddeling – direct overmaken graag. Planologen doen het magertjes met ‘geleende omvang‘ of ‘geleende functies’. Om dat nog enig cachet te geven schrijven ze: borrowed size, borrowed function. Meeliften is het, op de bagagedrager zitten.

 

Ooit waren er leenmannen en leenheren. De leenman had grondgebied te leen van de leenheer. In ruil daarvoor leverde hij belastinggeld, zoveel mud graan, soldatenvolk, persoonlijke trouw. Hij was dus een vazal, zoals menig lezer een vazal van de hypotheekbank is en een enkeling zich intussen vrijgekocht heeft. Geschiedenis is niet oud.

 

Wat je over geleende stad en geleende functie leest is ronduit vaag. Net zo vaag als het literaire ‘geleende tijd’. Door alle mist heen begrijp ik dat Amsterdam er wel bij vaart als enige in Nijmegen woonachtige geleerde computerprogrammeurs dagelijkse de trein naar de hoofdstad nemen om daar hun werk te doen. De Rotterdamse kraandrijver die in Bergen op Zoom woont, is precies zo’n exemplaar, zo ook de Groningse directeur van een woningcorporatie die zijn thuisfront in ’t Haantje (ook maar opzoeken) heeft. Het klassieke beeld dat er bij past is de beroemde foto van forensen die omstreeks 1890 op het stationnetje van Baarn op de trein naar Amsterdam wachten. Amsterdam leende toen Baarn als woonplaats voor zijn beter betaalde arbeidskrachten. De bedoeling van al dat geleen schijnt het frame dat grotere steden, hogere dichtheden en meer, betere en snellere verbindingen tot hogere welvaart leiden. Voor wie?

 

Baarn leende in 1890 (en nog steeds) profijtelijk van Amsterdam, maar dat lees je niet. Baarn leent de betere banen, trekt er de betere inkomens uit en blijft zelf niet met de vuile was zitten, noch met congestie of onwillig anarchistisch volk dat staakt, bezet, of wil inspreken. Geschiedenis veroudert niet. Tot pakweg 10, 15 jaar geleden las je het tegendeel: in Baarn, Bloemendaal, Goirle, woonden toen vuile profiteurs van de voorzieningen die de grotere steden met moeite voor hun eigen volk overeind houden met zwaardere belastingen. Profiteurs met hogere opleidingen en betere banen in diezelfde steden die met dat inkomen de dorpspoelier onderhielden, de hockeyclub en de golflinks. Daar stond gelukkig als compensatie tegenover dat ze volgens de sociologie in een sociaal-ruimtelijk vacuüm verkeerden, zeg maar gerust isolement, in Baarn. Op driehoog-achter waren ze dan toch een stuk gelukkiger.

 

Is lenen een planologische factor van belang? De Blauwe Stad (opzoeken) tracht de oudere welvarende Randstedeling te leasen. Maar lenen kost geld en maakt afhankelijk. Het evenwicht tussen leenman en leenheer is fragiel. Leent Amsterdam profijtelijker van Rotterdam, Nijmegen of Baarn dan Baarn van Amsterdam, Utrecht of Amersfoort? Speel met de grenzen van leengoederen en zie het profijt verspringen in verlies, nadelen in voordelen. ‘The city is no longer a compact settlement unit’, schreef een van mijn favoriete geografen ooit, Robert E. Dickinson in 1964. Al dat lenen lijkt mij een lekker ouderwetse functionele afhankelijkheidsrelatie.

Lees minder