parajumpers jakke til salgs Canada Goose Banff Parka Navy windows 7 ultimate 32 bit boerse

Jg.48 / Nr.1 / 2015

Redactioneel – Andrew Switzer

Theorievorming in de Nederlandse planologie   God schiep de aarde maar de Nederlanders schiepen Nederland wordt weleens gezegd. Ook in het buitenland zijn concepten als Ruimte voor de Rivier, de vinexwijk of Randstad/ Groene Hart bekende kost voor planologische vakgenoten. In dit bijzondere themanummer wordt terug, en soms ook vooruit, geblikt op de theorievorming in […]

Lees meer →

Theorievorming in de Nederlandse planologie

 

God schiep de aarde maar de Nederlanders schiepen Nederland wordt weleens gezegd. Ook in het buitenland zijn concepten als Ruimte voor de Rivier, de vinexwijk of Randstad/ Groene Hart bekende kost voor planologische vakgenoten. In dit bijzondere themanummer wordt terug, en soms ook vooruit, geblikt op de theorievorming in de zes Nederlandse universiteiten die op dit vakgebied actief zijn. Diverse praktijkplanners reflecteren daarnaast op het belang van theorie in de praktijk. De rondgang leert dat planologie een discipline is waarin theorieën en concepten uit andere disciplines driftig zijn toegepast. Dit leidt tot een verscheidenheid aan invalshoeken om ruimtelijke verandering te duiden, te voorspellen en te beïnvloeden.

 

In tegenstelling tot andere disciplines bestaat een sterke traditie in de planologie van interactie met het onderzoeksobject. Naast het bestuderen en duiden proberen planologen ook een concrete bijdrage te leveren aan conceptontwikkeling en het verbeteren van planprocessen. De afgelopen decennia dreigde de balans hiertussen zoek te raken. Dit heeft veel te maken met de context waarbinnen planologisch onderzoek wordt verricht. In de universitaire wereld werd rendement steeds meer gemeten via wetenschappelijke publicaties. Daarin zijn Nederlandse planologen buitengewoon succesvol geweest. Engelstalige toptijdschriften zijn echter niet toegankelijk voor de praktijk.

 

Sinds enige tijd begint de pendel in de andere richting te bewegen. Nieuwe onderzoeksprogramma’s leggen steeds meer nadruk op snelle oplossingen voor praktijkproblemen. Hierachter gaat echter een gevaar schuil: te veel gerichtheid op het ‘oplossen’ van deze problemen en minder tijd om nieuwe theoretische inzichten te ontwikkelen. Uit gesprekken met de praktijk blijkt dat er juist voor deze abstracte en theoretische reflectie waardering en behoefte is. Manieren vinden om onderzoek te doen met voldoende aandacht voor maatschappelijke vraagstukken en vernieuwing op theoretisch vlak is een centrale opgave voor de planologie in de komende tijd. Ik kijk al uit naar een volgende theoriespecial om te kunnen lezen hoe universiteiten en praktijken hiermee omgaan.

 

Andrew Switzer

Penningmeester Rooilijn (a.w.switzer@uva.nl)

Lees minder

Len de Klerk en Ton Kreukels – Geschiedenis in vogelvlucht: planologische theorievorming

Deze vogelvlucht langs plannen voor de ordening en inrichting van de (stedelijke) ruimte laat zien dat planning en theorie onverbrekelijk verbonden zijn. Opvattingen over samenhang, esthetische normen, sociale wenselijkheden, ruimtelijk-economische criteria, draagvlak-en hiërarchievraagstukken, de functionele stad, het planningsproces als bindmiddel, ze berusten veelal op normatieve of empirische theorie. Het wetenschappelijk object in de planologie onderging […]

Lees meer →

Deze vogelvlucht langs plannen voor de ordening en inrichting van de (stedelijke) ruimte laat zien dat planning en theorie onverbrekelijk verbonden zijn. Opvattingen over samenhang, esthetische normen, sociale wenselijkheden, ruimtelijk-economische criteria, draagvlak-en hiërarchievraagstukken, de functionele stad, het planningsproces als bindmiddel, ze berusten veelal op normatieve of empirische theorie. Het wetenschappelijk object in de planologie onderging een opvallende verschuiving van normatief geïnspireerde praktijkoplossing naar ruimtelijke ordening als sociale praktijk.

 

Klik hier om het hele artikel te lezen.

Lees minder

Gert de Roo – Onzekerheid als leidend beginsel: planologie in Groningen

De theoretische grondslag van de planologiebeoefening in Groningen is onzekerheid. Onzekerheid over het kennen van de werkelijkheid, over toekomstige ontwikkelingen, over de uitkomst van besluitvormings-processen. Rationaliteit is een illusie. Ontwikkelingen zijn niet lineair, maar dynamisch, complex en discontinu, zoals de economische conjunctuur. Doel van het onderzoek is om hiervan afgeleide begrippen in de planvorming toe […]

Lees meer →

De theoretische grondslag van de planologiebeoefening in Groningen is onzekerheid. Onzekerheid over het kennen van de werkelijkheid, over toekomstige ontwikkelingen, over de uitkomst van besluitvormings-processen. Rationaliteit is een illusie. Ontwikkelingen zijn niet lineair, maar dynamisch, complex en discontinu, zoals de economische conjunctuur. Doel van het onderzoek is om hiervan afgeleide begrippen in de planvorming toe te passen: adaptieve planning, transitie-management, veerkracht of herstelvermogen, emergentie, zelforganisatie, co-evolutie en meer.

 

Klik hier om het hele artikel te lezen.

Lees minder

Willem Salet – Pragmatisme als grondslag: planologie in Amsterdam

Het onderzoek van de programmagroep planologie aan de Universiteit van Amsterdam is de laatste twintig jaar toegespitst op de transitie van grootstedelijke ruimten in internationaal vergelijkend perspectief. Met als kernvraag; hoe kunnen ruimtelijke interventies zinvol werken in een complexe en veranderlijke stedelijke orde? De theoretische grondslagen voor dit onderzoek zijn ontleend aan het pragmatisme en […]

Lees meer →

Het onderzoek van de programmagroep planologie aan de Universiteit van Amsterdam is de laatste twintig jaar toegespitst op de transitie van grootstedelijke ruimten in internationaal vergelijkend perspectief. Met als kernvraag; hoe kunnen ruimtelijke interventies zinvol werken in een complexe en veranderlijke stedelijke orde? De theoretische grondslagen voor dit onderzoek zijn ontleend aan het pragmatisme en de methodiek aan het institutieonderzoek in de sociale wetenschappen.

 

Klik hier om het hele artikel te lezen.

Lees minder

Interview Annemarie Maarse – “Planoloog in de praktijk”

Annemarie Maarse studeerde planologie van 1999 tot 2003. Ze werkt nu bij Altera Vastgoed en geeft invulling aan de woningenportefeuille van deze institutionele belegger. Als vastgoedbelegger is Altera een partij met een langetermijnhorizon in de gebouwde omgeving. De waarde van wetenschap is voor Annemarie evident. Andersom is de praktijk belangrijk voor de wetenschap.     […]

Lees meer →

Annemarie Maarse studeerde planologie van 1999 tot 2003. Ze werkt nu bij Altera Vastgoed en geeft invulling aan de woningenportefeuille van deze institutionele belegger. Als vastgoedbelegger is Altera een partij met een langetermijnhorizon in de gebouwde omgeving. De waarde van wetenschap is voor Annemarie evident. Andersom is de praktijk belangrijk voor de wetenschap.

 

 

interview annemarie maarse

 

 

Klik hier om het hele interview met Annemarie te lezen.

Lees minder

Column O. Naphta – Een praktisch vak?

Een praktisch vak?   Nou, voegde mevrouw Naphta mij ooit toe, jullie planologen denken een heel praktisch vak te hebben, maar een plan is natuurlijk puur theorie. Wees eerlijk, ze had gelijk. Op de keper beschouwd is een plan een aaneenrijging van veronderstellingen, die uitgaat van de basishypothese dat een vooraf gedefinieerd ruimtelijk probleem erdoor […]

Lees meer →

Een praktisch vak?

 

Nou, voegde mevrouw Naphta mij ooit toe, jullie

planologen denken een heel praktisch vak te hebben,

maar een plan is natuurlijk puur theorie. Wees eerlijk,

ze had gelijk. Op de keper beschouwd is een plan een

aaneenrijging van veronderstellingen, die uitgaat

van de basishypothese dat een vooraf gedefinieerd

ruimtelijk probleem erdoor wordt opgelost. De definitie

van dat probleem is doorgaans het resultaat van

touwtrekkerij tussen partijen die hun eigen kijk op

de werkelijkheid koesteren. Framing heet dat in onze

jaren, een zelfkazend construct van veronderstellingen

over wat de werkelijkheid is, hoe die zo is gekomen, hoe

die functioneert. Het frame heeft nog meer praatjes,

want voorgaande veronderstellingen over wat de werkelijkheid

is etc. worden vervolgens getoetst aan een

werkelijkheid waarin dat probleem de wereld uit is. En

waar haal je de bouwstenen (waarden en normen) van

de hypothese van de probleemloze wereld vandaan?

Er zijn twee mogelijkheden: onderzoeken of verzinnen.

Onderzoek natuurlijk, oppert de precieze, als je het

tenminste goed wilt doen. Nee, intuïtie x trendgevoeligheid

x wat-iedereen-wel-aanvoelt en welke-kant-hetopgaat,

profeteert de rekkelijke. Hoe dan ook zijn dit

eerste stappen in planprocessen die algauw een jaar of

meer in beslag nemen. Een hoge stapel veronderstellingen,

dat is het.

 

Op die hoge stapel rust het plan, op z’n best een bundel

theorieën in de vorm van tekeningen en schrijfsels.

Rekkelijk of precies, de slang bijt in zijn eigen staart.

Een plan van een grote strekking, een strategisch

stadsplan met een uitvoeringstermijn van een jaar of

tien, is gebouwd op onderzoek dat het best met wetenschappelijke

methodes wordt uitgevoerd. Dus onderzoekshypotheses

opstellen, feiten omtrent ruimtelijke

gedragingen opsporen en interpreteren, de samenhang

ertussen (re)construeren, hun oorzaken bestuderen,

hun invloed op het veranderende ruimtegebruik ontleden,

toekomstige structurele ontwikkelingen of disrupties

toetsen. In al dat werk wordt men bedolven onder

de hoeveelheid veronderstellingen, theoretische noties

en mogelijkheden tot foute keuzes, om van hineininterpretieren

en manipulatiemogelijkheden maar te zwijgen.

Het maakt niet uit of je schrijft of tekent, ontwerpend

onderzoekt of onderzoekend ontwerpt. De ontwerper

schetst suggestief, zich beroepend op creativiteit om te

ontsnappen aan klemmende vragen naar verklaringen,

om maar te zwijgen van bewijzen. Hij tekent sprookjes

die altijd goed aflopen. Dat is een voorsprong op de

immer twijfelende schrijver, want niemand investeert in

een sprookje dat slecht afloopt.

 

Net zoals de ontwerp-tekening is de planologische tekst

een veronderstelling van een toekomstige wereld en

daarmee per definitie een theorie. De planoloog wordt

geacht zijn bundel hypotheses zo op te schrijven dat die

getoetst kan worden door een ander, niet zelden aan

de hand van criteria waarop hij geen invloed heeft. Hij

moet zijn onderzoeksuitkomsten logisch beredeneren

en zelfs kunnen bewijzen, anders wordt hij allicht niet

geloofd. Waarom díe uitkomst? Waarom afzien van die

zesde baan? Kantorenpark? Minder auto’s over twintig

jaar? Vergt schrijven dan toch meer dan tekenen? Een

grondregel van het recht stelt dat niet bewezen kan

worden dat iets niet bestaat, van de planoloog wordt dat

zonder pardon gevraagd.

 

Theorie van de zwakst toetsbare soort en uit een

oogpunt van logica van het laagst denkbare niveau

ligt besloten in de modieuze buzz words waarmee de

planologische hemel wordt bestormd: duurzame stad,

energieneutrale stad, cradle-to-cradle plan. Voor

duurzaam bestaat geen meetbaar criterium en alles wat

bewegen moet verbruikt energie. De eerste hoofdwet

van de themodynamica – de som van energie-uitwisseling

tussen een systeem en zijn omgeving is altijd nul

– gaat niet op voor mijn auto of mijn fiets. De tank is leeg

en moet gevuld, anders rijdt-ie niet. Eigenlijk zegt de

tweede hoofdwet dat al: zelforganisatie in een chaotisch

systeem is alleen mogelijk als er energie wordt

toegevoegd. ’t Is net plannen maken: energie toevoegen

aan de chaos…

Lees minder