Archief

Redactioneel – de geest van de Omgevingswet

Redactioneel De geest van de Omgevingswet Het zal twee, drie jaar geleden zijn geweest dat het me echt begon te dagen: er is iets groots op komst in Nederland en het heet Omgevingswet. Eerst leek het nog iets obscuurs voor mensen ‘in de ruimtelijke ordening’, nu kan niemand er nog omheen. Met deze wet moet […]

Lees meer →

Redactioneel

De geest van de Omgevingswet

Het zal twee, drie jaar geleden zijn geweest dat het me echt begon te dagen: er is iets groots op komst in Nederland en het heet Omgevingswet. Eerst leek het nog iets obscuurs voor mensen ‘in de ruimtelijke ordening’, nu kan niemand er nog omheen. Met deze wet moet de ruimtelijke ordening integraler, flexibeler, dichter bij de burger en eenvoudiger worden. Over deze geest van de wet lijkt niet zo veel discussie te zijn. Over hoe dat in de praktijk vorm te geven en hoe het zal uitpakken, des te meer. De behoefte aan duiding en kennis om een idee te krijgen van wat ons te wachten staat is groot, getuige de stroom aan seminars, workshops en websites over de wet. Overal in het land worden inmiddels in proeftuinen en living labs ervaringen opgedaan met de nieuwe werkwijze. Dit themanummer over de Omgevingswet – mede dankzij steun van het programma ‘Eenvoudig Beter’ van het Miniserie van BZK tot stand gekomen – voorziet hopelijk ook in de behoefte aan meer inzicht in de wet.

Enerzijds toont het nummer een kritisch beeld. Bijvoorbeeld van de verschillen tussen de geest (ambities) en de letter van de wet op het gebied van participatie en de invloed van burgers, over de grote ict-opgave en over de transitieopgave die de wet behelst. Anderzijds laat deze Rooilijn zien hoe in de geest van de wet de ruimtelijke ordening daadwerkelijk anders aan te pakken is. Zo maken geografische analyses het mogelijk integraler en kleinschaliger inzicht te krijgen in de relatie tussen ruimte en welzijn. Dat kan de integrale en intersectorale ruimtelijke afwegingen faciliteren die de wet beoogt. Ook voorbeelden uit de praktijk van het betrekken van burgers, kavelruil en het vormen van een regionale visie komen aan bod. Twee Jonge Honden geven advies: omarm de onzekerheid en durf te vragen.

Of de voorbeelden en adviezen overtuigen dat de wet een succes zal worden? Laat ik hier geen standpunt innemen. Het oordeel is aan u. De artikelen in deze Rooilijn voegen voor mij in ieder geval weer enkele stukjes toe aan mijn beeld van de wet. Hopelijk geldt dat ook voor u en bieden alle bedenkingen, adviezen en voorbeelden u inspiratie om, als de wet er eenmaal is, in de geest ervan aan de slag te gaan.

Melika Levelt

Hoofdredacteur (m.levelt@hva.nl)

 

Lees minder

Uit de praktijk – Gebiedsontwikkeling zoals je het zelf bedacht hebt, door: Lara Brand

Gebiedsontwikkeling zoals je het zelf bedacht hebt. Uit de praktijk, door Lara Brand. Het Stimuleringsprogramma Stedelijke Kavelruil is in het leven geroepen om projecten die al met stedelijke kavelruil aan de slag willen te ondersteunen, vooruitlopend op de Omgevingswet. Kavelruil (vrijwillig) en herverkaveling (wettelijk) zijn instrumenten uit de gereedschapskoffer van de gebiedsontwikkeling en zijn nu […]

Lees meer →

Gebiedsontwikkeling zoals je het zelf bedacht hebt.

Uit de praktijk, door Lara Brand.

Het Stimuleringsprogramma Stedelijke Kavelruil is in het leven geroepen om projecten die al met stedelijke kavelruil aan de slag willen te ondersteunen, vooruitlopend op de Omgevingswet. Kavelruil (vrijwillig) en herverkaveling (wettelijk) zijn instrumenten uit de gereedschapskoffer van de gebiedsontwikkeling en zijn nu geborgd in de Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG). Op dit moment kunnen deze instrumenten alleen in het landelijk gebied worden toegepast. En dat terwijl er ook in het stedelijk gebied grote uitdagingen zijn waar versnipperd eigendom een betere toekomst in de weg staat.

Meer lezen? Klik hier

 

Lees minder

Uit de praktijk – Samen dromen, durven, denken en doen, door: Rick van den Berg

Samen dromen, durven, denken en doen Uit de praktijk, door Rick van den Berg Vroeger deed de overheid in het ruimtelijke domein het ‘goede’ als volgens de door hen opgestelde regels gehandeld was. Als het volgens die regels ingepast werd. ‘We’ waren bezig met het ordenen van ruimte. Dat werkt niet langer: de ruimtelijke impact […]

Lees meer →

Samen dromen, durven, denken en doen

Uit de praktijk, door Rick van den Berg

Vroeger deed de overheid in het ruimtelijke domein het ‘goede’ als volgens de door hen opgestelde regels gehandeld was. Als het volgens die regels ingepast werd. ‘We’ waren bezig met het ordenen van ruimte. Dat werkt niet langer: de ruimtelijke impact van de grote maatschappelijke opgaven is fors. Het vinden van een beter evenwicht tussen en het combineren van activiteiten en waarden is cruciaal. Denk aan wonen, economie, natuur en energie, en waarden als veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Onze opgave: hoe omschrijf je die nieuwe werkelijkheid in een Omgevingsvisie, die inspirerend is én richting geeft?

Meer lezen? Lees het hele artikel hier.

 

Lees minder

Column O. Naptha – Piepsysteem

Volgens Nicoline van der Sijs (Chronologisch Woordenboek, 2001) is de oudste betekenis van het woord omgeving: ‘kring waarin men zich begeeft’, 1825. Omgeving is toen uit Duitsland geïmporteerd als vertaling van Umgebung. Twee dingen vallen op: in Nederland is van een sociaal begrip een fysiekruimtelijk begrip gemaakt, waarvoor we nu een wet hebben en de […]

Lees meer →

Volgens Nicoline van der Sijs (Chronologisch Woordenboek, 2001) is de oudste betekenis van het woord omgeving: ‘kring waarin men zich begeeft’, 1825. Omgeving is toen uit Duitsland geïmporteerd als vertaling van Umgebung. Twee dingen vallen op: in Nederland is van een sociaal begrip een fysiekruimtelijk begrip gemaakt, waarvoor we nu een wet hebben en de Duitsers niet. Tik Umgebungsgesetz in op een zoekmachine en je wordt verwezen naar de Nederlandse Umgebungsgesetz. Ik ben me van de weeromstuit in de aanmaak van de wet gaan verdiepen, geheten Regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Benutten dus. Natuurlijk, je bent een pragmatische, op nut ingestelde samenleving of niet. Tenslotte heeft de Nederlandse samenleving – ik had bijna geschreven ‘hebben we met z’n allen’, alsof ‘we’ de wereldcup hebben gewonnen – in de loop van 1.000 jaar haar omgeving zo ongeveer zelf gemaakt.

 

Na wat in- en uitpraten over ieders activiteiten die andermans ‘fysieke leefomgeving’ beïnvloeden en over belangtegenstellingen die daarbij aan het licht treden (aanleiding om regels te stellen), valt mijn oog op een onderdeel waarop de wetenschap altijd tuk is: paradigmawisseling. Παράδειγμα=Grieks=voorbeeld. De in onbruik geraakte wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn heeft daarvan volgens het door mij zelden geraadpleegde Wiki iets heel wijds gemaakt: de tijdgebonden maatschappelijke/wetenschappelijke mentale gesteldheid. Lees liever Kuhn zelf. Regering en parlement vonden het dus tijd worden onze maatschappelijke/wetenschappelijke mentale gesteldheid inzake de ruimtelijke ordening te wisselen en spreken van een stelselherziening, een ‘volledige vernieuwing van het omgevingsrecht’. Waarom? Omdat wij, gebruikers van de omgeving een ‘samenhangende benadering van initiatieven en opgaven in de fysieke leefomgeving verwachten’ benevens een ‘vergaande reductie van complexiteit in de wetgeving. […] Vanuit dit perspectief wordt het gemakkelijker te denken vanuit de gebruiker of initiatiefnemer in de fysieke leefomgeving [cursivering door de regering]. Dit perspectief vereist een integrale aanpak omdat een initiatief vaak een belangenafweging over meerdere sectoren en belangen vergt.’

 

Volledig in de ban van deze boeiende tekst las ik door. Het is een originele inleiding in de planologie. Neem de vier argumenten om van paradigma te wisselen: belangen moet je in samenhang beschouwen, burgers hebben de pest aan een gefragmenteerde overheid met ‘ongelijksoortige wettelijke regelingen’, initiatieven om de leefomgeving te veranderen liggen ‘vooral in de samenleving’ en er moet een andere bestuurscultuur komen, niet bepaald door een wettelijk stelsel, maar ondersteund door ‘passende wetgeving’. De paradigmawijziging, bekent de regering dan ruiterlijk, is niet zelf bedacht, maar sluit aan op adviezen en is politiek gemunt door de motie-Pieper (Kamerstukken II 2009/10, 32 123 XI, nr. 16. 26).

 

Pieper? Kampioen van de paradigmawisseling? De zoekmachine spuwt hem braaf uit: Hein Pieper (CDA) is theoloog en was Tweede Kamerlid van maart 2009 tot juni 2010. Een reus dus: een jaar lid van de Tweede Kamer met een footprint van jewelste, de paradigmawisseling van de Nederlandse omgeving. Eerdere pogingen tot vereenvoudiging (Wabo, Grex-wet, Activiteitenbesluit, Crisis- en herstelwet) zetten volgens Pieper geen zoden aan de dijk. De kosten van juridische procedures en adviezen stegen maar door. Alleen ‘een tabula rasa stelsel voor omgevingsrecht’ zou nog helpen. Kortom, maande Pieper de regering per motie ‘daadwerkelijk zo’n tabula rasa-opdracht te organiseren met inachtneming van een aantal principiële uitgangspunten van de democratische rechtsstaat[en] om daarbij de collega-lidstaten in de EU hieromtrent te consulteren.’ Daarna ging Pieper over tot de orde van zijn eigen dag, hij werd dijkgraaf van Rijn en IJssel. Als toelichting op zijn denkwereld bedacht hij het begrip Rijnlands Denken dat draait om ‘het zelforganiserende en zelflerende vermogen van mensen, waardengedreven sturen [en] subsidiariteit.’ Precies de Omgevingswet, ook zo’n denkend piepsysteem of een piepend denksysteem, daar wil ik afwezen.

 

Lees minder