Jg.46 / Nr.5 / 2013

Redactioneel

Leren improviseren   De kunde van het improviseren is aan een opmars bezig. Tot voor enkele jaren had improvisatie op de werkvloer vooral een negatieve connotatie. Een bezigheid die tegengesteld was aan alles waar professionele planmatige ruimtelijke ordening voor stond. Wetenschappelijke studies toonden echter al lange tijd aan dat het werk van menig professional vooral […]

Lees meer →

Leren improviseren

 

De kunde van het improviseren is aan een opmars bezig. Tot voor enkele jaren had improvisatie op de werkvloer vooral een negatieve connotatie. Een bezigheid die tegengesteld was aan alles waar professionele planmatige ruimtelijke ordening voor stond. Wetenschappelijke studies toonden echter al lange tijd aan dat het werk van menig professional vooral bestaat uit het continu improviseren om daarmee kleine stapjes vooruit te maken. Charles Lindblom spreekt in zijn klassieke artikel uit 1959 over beleidsprocessen die vooral te begrijpen zijn via the science of muddling through.

 

Lindblom en andere incrementalisten werd vaak verweten dat hun analyse misschien een correcte weergave van de realiteit was maar geen overtuigende werkwijze vormt om echte innovatie te bereiken. Hier lijkt iets veranderd te zijn. Tegenwoordig zitten ambtenaren en politici therapeutisch bijeen op symposia over ‘de improviserende overheid’. Door crisis en bezuinigingen moeten ze al improviserend nieuwe praktijken vormen om maatschappelijke dynamiek meer te faciliteren en minder te sturen. De moderne professional experimenteert, heeft ‘lef’ en durft uiteraard buiten de begaande paden te treden.

 

Organisatieprofessor en jazzmuzikant Frank Barrett heeft onlangs in het boek Yes to the Mess de relatie gelegd tussen succesvolle improviserende organisaties en jamsessies van jazzmuzikanten. Hij leert ons dat geslaagde improvisatie alleen kan plaatsvinden binnen structurerende kaders en dat kennis hiervan cruciaal is. Deze kaders
zijn in de ruimtelijke ordening traditioneel geschoeid op het veiligstellen van basisbehoeften, het bieden van rechtszekerheid aan eigenaren en gebruikers en het reguleren van de vele positieve en negatieve externe effecten van ruimtegebruiken. Over de verhouding tussen loslaten en structureren twisten Jolai van der Vegt en Max Remerie in onze stellingrubriek. Wendy de Hoog en Tom Daamen laten via het project HafenCity in Hamburg zien dat succesvolle gebiedsontwikkeling vooral als leerproces moet worden georganiseerd. We moeten de huidige improvisatie hausse gebruiken om de relaties tussen experimenten en structurerende kaders centraal te stellen in leerprocessen. Dan ontstaat ook meer zicht op de vraag of het echte innovatie oplevert.

 

Stan Majoor

Hoofdredacteur Rooilijn

Lees minder