Jg.47 / Nr.1 / 2014

Column O. Naphta

Het Poldermodel Terwijl het afgelopen decennium de stervensnood is bezongen van en volop is gespeculeerd over de dood van het poldermodel, is dat in het afgelopen jaar nieuw leven ingeblazen met akkoorden tussen het openbaar bestuur en de particuliere sector. Het Woonakkoord, Pensioenakkoord en Sociaal Akkoord hebben de pretentie van hervorming. Want wat wij in […]

Lees meer →

Het Poldermodel

Terwijl het afgelopen decennium de stervensnood is bezongen van en volop is gespeculeerd over de dood van het poldermodel, is dat in het afgelopen jaar nieuw leven ingeblazen met akkoorden tussen het openbaar bestuur en de particuliere sector. Het Woonakkoord, Pensioenakkoord en Sociaal Akkoord hebben de pretentie van hervorming. Want wat wij in groter verband van de Ieren, de Grieken, de Portugezen, de Spanjaarden, de Fransen (in lethargie ondergedompeld) enzovoort eisen, willen we onszelf natuurlijk niet onthouden: hervorming van een in schulden ondergedompelde samenleving en de staat als haar belangrijkste institutie.

 

Lees minder

De strategische capaciteit van expositiecentra (Achtergrond)

Rick Vermeulen   Traditioneel waren expositiecentra in het centrum van de stad gevestigd. Inmiddels ligt meer dan de helft van de grootste expositiecentra in Europa echter buiten de stad. Door strategisch te sturen met de locatiekeuze van dergelijke grootschalige functies kunnen overheden functionele regionale structuren beïnvloeden. Maar maken ze hiervan wel gebruik? Een blik op […]

Lees meer →

Rick Vermeulen

 

Traditioneel waren expositiecentra in het centrum van de stad gevestigd. Inmiddels ligt meer dan de helft van de grootste expositiecentra in Europa echter buiten de stad. Door strategisch te sturen met de locatiekeuze van
dergelijke grootschalige functies kunnen overheden functionele regionale structuren beïnvloeden. Maar maken ze hiervan wel gebruik? Een blik op de recente ontwikkelingen in Amsterdam, Frankfurt, München en Milaan.
350-001

 

Lees hier het hele artikel

Lees minder

Redactioneel

Lulkoekbingo   Op internet duiken al lange tijd geinige spelletjes op die je kan spelen tijdens eindeloze vergaderingen. Het zijn bingokaarten waar de spelers bij kunnen houden welke loos jargon gebezigd wordt. Eigenlijk werkt het simpel: heb je een rijtje vol met uitdrukkingen als ‘resultaatgericht’, ‘een stuk kwaliteit’, ‘win-winsituatie’, ‘pro-actief’, ‘integrale aanpak’, ‘piketpaaltjes slaan’ en […]

Lees meer →

Lulkoekbingo

 

Op internet duiken al lange tijd geinige spelletjes op die je kan spelen tijdens eindeloze vergaderingen. Het zijn bingokaarten waar de spelers bij kunnen houden welke loos jargon gebezigd wordt. Eigenlijk werkt het simpel: heb je een rijtje vol met uitdrukkingen als ‘resultaatgericht’, ‘een stuk kwaliteit’, ‘win-winsituatie’, ‘pro-actief’, ‘integrale aanpak’, ‘piketpaaltjes slaan’ en ‘synergie’, roep dan luidkeels: ‘lulkoek’!

 

Ik moet er aan denken omdat het altijd zeer verleidelijk is om na de jaarwisseling een planologische lulkoekbingokaart van het afgelopen jaar te ontwerpen. Onze columnist O. Naphta is hier trouwens beter in. De talige wereld van de ruimtelijk ordening is erg gevoelig voor dit soort grapjes. Hoe komt dat? Is het een leeghoofdig vakgebied van hypes, slordig taalgebruik en verhullende frases? Ik denk dat het eerder komt door de verbindende functie die taal heeft tussen partijen die elkaar in de ruimtelijke ordening steeds nodig hebben. Dat vereist tactisch opereren. Een analogie met de befaamde tv-interviewtjes na sportwedstrijden is snel gemaakt. Terwijl de teamsportende voetballer een volmaakte lulkoeker is met frases als “ja… en toen liepen we achter
de feiten aan”, drukken de frisse schaatsers zich uit in klare taal. Zij zijn individuele sporter en hoeven veel minder voorzichtig te zijn.

 

In de richtlijnen van Rooilijn staat uiteraard dat we inhoudsloos jargon zo veel mogelijk willen vermijden om te voorkomen dat ons blad zelf met een bingokaart in de hand gelezen wordt. Vast staat echter dat achter ruimtelijke ingrepen een heel talig vakgebied zit vol linguïstische constructies. Terwijl beleidsmakers zich hier in moeten bekwamen om succesvol te opereren, zouden wetenschappers deze termen fijntjes moeten ontleden en ontmaskeren. Een bezigheid die echter steeds meer onder druk komt te staan door de (te) nauwe verwevenheid met de praktijk. Een kritische blik op ons taalgebruik mag nooit ontbreken, want taal vormt sterk hoe we kijken en denken. Af en toe een spelletje lulkoekbingo om eens flink te lachen om zoveel talige ‘excellentie’ kan daarbij absoluut geen kwaad.

 

Stan Majoor

Hoofdredacteur Rooilijn

Lees minder