Jg.47 / Nr.2 / 2014

Redactioneel

Lokale Lente   Omdat gemeenteraadsverkiezingen gedomineerd worden door landelijke politieke kopstukken, ontstaat er al snel het idee dat ze niet van belang zijn. Niets is minder waar. Ruimtelijke ordening is altijd al een typisch lokale zaak geweest. Recente decentralisaties in de sociale sector bezorgen gemeenten ook daar veel nieuwe taken. Op het raakvlak van beide […]

Lees meer →

Lokale Lente

 

Omdat gemeenteraadsverkiezingen gedomineerd worden door landelijke politieke kopstukken, ontstaat er al snel het idee dat ze niet van belang zijn. Niets is minder waar. Ruimtelijke ordening is altijd al een typisch lokale zaak geweest. Recente decentralisaties in de sociale sector bezorgen gemeenten ook daar veel nieuwe taken. Op het raakvlak van beide beleidsterreinen zien we de opkomende populariteit van wijkondernemingen. In Amsterdam verbindt de gemeenschap Lokale Lente – goede naam voor de tijd van het jaar – verschillende initiatieven. Zij laten zien dat bewoners, ondernemers en een groeiende groep faciliterende professionals juist op lokaal niveau innovatieve oplossingen realiseren. Winkelstraten worden gepimpt, leegstaand gemeentevastgoed getransformeerd en zorgtaken overgenomen.

 

People oriented planning noemt Patsy Healey dit in het interview dat we met haar afnamen. Uiteraard leidt deze ontwikkeling tot ideologische en praktische vraagstukken. In hoeverre kunnen buurtbewoners overheidstaken rondom zorg, veiligheid en stedelijke ontwikkeling overnemen? En is het erg wanneer hierdoor grote(re) verschillen ontstaan tussen plekken waar dit goed van de grond komt of juist achterblijft? In hoeverre lukt het bestaande instituties een dergelijke vorm van zelforganisatie te faciliteren? Gemeenten opereren nu vaak in een spagaat tussen enerzijds loslaten en anderzijds het waarborgen van publiekrechtelijke taken zoals gelijkheid en rechtszekerheid.

 

Het inspirerende van het lokale zit deels in het tegenwicht tegenover de grote, onpersoonlijke modernistische beleidskaders die zo goed pasten bij de vorige eeuw. Annalies Teernstra en Joep Albers concluderen in deze Rooilijn dat we ook geen wonderen mogen verwachten van dit soort burgerkrachtinitiatieven. Ik denk dat we ze moeten koesteren in hun kleinschaligheid en pragmatisme. Gebaseerd op deze uitgangspunten zou de gemeentelijke overheid zelf kunnen innoveren. Voor een krachtiger en gedifferentieerder lokaal beleid zijn wel meer eigen belastinginkomsten nodig. Het is iets waar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten al jarenlang voor pleit. De landelijke politiek wil er niet aan. Zolang het meeste geld via Den Haag rondgepompt wordt, blijft de potentie van het lokale onderbenut.

 

Stan Majoor – hoofdredacteur Rooilijn

Lees minder

Interview Patsy Healey

“Puzzling towards people-oriented planning”   Patsy Healey is one of the most prominent, productive and highly praised planning academics of our time. During her career, the connection between practice theory and normative perspectives on planning has been a central concern. As professor emeritus at Newcastle University, she recently became involved in a rural development planning […]

Lees meer →

“Puzzling towards people-oriented planning”

 

Patsy Healey is one of the most prominent, productive and highly praised planning academics of our time. During her career, the connection between practice theory and normative perspectives on planning has been a central concern. As professor emeritus at Newcastle University, she recently became involved in a rural development planning practice in the North of England, a typical example of trending towards ‘people oriented planning’ in practice. Rooilijn spoke with Patsy Healey during her recent visit to Amsterdam, a city that has a special place in her academic work.

 

Click here to read the whole interview.

 

RL14-02 Interview Patsy Healey 2

 

 

Lees minder

Projectontwikkelaars steken de grens over

Thijs de Graaf   Vastgoed en de ontwikkeling ervan zijn een sterk plaatsgebonden product en proces. Vraag, aanbod, regelgeving en de fysieke omgeving hebben een grote invloed op ontwikkeling van vastgoed. Beperkt deze plaatsgebondenheid de mogelijkheden voor de projectontwikkelaar om te internationaliseren? Dit artikel richt zich op het ruimtelijk strategisch gedrag van de (internationaliserende) Nederlandse […]

Lees meer →

Thijs de Graaf

 

Vastgoed en de ontwikkeling ervan zijn een sterk plaatsgebonden product en proces. Vraag, aanbod, regelgeving en de fysieke omgeving hebben een grote invloed op ontwikkeling van vastgoed. Beperkt deze plaatsgebondenheid de mogelijkheden voor de projectontwikkelaar om te internationaliseren? Dit artikel richt zich op het ruimtelijk strategisch gedrag van de (internationaliserende) Nederlandse projectontwikkelaar: waar is de Nederlandse projectontwikkelaar actief en welke strategische afwegingen maakt hij bij marktpenetratie?

 

Lees hier het hele artikel.

Lees minder

Column O. Naphta

Schuld Voor wie denkt dat het met ‘onze economie’ (wie is ‘ons’?) weer de goede kant opgaat, en daarmee met de investeringen in woning- en stedenbouw, wil ik even het schuldprobleem behandelen. Er zijn diverse soorten schuld. Als oorzaak: Klaas heeft Mien aangereden. Als gevoel: Piet heeft Mien verwaarloosd. Als financieel feit: Mien heeft 3 […]

Lees meer →

Schuld

Voor wie denkt dat het met ‘onze economie’ (wie is ‘ons’?) weer de goede kant opgaat, en daarmee met de investeringen in woning- en stedenbouw, wil ik even het schuldprobleem behandelen. Er zijn diverse soorten schuld. Als oorzaak: Klaas heeft Mien aangereden. Als gevoel: Piet heeft Mien verwaarloosd. Als financieel feit: Mien heeft 3 ton hypotheekschuld. Zij moet die vroeger of later aflossen en er veel rente over betalen. Mien heeft veel geld uitgegeven (geïnvesteerd) dat ze in de toekomst nog moet verdienen.

 

Onze (?) economische crisis is een schuldencrisis, waarvan de oerschuld ligt in het verstrekken van hypotheekleningen aan arme Amerikaanse gezinnen. Die subprime leningen werden door banken en verzekeraars in parten geknipt, daarna verpakt en met prettige rente verkocht, verhandeld, opnieuw verknipt en herverpakt met nog prettiger rente wederverhandeld enz. Net zolang tot het vertrouwen in de zoveelste herverpakking was verdampt. Welke stenen, vroeg de kleine pakketkoper, staan nog borg voor dit samengestelde pakket van menghypotheken? Niemand wist het nog, weg vertrouwen, weg allerprettigste rente-inkomsten, crisis. Ja, een complete systeemcrisis vanwege de wereldwijde omvang van de pakketjeshandel.

 

Economen kennen maar één middel om schulden af te betalen: groei, liefst met een flinke scheut inflatie, waardoor schulden minder waard worden. Wat zegt menige Nederlandse eigenaar van een hypotheekschuld? Ik ga aflossen, ik laat mij door Rutte geen nieuwe auto aanpraten. Helpt dat? In 2013 is € 2 miljard hypotheekschuld afgelost. Veel geld? Dat is 0,3% van de Nederlandse hypotheekschuld die (alleen voor woningen) € 669 miljard bedraagt. En dat is weer 108% van het Nationaal Inkomen (NI). De totale schuld van particuliere huishoudens en bedrijven bedraagt 223% van het NI. Alleen de samenlevingen van België, Denemarken, Ierland, Portugal en Zweden komen daar bovenuit. Genoemde staten en de onze laten dus toe wat henzelf verboden is: de staatsschuld mag maar 60% het NI bedragen bij een nominale groei van 3% van dat NI. Dat halen we lang niet.

 

Door de vanaf 2013 verplichte aflossing wordt de schuldenberg in 2025 slechts 3% kleiner, berekenen Schilder, Conijn en Eskinasi in De Nederlandse hypotheekschuld in 2025 (Amsterdam School of Real Estate (ASRE), 2012). Zij schrijven: het grootste deel van de ‘aflossingen op de hypotheekschuld heeft plaats via woningmarktverlating.’ Anders gezegd: verzorgingshuis, hospice, overlijden. Zelfs al er geen koopwoning meer bijkomt in Nederland stijgt de hypotheekschuld tot € 800 miljoen. En zoals alles is ook de schuld ongelijk verdeeld. Wie het geld het hardst nodig heeft, de 25-60 j, draagt de grootste hypotheekschuld, een 39-jarige gemiddeld € 131.000. De grijsaard van 70 zit op een hoopje van € 7.000 hypotheekschuld.

 

Vroeger op de HBS had ik een leraar staathuishoudkunde die er lol in schiep om economische problemen zo ingewikkeld mogelijk te maken. ‘We gaan nu naar de echte economie’ riep hij dan. In dit geval zou hij met het begrip schuldvermenging op de proppen zijn komen: schuldeiser en schuldenaar zijn dezelfde persoon. Of staathuishoudkundig: binnenlandse schuld is eigenlijk schuld aan jezelf. Alleen troostrijk voor bezitters van staats- en bankobligaties. Tegenover schulden hebben onze gezinshuishoudens ca. € 400 miljard aan spaartegoeden. De pensioenbesparingen reken ik niet mee, want dat is toekomstig inkomen.  Resteert een financieringsgat tussen alle langlopende leningen en de spaartegoeden van bedrijven en gezinshuishoudens, dat € 500 miljard beloopt. Dat is internationaal gezien erg hoog, door al die hypotheekleningen. Dat financieringsgat moet op de dezelfde kapitaalmarkt worden gefinancierd waaruit ook Griekenland en Portugal krediet (toekomstig inkomen) krijgen om nu te overleven, straks af te betalen met de verkoop van olijven en goedkope vakanties. Zie hier het vreselijke dilemma van de Nederlandse
hypotheekschuldenaar: gedongen aflossen én alsmaar vakantie houden in de olijflanden. Eigen schuld.

Lees minder