Jg.51 Nr. 4 / 2018

Redactioneel – Duurzame urgentie

Het was pas toen er iemand mijn kamer op de Rijksuniversiteit Groningen kwam inspecteren op aardbevingsbestendigheid, dat de urgentie van het probleem van de aardgaswinning echt tot mij doordrong. De boeken mochten niet langer op de hoogste planken van de kast staan, omdat ze wanneer de grond zou gaan trillen, op mij en mijn kamergenote […]

Lees meer →

Het was pas toen er iemand mijn kamer op de Rijksuniversiteit Groningen kwam inspecteren op aardbevingsbestendigheid, dat de urgentie van het probleem van de aardgaswinning echt tot mij doordrong. De boeken mochten niet langer op de hoogste planken van de kast staan, omdat ze wanneer de grond zou gaan trillen, op mij en mijn kamergenote zouden kunnen vallen. Maar ook nadat ik me bewust was geworden van de onaanvaardbare gevaren die ontstaan zijn door meer dan vijftig jaar boren in de bodem, ontbrak het me aan een duidelijk handelingsperspectief.

 

Dat komt omdat het gaat om een probleem van collectieve actie, waarbij mensen bij urgente problemen die iedereen treffen toch op elkaar gaan staan wachten, ondanks dat ze beter af zouden als ze subiet de handen ineen zouden slaan. Dat is niet omdat ze te suf zijn, maar vanwege de aard van het probleem; als ze als individuen aan de slag gaan om het op te lossen, kunnen anderen zonder zich in te spannen gratis meeprofiteren. De klassieke oplossing van dit probleem ligt in de rol van de staat, die alle betrokkenen kan verplichten om mee te werken, en de lusten en lasten eerlijk kan verdelen.

 

De tragedie van de Groningse gaswinning is echter een miniatuurversie van het wicked problem van de klimaatverandering. In beide gevallen gaat het om een specifieke vorm van een probleem van collectieve actie, waarbij de kosten en baten van het collectieve goed niet evenredig verdeeld zijn over tijd en ruimte. Er is bovendien geen overkoepelde overheid die alle betrokken kan of wil dwingen tot een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten van het collectieve goed. En vaak ontbreekt het de verliezers, zij die in de verkeerde gebieden wonen, aan politieke macht om hier iets aan te doen.

 

Met dit themanummer van Rooilijn willen we de urgentie van de duurzaamheidsopgave benadrukken, en onderzoeken we de stand van zaken bij gebiedsontwikkeling.

 

Carla Huisman
Eindredacteur Rooilijn (c.j.huisman@tudelft.nl)

Lees minder

De vastgoedvoorraad Paris Proof in 2050?

Lizzy Butink en Bart Louw   In december 2015 is in Parijs door 195 landen afgesproken dat de CO2-uitstoot drastisch omlaag moet worden gebracht. Het doel is om de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden te beperken. Helaas zijn de Verenigde Staten – verantwoordelijk voor bijna 18 procent van de mondiale CO2-uitstoot en […]

Lees meer →

Lizzy Butink en Bart Louw

 

In december 2015 is in Parijs door 195 landen afgesproken dat de CO2-uitstoot drastisch omlaag moet worden gebracht. Het doel is om de opwarming van de aarde tot maximaal twee graden te beperken. Helaas zijn de Verenigde Staten – verantwoordelijk voor bijna 18 procent van de mondiale CO2-uitstoot en na China de grootste vervuiler – onder Trump uit het akkoord gestapt. Desalniettemin zijn er in Parijs scherpe en grootse doelen gesteld. En dat is hard nodig. Maar wat betekenen die afspraken eigenlijk voor Nederland en haar gebouwde omgeving? En nog belangrijker, hoe komen we daar?

Verder lezen? Klik hier.

 

Lees minder

Interview – Arun Jain door Ingo Bousema

Rectification: the invertiewer of this interview is Ingo Bousema Arun Jain has over three decades of US and international experience in urban design and urban strategy, in practice and academia. He was Portland’s first Chief Urban Designer (2003-2009) and has worked on public and private urban development projects in over 105 cities across 42 countries. A […]

Lees meer →

Rectification: the invertiewer of this interview is Ingo Bousema

Arun Jain has over three decades of US and international experience in urban design and urban strategy, in practice and academia. He was Portland’s first Chief Urban Designer (2003-2009) and has worked on public and private urban development projects in over 105 cities across 42 countries. A Fellow of the American Institute of Certified Planners, he was invited by the Urban Land Institute to reflect on Haven-Stad. He also spoke at and contributed to the reader of the international ‘Up Close and Liveable’ conference on the 22nd of June 2018 in Amsterdam. We asked him about his ideas on designing the city of tomorrow.

 

Meer lezen? Klik hier

Lees minder

Column O. Naphta – Urgent pragmatisch

Ik schrijf dit op de dag dat waarop de Urgendazaak in hoger beroep dient. In 2015 veroordeelde de rechtbank de regering tot nakoming van afspraken om in 2020 de CO2-uitstoot te verminderen tot 75% van het volume van 1990. Met het huidige tempo (13% vermindering sinds 1990) lukt dat van geen kanten. De regering faalt […]

Lees meer →

Ik schrijf dit op de dag dat waarop de Urgendazaak in hoger beroep dient. In 2015 veroordeelde de rechtbank de regering tot nakoming van afspraken om in 2020 de CO2-uitstoot te verminderen tot 75% van het volume van 1990. Met het huidige tempo (13% vermindering sinds 1990) lukt dat van geen kanten. De regering faalt dus in nakoming van, ja, van wat? Belofte? Politieke doelstelling? Toezegging? Nee, een contract (overeenkomst) vinden de Urgenders, de rechter in eerste aanleg vond dat ook. Het regeringsvoornemen werd dus heel serieus genomen, bloedserieus.

 

De regering verweert zich in hoger beroep met de stelling dat de rechter (derde macht) zich niet heeft te mengen in de besognes van de tweede (uitvoerende) en eerste (wetgevende) macht. Kennelijk minder zeker van haar zaak en naar goede politieke traditie in dit land, houdt ze het niet bij principieel verweer, maar werpt ze allerlei inhoudelijke verweermiddelen in de strijd: buitenlandse invloed op milieu, mankementen in de uitvoeringsmiddelen enzovoorts. Dit past in de eeuwenlange koopmanstraditie van het Nederlandse openbaar bestuur: PRAGMATISME BOVEN PRINCIPES.

 

Lang geleden heb ik al eens betoogd dat de Nederlandse politieke cultuur uitblinkt in het omsmeden van principiële kwesties tot in geld, vierkante meters e.d. uitdrukbare, dus begrijpelijke, technisch oplosbare kwesties waarover compromissen gesloten kunnen worden (jij euro’s, ik meters). Van de weeromstuit wordt van technisch oplosbare kwesties (rekeningrijden: de gebruiker betaalt) dan een principiële grondsituatie gemaakt. Wezenlijke zaken (euthanasie) laat men graag aan de rechter over, de onafhankelijke derde macht.

 

De Urgendazaak werpt weer eens licht op de vraag welke betekenis mag/moet worden gehecht aan doeluitspraken van openbare bestuursorganen. Wordt de gemeente Tiel straks voor de rechter gesleept, omdat de doeluitspraak van het omgevingsplan DUURZAAM over 6 jaar niet is gehaald? En hoe zit dat dan met de stellige beloftes over de huurhoogte aan de bewoners van gerenoveerde woningen in stadsvernieuwingswijken anno 1980? In ons onderwijs wordt bitter weinig aandacht besteed aan het wezen van onze staatsinrichting: de ordening (Grondwet) van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de staat, burgers en hun samenleving en de ordening van al dat moois binnen de staat en zijn organen, van parlement en Raad van State tot de Raadscommissies van Tiel (Organieke wetten). Ik vrees dat dat ook voor onze planologieopleidingen geldt. Veel gepraat over governance, maar weinig kennis en begrip van de verdeling van verantwoordelijkheden en
beslissingsbevoegdheid.

 

Onze ruimtelijke ordening staat met beide benen diep in de modder van de pragmatische koopmanstraditie. Sinds jaar en dag worden met groot gemak nieuwe maatschappelijke trends zonder veel nadenken worden geabsorbeerd, waardoor een beetje plan knakt onder de loodzware last van doelen op gebieden zoals democratisering (inspraak), socialisering, identiteitsbevordering, stimulering van economische groei en duurzaamheid. Nooit lees je de vraag: kan dit doel worden bereikt door (her)ordening van functiebestemmingen in de fysieke ruimte? Zo ja hoe en in welke mate? Zo nee, mag het dan geschrapt worden? Nee dus! Met urgent pragmatisme worden onmogelijke en onderling tegenstrijdige doelen omgesmeed tot romige uitdagingen in teksten die niet bestand zijn tegen logica. De Urgendazaak haalt bij mij de dubbelvraag naar boven of een doelstelling zoals over CO2- uitstoot in het heersende neo-liberale marktstelsel kan worden bereikt door collectieve actie vanwege de staat en zo ja wie daar dan voor opdraait. Het stelsel berust immers op najagen van individueel eigenbelang als motor van welvaartsgroei. En de consequenties? Gedenk het recente, even onverwachte als in zijn consequenties ondoordachte besluit om Nederland van het Groningse aardgas af te helpen. Zouden het niet dezelfde mensen zijn die al jarenlang genieten van de zegeningen van marktprijzen op de arbeidsmarkt, in de sociale huursector, de ov-sector, dezorgsector, de onderwijssector?

Lees minder