Column O. Naphta – Een praktisch vak?

Een praktisch vak?

 

Nou, voegde mevrouw Naphta mij ooit toe, jullie

planologen denken een heel praktisch vak te hebben,

maar een plan is natuurlijk puur theorie. Wees eerlijk,

ze had gelijk. Op de keper beschouwd is een plan een

aaneenrijging van veronderstellingen, die uitgaat

van de basishypothese dat een vooraf gedefinieerd

ruimtelijk probleem erdoor wordt opgelost. De definitie

van dat probleem is doorgaans het resultaat van

touwtrekkerij tussen partijen die hun eigen kijk op

de werkelijkheid koesteren. Framing heet dat in onze

jaren, een zelfkazend construct van veronderstellingen

over wat de werkelijkheid is, hoe die zo is gekomen, hoe

die functioneert. Het frame heeft nog meer praatjes,

want voorgaande veronderstellingen over wat de werkelijkheid

is etc. worden vervolgens getoetst aan een

werkelijkheid waarin dat probleem de wereld uit is. En

waar haal je de bouwstenen (waarden en normen) van

de hypothese van de probleemloze wereld vandaan?

Er zijn twee mogelijkheden: onderzoeken of verzinnen.

Onderzoek natuurlijk, oppert de precieze, als je het

tenminste goed wilt doen. Nee, intuïtie x trendgevoeligheid

x wat-iedereen-wel-aanvoelt en welke-kant-hetopgaat,

profeteert de rekkelijke. Hoe dan ook zijn dit

eerste stappen in planprocessen die algauw een jaar of

meer in beslag nemen. Een hoge stapel veronderstellingen,

dat is het.

 

Op die hoge stapel rust het plan, op z’n best een bundel

theorieën in de vorm van tekeningen en schrijfsels.

Rekkelijk of precies, de slang bijt in zijn eigen staart.

Een plan van een grote strekking, een strategisch

stadsplan met een uitvoeringstermijn van een jaar of

tien, is gebouwd op onderzoek dat het best met wetenschappelijke

methodes wordt uitgevoerd. Dus onderzoekshypotheses

opstellen, feiten omtrent ruimtelijke

gedragingen opsporen en interpreteren, de samenhang

ertussen (re)construeren, hun oorzaken bestuderen,

hun invloed op het veranderende ruimtegebruik ontleden,

toekomstige structurele ontwikkelingen of disrupties

toetsen. In al dat werk wordt men bedolven onder

de hoeveelheid veronderstellingen, theoretische noties

en mogelijkheden tot foute keuzes, om van hineininterpretieren

en manipulatiemogelijkheden maar te zwijgen.

Het maakt niet uit of je schrijft of tekent, ontwerpend

onderzoekt of onderzoekend ontwerpt. De ontwerper

schetst suggestief, zich beroepend op creativiteit om te

ontsnappen aan klemmende vragen naar verklaringen,

om maar te zwijgen van bewijzen. Hij tekent sprookjes

die altijd goed aflopen. Dat is een voorsprong op de

immer twijfelende schrijver, want niemand investeert in

een sprookje dat slecht afloopt.

 

Net zoals de ontwerp-tekening is de planologische tekst

een veronderstelling van een toekomstige wereld en

daarmee per definitie een theorie. De planoloog wordt

geacht zijn bundel hypotheses zo op te schrijven dat die

getoetst kan worden door een ander, niet zelden aan

de hand van criteria waarop hij geen invloed heeft. Hij

moet zijn onderzoeksuitkomsten logisch beredeneren

en zelfs kunnen bewijzen, anders wordt hij allicht niet

geloofd. Waarom díe uitkomst? Waarom afzien van die

zesde baan? Kantorenpark? Minder auto’s over twintig

jaar? Vergt schrijven dan toch meer dan tekenen? Een

grondregel van het recht stelt dat niet bewezen kan

worden dat iets niet bestaat, van de planoloog wordt dat

zonder pardon gevraagd.

 

Theorie van de zwakst toetsbare soort en uit een

oogpunt van logica van het laagst denkbare niveau

ligt besloten in de modieuze buzz words waarmee de

planologische hemel wordt bestormd: duurzame stad,

energieneutrale stad, cradle-to-cradle plan. Voor

duurzaam bestaat geen meetbaar criterium en alles wat

bewegen moet verbruikt energie. De eerste hoofdwet

van de themodynamica – de som van energie-uitwisseling

tussen een systeem en zijn omgeving is altijd nul

– gaat niet op voor mijn auto of mijn fiets. De tank is leeg

en moet gevuld, anders rijdt-ie niet. Eigenlijk zegt de

tweede hoofdwet dat al: zelforganisatie in een chaotisch

systeem is alleen mogelijk als er energie wordt

toegevoegd. ’t Is net plannen maken: energie toevoegen

aan de chaos…