Column O. Naphta – Evolutieplanoloog

Onderhand heeft ieder vakgebied wel een evolutionaire benadering. De daders noemen zich evolutiebioloog, evolutie-econoom, evolutiegeograaf, evolutiesocioloog, maar waar is de evolutieplanoloog? Ik kom erop door een special van Regional Studies, een deftig blad vol evolutionaire economische geografie (eeg). Er zijn drie kernbenaderingen in de eeg: de algemeen Darwinistische (variëteit, selectie, vasthouden); de complexiteitstheorie (aanpassing door kennis & innovatie; systeemeigenschappen) en padafhankelijkheid (hoe kom je erop, waarom blijf je er op doormodderen en raak je ingesloten, hoe kom je er vanaf?). Fatsoenlijk vertalen tilt halfduistere wetenschappelijke mystiek naar het licht.

Nou zijn er meteen twee moeilijkheden: (1) hoe houd je symptomen en oorzaken uit elkaar? En (2) wij planologen verklaren niks, we maken iets. Voor behandeling van de eerste moeilijkheid verwijs ik naar Uren met Henk Broekhuis (1978), een doorwrochte studie over eigentijdse gemeenplaatsen door prof. dr. Karel van het Reve. Verhandelingen over gemeenplaatsen zoals ‘je kan de feiten niet begrijpen als je de achtergronden niet kent’ en ‘niet de symptomen moeten bestreden worden, maar de oorzaken’ zijn afdoende om ooit nog te proberen oorzaken achter symptomen te zoeken. Achter iedere oorzaak schuilt tot vervelens toe weer een nieuwe oorzaak, om van de symptomen maar te zwijgen.

De tweede moeilijkheid is deze. Planologen zijn er niet op uit iets te verklaren, maar iets te maken, een dorpscentrum, een nieuw stadsdeel, een recreatieoord, een wegennet. Desnoods willen ze iets herstellen dat door een vorige generatie vakgenoten grondig is verknald. Moeten wij de feiten kennen om iets te maken? Maakt het eigenlijk uit of we de oorzaken weten van het aanhoudende vertrek van mensen uit dorp A naar stad B, of andersom? Oorzaken van het symptoom ‘vertrek’ worden vaak breed uitgemeten: geen werk, geen school, geen winkel meer, sterk vergrijsde dorpsbevolking, beroerde identiteit.

Dorp A ‘doet het niet goed’ wordt dan gezegd in een poging de oorzaken op begrijpelijke wijze samen
te vatten. Dat daarvoor naar een taalniveau wordt gegrepen waarop het gemiddeld intelligente huisdier wordt aangesproken (‘Bobby af’, ofwel: ‘je doet het niet goed’), is een symptoom van de voortwoekerende analfabetisering. Er zijn nu 2 miljoen functioneel analfabeten in ons land tegen 1 miljoen pakweg 15 jaar geleden. Het gemiddeld taalniveau is aangeland op dat van een 11-jarige. Oorzaak dunkt me: ingesloten padafhankelijkheid. Interessant vak, die evolutionaire economische geografie.

Nu zijn de dorpelingen uit A vrije mensen. Vrij om naar B te vertrekken, vrij om te vergrijzen of om niet te werken, vrij om geen identiteit te bezitten of met de medemens te converseren op het niveau van hun huisdier – Feesboek is hier de toepasselijke leerstof. In die onontwarbare kluwen van vrijheden is niet te ontdekken of het conver- satieniveau nu symptoom of oorzaak is van de laatste kruidenier, schoolsluiting of non-existente identiteit. Onze planologische kernkwestie gaat daaraan voorbij. Wij flansen een nieuw dorpscentrum in elkaar, of dat nu een aspirientje is of een operatie om een nieuwe identiteitsprothese aan te zetten. Wat (non-)identiteit betekent weten we niet. Het ontbreken van identiteit wordt doorgaans verklaard met onbegrijpelijke parabels die vastlopen in circulaire redeneringen en verwarring van de begrippen zelfbeeld en identiteit.

Wat doet nu de evolutieplanoloog? Hij past een complexiteitsoplossing toe op een padafhankelijkheidsprobleem en giet daarover een Darwinistische saus uit. De prothese heeft tijd nodig om te zetten, in te slijten in de gemeenschap (gemeenschap?). Wat meer variëteit en selectie zou wel wenselijk zijn, schrijft zij in de plantoelichting. Bedoeld wordt: het beste is de hele dorpsbevolking op transport te zetten naar een bejaardenoord en te vervangen door enthousiaste, jonge mensen die nog wat willen in het leven. Maar het is symptomatisch dat het probleem bij de wortel aanpakken niet de bedoeling is van de evolutieplanoloog.