Column O. Naphta – Institutieachtergrond

Willem Salet is een academische planoloog met een institutieachtergrond en ik ben er een met een baksteenachtergrond. Zo zie je maar weer dat op het eerste gezicht onzinnige nieuwspraak (CBS, op uitnodiging van de Tweede Kamer) wel degelijk nut afwerpt om menselijke wezens te typeren. Een baksteenplanoloog is iemand die problemen te lijf gaat, woningen bouwen om tekorten op te heffen, het kantorenoverschot slopen, eilanden voor de kust opspuiten. Handen uit de mouwen dus. Pas het laatste kwart van mijn loopbaan drong het tot mij door dat er zoiets als een institutionele benadering was ontstaan. In het begin kreeg ik er geen vat op. Eerst moest tot mij doordringen dat academische mensen die zich daarmee bezig houden helemaal geen plannen maken om problemen op te lossen, maar studeren op het doen en laten van baksteenplanologen, hoe die dat doen en daarin door hun omgeving worden beïnvloed, om niet te zeggen gemanipuleerd.

 

Een ervaring in het verleden had bij mij achterdocht gezaaid. Universitaire types hadden een neo-marxistische analyse gemaakt van een stadsvernieuwingsplan dat ik had gemaakt. De bevlogen geleerden ontmaskerden dat plan als steun aan de instandhouding van het monopoliekapitaal. Bij navraag bleken ze daarmee te bedoelen dat de arbeidersklasse door woningverbetering van haar revolutionaire elan zou worden afgehouden en dat zou de wetmatig noodzakelijk ondergang van het kapitalisme maar onnodig ophouden. Enfin, de bewoners waren destijds tamelijk content met hun gerenoveerde woningen en van dat monopoliekapitaal hoorde je alleen nog wat bij een crisis.

 

In het voetspoor van zijn leermeester is Willem de aanstichter van mijn evolutie van baksteenstapeling naar nadenken over mijn plannenmakerij. Ik heb Willem voor het eerst in 1983 ontmoet. Wij bleken lid van dezelfde politieke partij die er toen een soort wetenschappelijke commissies op nahield waarin werd nagedacht over het volkshuisvestingsbeleid. Dat bestond toen nog. Willem was de baas van die commissie. Niemand ging ooit naar huis met een ontevreden gevoel over de voorzitter. Willem dacht toen al meer na dan ik en is dus allang geen lid meer van die partij, maar misschien ook weer wel. Ik bleef maar plakken zoals een roker die weet dat-ie fout zit, maar uit geestelijke luiheid geen werk maakt van zijn voornemens.

 

Ik ben niet omgeschakeld, maar heb er een nieuwe dimensie bij gekregen, de bewustwording van de reparatiehandeling op zichzelf. Ik ben gaan nadenken over dat stapelen als sociale handeling in een complexe omgeving. Deze laatste zin zou ik twintig jaar geleden nooit uit mijn pen hebben gekregen. Nou is sociale handeling ook alweer zo’n begrip. Asociaal handelen, andermans fiets, tekst (plagiaat) of plan (in kunstenaarskringen spreekt men van citeren) stelen, dat zijn immers ook vormen van sociaal handelen. Nou kennen we dat toevallig ook in de baksteenplanologie: ook een fout plan is een plan.

 

Al met al ging er een nieuwe wereld voor me open: je kunt je niet zomaar aan je omgeving onttrekken. Zonder erbij na te denken – daar heb je het al – ben ik lange tijd een werktuig ben geweest in handen van een of meerdere instituties. Onbewust heb ik ze gediend, bestendigd en aangepast aan nieuwe omstandigheden door mijn plannenmakerij, ook al begreep ik langzamerhand dat zo’n institutie niet makkelijk te vatten is. Van het begrip institutie bestaat geen onweerlegbare en ondubbelzinnige definitie, maar ik heb wel afgeleerd om te denken dat je een duivenvereniging of een departement ongestraft een institutie mag noemen. Willem spreekt altijd over waarden. Ik verdenk hem ervan dat hij het expres een beetje vaag houdt om je te tot permanent nadenken te dwingen en je voortdurend te confronteren met de culturele complexiteit van je handelen. Dat is een grote verdienste, ook voor het stapelen van bakstenen.