Column O. Naptha – De wethouder

Column O. Naptha

De wethouder

Ik heet jullie allen hartelijk welkom op deze MAAKZaanstad.
Dit wordt superleuk, een middag vol
uitdagingen, want hier in Zaanstad zijn megaveel kansen.
Ik heb dan ook veel redenen om trots te zijn op deze
stad waaraan jullie vanmiddag gaan werken. Ja, ik hoop
dat jullie met elkaar iets gaat MAKEN, wat wij meteen
kunnen oppakken. Want er zijn hier kansen te over.
En wat zijn kansen? Ik noem ze: een rijtje huizen dat
op instorten staat, een braakliggend terrein, een leeg
fabrieksgebouw, een verlaten kantoorpand. Als je hier
rondrijdt dan kom je ze tegen. Ik zeg wel eens Zaanstad is
een pure KANSENSTAD. En wat zijn kansen? Wij noemen
ze hier laaghangend fruit. Je kunt het plukken zonder
bukken. En het is ook helemaal niet ingewikkeld. Toen ik
pas begon stoorde ik me er wel eens aan al dat gepraat
over ingewikkelde situaties en moeilijke oplossingen.
Gewoon doorpakken, dat werkt goed.

Maar wat we niet meer doen is goedkope oplossingen.
Nee, goedkoop dat doen we niet meer. Je moet eisen
stellen aan je eigen identiteit en dingen maken om die
identiteit te versterken. Hoe doen we dat? In de eerste
plaats hebben wij de Volendamnorm overboord gezet.
Wij willen niet in een nepstad wonen. Wij willen niet
klakkeloos kopiëren wat ergens anders wordt gedaan
en aandacht trekt. Wij willen geen ratjetoe van geleende
identiteiten. Daar voelt de Zaankanter niet voor en
daar voelt niemand zich in thuis. Je kan je d’r niet mee
identificeren. Ik denk dat wij tien jaar geleden de goede
weg zijn ingeslagen met het terughalen van de Zaanse
architectuur in ons nieuwe stadscentrum. Tot uit Japan
komen er dagelijks mensen kijken die willen weten
hoe je dat doet. Dat is aanknopen bij je tradities om je
identiteit te versterken. Het antwoord is eigenlijk simpel.
Je bouwt door op de tradities van je streekgebonden
architectuurtaal. ’t Was toen een kwestie van keuzes
durven maken. Nu is het een kwestie van durven
volhouden. Als wethouder ben ik de risicomanager die er
voor moet zorgen dat we niet van het padje raken. Dat is
mijn verantwoordelijkheid als politieke procesapproacher.

Jullie gaan je straks buigen over locaties die wij
beschouwen als laaghangend fruit. Die MAAK-locaties
liggen over de hele stad verspreid, vooral langs de
rivier. Want wij hebben een groot voordeel: overal
is hier water waar je wat mee kan doen. Wij vinden
het belangrijk dat de programma’s voor die gebieden
uitdrukking geven aan onze ambities, ambities die onze
stedenbouwkundige waarden vertegenwoordigen. Ook dat
is niet supermoeilijk. Ik zie het zo: een stedenbouwkundige
waarde is ambitie maal gebruik maal kwaliteit. Dat is dus
een kwestie van verbinden van wat je wilt met wat je kunt.

Een belangrijke vraag voor vanmiddag is deze: ‘van wie is
de stad nou eigenlijk?’ Daarbij moeten jullie bedenken dat
bij ons een discussie loopt over hoogbouw. Is dat nodig?
Waar kan dat? Hoeveel? Voor wie? En ook: hoe hoog? Wij
zijn daar nog niet helemaal uit, maar wij denken wel dat je
in ieder geval je hoogbouw moet doseren. En daarom ben
ik benieuwd naar jullie bijdrage. Het mag de authenticiteit
van een gebied niet aantasten, maar moet die juist
ondersteunen en daar waar nodig versterken.

Ik wil graag afronden met het volgende. Wij hebben
hier in Zaanstad de circulaire economie hoog in het
vaandel staan, juist ook voor en door de ontwikkeling.
Wij nemen daarom geen genoegen meer met makkelijke
standaardoplossingen, want wij willen in 2030 de
duurzaamste stad van Nederland zijn.
Tot de tanden toe gewapend met dit supergave
welkomstwoord gingen wij in de werkwinkels
groepsgewijs laaghangend fruit plukken.