Column O. Naptha – Piepsysteem

Volgens Nicoline van der Sijs (Chronologisch Woordenboek, 2001) is de oudste betekenis van het woord omgeving: ‘kring waarin men zich begeeft’, 1825. Omgeving is toen uit Duitsland geïmporteerd als vertaling van Umgebung. Twee dingen vallen op: in Nederland is van een sociaal begrip een fysiekruimtelijk begrip gemaakt, waarvoor we nu een wet hebben en de Duitsers niet. Tik Umgebungsgesetz in op een zoekmachine en je wordt verwezen naar de Nederlandse Umgebungsgesetz. Ik ben me van de weeromstuit in de aanmaak van de wet gaan verdiepen, geheten Regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Benutten dus. Natuurlijk, je bent een pragmatische, op nut ingestelde samenleving of niet. Tenslotte heeft de Nederlandse samenleving – ik had bijna geschreven ‘hebben we met z’n allen’, alsof ‘we’ de wereldcup hebben gewonnen – in de loop van 1.000 jaar haar omgeving zo ongeveer zelf gemaakt.

 

Na wat in- en uitpraten over ieders activiteiten die andermans ‘fysieke leefomgeving’ beïnvloeden en over belangtegenstellingen die daarbij aan het licht treden (aanleiding om regels te stellen), valt mijn oog op een onderdeel waarop de wetenschap altijd tuk is: paradigmawisseling. Παράδειγμα=Grieks=voorbeeld. De in onbruik geraakte wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn heeft daarvan volgens het door mij zelden geraadpleegde Wiki iets heel wijds gemaakt: de tijdgebonden maatschappelijke/wetenschappelijke mentale gesteldheid. Lees liever Kuhn zelf. Regering en parlement vonden het dus tijd worden onze maatschappelijke/wetenschappelijke mentale gesteldheid inzake de ruimtelijke ordening te wisselen en spreken van een stelselherziening, een ‘volledige vernieuwing van het omgevingsrecht’. Waarom? Omdat wij, gebruikers van de omgeving een ‘samenhangende benadering van initiatieven en opgaven in de fysieke leefomgeving verwachten’ benevens een ‘vergaande reductie van complexiteit in de wetgeving. […] Vanuit dit perspectief wordt het gemakkelijker te denken vanuit de gebruiker of initiatiefnemer in de fysieke leefomgeving [cursivering door de regering]. Dit perspectief vereist een integrale aanpak omdat een initiatief vaak een belangenafweging over meerdere sectoren en belangen vergt.’

 

Volledig in de ban van deze boeiende tekst las ik door. Het is een originele inleiding in de planologie. Neem de vier argumenten om van paradigma te wisselen: belangen moet je in samenhang beschouwen, burgers hebben de pest aan een gefragmenteerde overheid met ‘ongelijksoortige wettelijke regelingen’, initiatieven om de leefomgeving te veranderen liggen ‘vooral in de samenleving’ en er moet een andere bestuurscultuur komen, niet bepaald door een wettelijk stelsel, maar ondersteund door ‘passende wetgeving’. De paradigmawijziging, bekent de regering dan ruiterlijk, is niet zelf bedacht, maar sluit aan op adviezen en is politiek gemunt door de motie-Pieper (Kamerstukken II 2009/10, 32 123 XI, nr. 16. 26).

 

Pieper? Kampioen van de paradigmawisseling? De zoekmachine spuwt hem braaf uit: Hein Pieper (CDA) is theoloog en was Tweede Kamerlid van maart 2009 tot juni 2010. Een reus dus: een jaar lid van de Tweede Kamer met een footprint van jewelste, de paradigmawisseling van de Nederlandse omgeving. Eerdere pogingen tot vereenvoudiging (Wabo, Grex-wet, Activiteitenbesluit, Crisis- en herstelwet) zetten volgens Pieper geen zoden aan de dijk. De kosten van juridische procedures en adviezen stegen maar door. Alleen ‘een tabula rasa stelsel voor omgevingsrecht’ zou nog helpen. Kortom, maande Pieper de regering per motie ‘daadwerkelijk zo’n tabula rasa-opdracht te organiseren met inachtneming van een aantal principiële uitgangspunten van de democratische rechtsstaat[en] om daarbij de collega-lidstaten in de EU hieromtrent te consulteren.’ Daarna ging Pieper over tot de orde van zijn eigen dag, hij werd dijkgraaf van Rijn en IJssel. Als toelichting op zijn denkwereld bedacht hij het begrip Rijnlands Denken dat draait om ‘het zelforganiserende en zelflerende vermogen van mensen, waardengedreven sturen [en] subsidiariteit.’ Precies de Omgevingswet, ook zo’n denkend piepsysteem of een piepend denksysteem, daar wil ik afwezen.