Interview – Willem Salet

“Wat geeft je het recht te doen wat je doet?

Interview met Willem Salet door Els Beukers

 

Na 21 jaar hoogleraarschap bij de Universiteit van Amsterdam gaat Willem Salet met emeritaat. Een goed excuus om, samen met zijn collega’s Jochem de Vries en Luca Bertolini, van gedachten te wisselen over wat hem al die jaren heeft bewogen, welke veranderingen hij heeft gezien en vooral hoe hij naar de toekomst kijkt. Sociologie, planologie, recht en een vleugje voetbal, voor Salet vormen deze elementen een eenheid.

 

Naast sociologie en planologie is het recht de derde pijler in jou werk. Hoe is dat gekomen?
“Toen ik bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid werkte, werd ik ondergebracht bij een bestuurskundige en een jurist. Dat was een echte leerschool voor interdisciplinair onderzoek. Het recht werd in die tijd volgens ons te veel gebruikt als een instrument om specifieke beleidsverandering teweeg te brengen. Daar is op zich niets mis mee, maar je moet tegelijkertijd nadenken hoe je de legitimiteit van de activiteiten via het recht kunt organiseren. Anders doe je de intrinsieke betekenis van het recht tekort. Ik zie dat ook nu nog vaak gebeuren en vind dat jammer. Aanvankelijk waren de soevereiniteit- en subsidiariteitsgedachte in de planologie sterk aanwezig. Eerst werd gevraagd: ben je wel aan de beurt als planner, is het wel aan jou als planner om hier plannen voor op te stellen, wordt dat wel van jou verwacht? De soevereiniteitsgedachte gaat ervan uit dat als de gemeenschap het zelf kan oplossen, de planner op de achtergrond kan blijven. Voor die zaken die de gemeenschap niet kan oplossen, komt de planner in beeld. Volgens de subsidiariteitsgedachte wordt gekeken welke planlaag het probleem het beste kan oplossen. De gemeente begint pas als de lokale gemeenschap het niet kan. Pas als dat decentraal niet kan, worden dingen doorschoven naar een hoger niveau. De Nederlandse ruimtelijke ordening was zo door de christelijke partijen bedacht.

 

Lees hier het hele interview met Willem Salet.