Redactioneel – Andrew Switzer

Theorievorming in de Nederlandse planologie

 

God schiep de aarde maar de Nederlanders schiepen Nederland wordt weleens gezegd. Ook in het buitenland zijn concepten als Ruimte voor de Rivier, de vinexwijk of Randstad/ Groene Hart bekende kost voor planologische vakgenoten. In dit bijzondere themanummer wordt terug, en soms ook vooruit, geblikt op de theorievorming in de zes Nederlandse universiteiten die op dit vakgebied actief zijn. Diverse praktijkplanners reflecteren daarnaast op het belang van theorie in de praktijk. De rondgang leert dat planologie een discipline is waarin theorieën en concepten uit andere disciplines driftig zijn toegepast. Dit leidt tot een verscheidenheid aan invalshoeken om ruimtelijke verandering te duiden, te voorspellen en te beïnvloeden.

 

In tegenstelling tot andere disciplines bestaat een sterke traditie in de planologie van interactie met het onderzoeksobject. Naast het bestuderen en duiden proberen planologen ook een concrete bijdrage te leveren aan conceptontwikkeling en het verbeteren van planprocessen. De afgelopen decennia dreigde de balans hiertussen zoek te raken. Dit heeft veel te maken met de context waarbinnen planologisch onderzoek wordt verricht. In de universitaire wereld werd rendement steeds meer gemeten via wetenschappelijke publicaties. Daarin zijn Nederlandse planologen buitengewoon succesvol geweest. Engelstalige toptijdschriften zijn echter niet toegankelijk voor de praktijk.

 

Sinds enige tijd begint de pendel in de andere richting te bewegen. Nieuwe onderzoeksprogramma’s leggen steeds meer nadruk op snelle oplossingen voor praktijkproblemen. Hierachter gaat echter een gevaar schuil: te veel gerichtheid op het ‘oplossen’ van deze problemen en minder tijd om nieuwe theoretische inzichten te ontwikkelen. Uit gesprekken met de praktijk blijkt dat er juist voor deze abstracte en theoretische reflectie waardering en behoefte is. Manieren vinden om onderzoek te doen met voldoende aandacht voor maatschappelijke vraagstukken en vernieuwing op theoretisch vlak is een centrale opgave voor de planologie in de komende tijd. Ik kijk al uit naar een volgende theoriespecial om te kunnen lezen hoe universiteiten en praktijken hiermee omgaan.

 

Andrew Switzer

Penningmeester Rooilijn (a.w.switzer@uva.nl)