Redactioneel – Urbanisatie van de suburb

Als buitenlands planoloog was en ben ik gefascineerd door nieuwe steden zoals Almere en Zoetermeer waar (jonge) planologen de kans kregen om nieuwe stukken stad te ontwikkelen. Daarbij was kennis over hoe steden werken leidend, in plaats van marktprincipes zoals ik in Canada was gewend. Dat deze kennis in sommige gevallen ontoereikend was en een goed functionerende stad beperkt maakbaar is, blijkt uit de kritiek op de nieuwe steden. Van sommige is zelfs gezegd dat het neppe steden zijn.

Maar een stad heeft tijd nodig om volwassen te worden. Zij moet haar eigen karakter krijgen, de bewoners moeten haar zich eigen maken en er passie voor gaan voelen. De Nederlandse nieuwe steden zijn nog jong, maar toch krijgen zij al een gelaagdheid die volwassen steden kenmerkt. In deze gelaagdheid zit een eerste kiem, een voedingsbodem voor een eigen stedelijkheid. Nog worstelen zij om een eigen identiteit te vinden en hun economische kracht en cultureel leven te ontwikkelen. Tegelijk worden deze steden, die veelal voor midden-klassegezinnen zijn gebouwd, geconfronteerd met grootstedelijke sociaal-economische, politieke en demografische opgaven. Het uitgangspunt is anders en de oplossingen zullen dat ook moeten zijn. Nu de nieuwe steden richting de vijftig jaar gaan kunnen wij met zekerheid zeggen dat zij echte steden beginnen te worden.

Dit Rooilijn-themanummer, tot stand gekomen met steun van de gemeenten Zoetermeer en Nissewaard, wijdt zich aan de opgaven waarvoor de nieuwe steden staan. Wij gaan hier en tijdens de Rooilijn
Kenniskring van medio september op zoek naar een richting voor de komende vijftig jaar. In het interview bepleit Arnold Reijndorp, wiens vertrek als hoogleraar gericht op nieuwe steden aanleiding gaf voor dit nummer, een vernieuwing van het stadssociologisch onderzoek zoals oorspronkelijk begonnen door de Chicago School. Zo kan de precieze kennis worden geleverd die nodig is om de complexe stedelijke werkelijkheid een beetje beter te begrijpen en om goed beleid te voeren. Artikelen van Reijndorp’s oud-promovendi in dit nummer laten de meerwaarde van deze werkwijze voor de effectieve omgang met de opgaven waarvoor nieuwe steden staan goed zien. De opgave blijft het vruchtbaar combineren van deze praktische en contextuele kennis met de meer economische zienswijzen.

Andrew Switzer
Hoofdredacteur Rooilijn
(andrew@rooilijn.nl)