De energietransitie heeft een flinke ruimtelijke impact

Tesla Laadplein (foto: Stedin)

1 oktober 2018

Er raast een perfecte storm over de energiesector. De zeldzame combinatie van een viertal ontwikkelingen die allen op hetzelfde moment samenkomen, zorgt voor een kritisch moment. We weten bijna zeker dat de energievoorziening zoals we die nu kennen er over twee decennia anders uitziet. En de impact daarvan op de ruimtelijke omgeving is groter dan we denken. Dit artikel gaat in op die ruimtelijke impact van nieuwe, duurzame energiebronnen en infrastructuur. De fysieke leefomgeving gaat op de schop.

Er komen concreet vier ontwikkeling samen die zich in de leefomgeving gaan manifesteren. De energievoorziening wordt duurzamer, decentraler, digitaler en democratischer. En daarmee wordt de impact op de ruimtelijke ordening ook een vraagstuk dat hoog op de agenda komt te staan.  

Vier ingrijpende ontwikkelingen 

De eerste ontwikkeling is de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie. Ongeveer zes procent van het energieverbruik in Nederland wordt op dit moment opgewekt met hernieuwbare energiebronnen. Dat is nog niet veel, maar de ambities zijn hoog. In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat de uitstoot van broeikasgassen naar nul moet. Voor Nederland betekent dit dat we rond 2050 een koolstofvrije energievoorziening gerealiseerd moeten hebben. Deze uitdaging is fors en ingrijpend, in alle sectoren van de economie. De regering en lokale overheden maken steeds meer haast en de vruchten daarvan gaan we de komende jaren terugzien. Nieuwe woningbouwplannen zullen vanaf juli 2018 niet meer op een gasnet worden aangesloten. Kolen- en gascentrales maken plaats voor duurzame elektriciteitsbronnen zoals windmolens en zonnepanelen. Hernieuwbaar gas wordt in grotere volumes ingevoerd in de gasnetten. Door energiebesparing bij duurzame renovatie neemt tegelijkertijd de vraag naar energie af. Woningen worden op andere manieren verwarmd. Ook in de mobiliteit zien we de energietransitie terug. We gaan steeds vaker elektrisch rijden, zowel privé als in het openbaar vervoer. Kortom, de energievoorziening wordt snel duurzamer. 

Figuur 1. Elektrische laadinfrastructuur zal in toenemende mate terugkomen in de openbare ruimte (Beeld: Stedin)

In Nederland speelt niet alleen klimaatverandering een belangrijke rol als motivatie achter de energietransitie, maar ook de aardbevingsproblematiek in Groningen. Daarin verschilt Nederland van andere landen. De gaswinning in Groningen moet fors omlaag. Dat betekent dat ook stevig wordt ingezet op het reduceren van de vraag naar aardgas. Dat versnelt de overstap van huishoudens en bedrijven naar andere energiedragers. 

Gekoppeld aan de transitie naar hernieuwbare energiebronnen is een decentralisatie van energieopwekking. Decentraal betekent dat grote productie-installaties op centrale locaties (kolen- en gascentrales) plaatsmaken voor een groot aantal kleinere installaties op tal van plekken. Windparken worden gerealiseerd in alle provincies en het aantal zonnepanelen op daken van woningen en kantoorgebouwen blijft groeien. Agrariërs en tuinders bouwen biogasinstallaties of boren naar aardwarmte. Decentraal betekent ook dat deze installaties steeds zichtbaarder worden in de leefomgeving van mensen. De energietransitie heeft een belangrijke ruimtelijke component en gaat gepaard met vragen over ruimtelijke inpasbaarheid en draagvlak bij omwonenden.  

Duurzame energiebronnen zijn vaak variabele bronnen. De zon schijnt niet altijd en de wind waait niet altijd. Dat betekent dat we op een slimme manier productie en verbruik van elektriciteit op elkaar moeten afstemmen. Daarnaast betekent decentrale opwekking van elektriciteit door zonnepanelen en een sterke toename van het gebruik van elektriciteit voor verwarming en elektrisch vervoer, dat er schaarste aan capaciteit in elektriciteitsnetten kan ontstaan. Door slimme digitalisering van elektriciteitsnetten, de derde ontwikkeling, kunnen we oplossingen vinden om de productie en verbruik van energie beter af te stemmen. Deze golf van digitalisering overkomt de samenleving sowieso, binnen en buiten de energiesector.  

Decentrale energieproductie maakt het ook mogelijk dat individuele burgers of coöperaties van burgers zelf investeren en eigenaar worden van deze productie-installaties. Dit is de vierde ontwikkeling: democratisering van de energievoorziening. Het aantal energiecoöperaties groeit en het aantal installaties dat deze exploiteert ook. De lokale impact van deze duurzame bronnen betekent ook dat omwonenden betrokken worden. Kortom, meer power to the people; meer democratisering van de energievoorziening. 

Ruimtelijke consequenties

Wat deze perfecte storm van vier ingrijpende ontwikkelingen voor de ruimtelijke ordening betekent is niet met zekerheid te zeggen. Het eindplaatje van het nieuwe energiesysteem is nog lang niet duidelijk. Tegelijkertijd kunnen we wel een aantal consequenties schetsen. Op drie aspecten worden de ruimtelijke consequenties als eerste zichtbaar: de ruimtelijke impact van duurzame energiebronnen, de toekomst van nieuwbouwwijken en de impact van het aanleggen van nieuwe energie-infrastructuren. 

Figuur 2. Het toekomstbestendig maken van deelenergie-infrastructuur vergt ingrepen in de ruimte (Beeld: Stedin)

In 2013 besteedde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) aandacht aan de mogelijke ruimtelijke impact van een koolstofarm energiesysteem waarin de uitstoot van broeikasgassen zon tachtig procent lager is dan nu (Hoorn & Matthijsen, 2013). In deze notitie ziet het PBL vooral kansen voor de inzet van de volgende duurzame energiebronnen, in volgorde van het potentieel: bio-energie, windenergie, zonne-energie en geothermie. Voor bio-energie geldt dat een groot deel van de biomassa uit het buitenland zal moeten komen. In ons land krijgen we vooral te maken met de installaties die deze biomassa verwerken. Denk aan vergistings-, vergassings- en verbrandingsinstallaties en bijbehorende transportnetten. In 2013 waren er minder dan vijfhonderd installaties, maar dat zou kunnen toenemen tot meer dan duizend van deze bio-energie-installaties. 

Windenergie zal vooral op zee worden gerealiseerd, maar ook op land zal het aantal windturbines nog groeien, van zo’n tweeduizend naar iets tussen de twee- en achtduizend, afhankelijk van de vraag of de windturbines met kleine vermogens worden vervangen door turbines met een groot vermogen. Zonnepanelen kunnen op bestaande daken worden geïnstalleerd en in zonneweides en kunnen een ruimtebeslag innemen van een astronomische 340 vierkante kilometer. Geothermie speelt zich vooral onder de grond af, maar het aantal (bovengrondse) installaties zal toenemen van vier locaties naar tien– tot honderdtallen. Warmtekoudeopslaginstallaties groeien van 42.000 naar 100.000 locaties in 2050.  

Over de ruimtelijke impact van de energietransitie is veel meer te zeggen en bovenstaande cijfers zijn slechts een indicatie. Een uitgebreidere uiteenzetting is te vinden in Energie & Ruimte – een nationaal perspectief door Sijmons e.a. (2017) en het boek Sustainable Energy without the hot air van MacKay (2008). Deze natuurkundige becijferde voor het Verenigd Koninkrijk wat de mogelijkheden zijn voor een volledig duurzame energievoorziening en welke ruimtelijke impact dat heeft. Hoewel de situatie voor Nederland anders is, geeft dit boek wel een goed inzicht in de enorme ruimtelijke consequenties van de energietransitie. 

Een ander vraagstuk gaat over de vrijkomende ruimte door de energietransities. Bepaalde industrieën en installaties voor de productie en het verbruik van fossiele energie gaan namelijk op termijn verdwijnen. Denk aan de installaties verbonden aan de 250 in productie zijnde gasvelden in Nederland. Alleen al het Groningse gasveld telt driehonderd boorputten op twintig locaties (NLOG, z.j.). Een ander voorbeeld zijn de havens die veel fossiele energiedragers verhandelen, daar zal ruimte ontstaan voor andere handel. Kortom, de hele industrie omtrent fossiele energiewinning zal worden afgebouwd waardoor er plekken vrijkomen. 

Woonwijken van de toekomst 

Ook op een ander front zien we nieuwe ontwikkelingen die voortkomen uit de interactie tussen energie, mobiliteit en ruimte. De ontwikkeling van nieuwe woonwijken gaat steeds vaker gepaard met stevige duurzaamheidsambities. Niet alleen wordt gekeken naar de energiezuinigheid van de woningen, maar ook naar de mogelijkheden van duurzame energieproductie en slimme, schone mobiliteit. Het is niet langer vanzelfsprekend elke woning te voorzien van één of twee parkeerplaatsen voor de deur. Zo gaan de zeven steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Amstelveen, Amersfoort en Apeldoorn experimenteren met woningbouwprojecten waar bewoners elektrische auto’s gaan delen (ANP, 2018). Dat levert meer ruimte op voor groen en speelplekken. Er worden zelfs wijken gebouwd met een parkeernorm van nul. 

Door deze duurzaamheidsambities ontstaat een vraagstuk hoe de laadinfrastructuur voor elektrische (deel)auto’s moet worden gerealiseerd. Dit kan op woningniveau zodat elke woning voorbereid is op een elektrische auto voor de deur, een norm die de Europese Unie zou willen afdwingen (Middelweerd, 2016). Maar is het niet veel verstandiger om in het ontwerp van de wijk uit te gaan van laadpleinen? Deze laadpleinen kunnen eenvoudiger op het elektriciteitsnet worden aangesloten en zijn flexibeler: het vermogen aan opladers kan in de tijd gemakkelijker meegroeien met de behoefte die ontstaat. Ook ontstaat de mogelijkheid laadpleinen te combineren met duurzame elektriciteitsproductie en de laadinfrastructuur een rol te laten spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet. Voor het ontwerp van het elektriciteitsnet is het verstandig hier vooraf over na te denken en daardoor te voorkomen dat er in een latere fase extra investeringen gedaan moeten worden. In de overwegingen moet worden meegenomen dat de samenleving of specifieke doelgroepen op een andere manier naar autobezit kunnen gaan kijken. 

Ook de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s kan grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Het aantal auto’s in Nederland groeit nog steeds, maar wat als deze groei door nieuwe technologische ontwikkelingen ombuigt in een krimp? Op dit moment zijn er 8,4 miljoen personenauto’s in Nederland. Als elektrische auto’s autonoom worden kan dit aantal in korte tijd zomaar meer dan halveren. Dat betekent dat er zo’n dertig vierkante kilometer aan parkeerplaatsen vrijkomt, de oppervlakte gelijk aan die van de gemeente Haarlem.

Voor bestaande wijken heeft de elektrische auto ook gevolgen. Want waar gaan deze auto’s laden? Op dit moment maakt het nog niet zoveel uit als er enkele parkeerplaatsen gereserveerd worden voor elektrische auto’s, maar als een kwart of de helft van alle auto’s elektrisch is, gaat dit een grote druk op de openbare ruimte geven. We moeten dus nadenken of we straks alle parkeerplaatsen gaan voorzien van een eigen laadpaal, of dat we op strategische plekken laadpalen neerzetten, bijvoorbeeld bij winkelcentra en andere openbare voorzieningen. Dit zullen dan snelladers moeten zijn met hoge vermogens. Ook hier geldt: daar moeten we nu al goed over nadenken, want de impact op elektriciteitsnetten is fors en verkeerde keuzes maken is kostbaar. 

Aardgas vervangen 

Voor de netbeheerders betekent de energietransitie een immense opgave. Ongeveer zes miljoen huishoudens heeft nog een conventionele cv-ketel in huis hangen. Als we aardgas in de energievoorziening gaan afbouwen, betekent dit dat ook deze cv-ketel verleden tijd is. Een aantal alternatieven voor aardgasvrije wijken ligt nu voor de hand. Een deel van de woningen zal op stadswarmtenetten of een andere collectieve warmtevoorziening worden aangesloten. Een ander deel zal volledig geëlektrificeerd worden middels de installatie van warmtepompen. En weer een ander deel zal worden voorzien van hernieuwbare gassen zoals groen gas of waterstof, in combinatie met een hybride warmtepomp. 

Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij elektrificatie van woningen geldt dat de woningen ingrijpend aangepast moeten worden, namelijk goed geïsoleerd en met een ander warmteafgiftesysteem. Ook het elektriciteitsnet zal verzwaard moeten worden. De ingreep in de woningen is bij een hoge temperatuur warmtenet minder ingrijpend, maar ook hier moeten aanpassingen gedaan worden. Daarnaast moeten de warmtenetten door de straten worden gelegd. De warmtetransitie betekent dus concreet dat veel straten open zullen gaan om warmtenetten neer te leggen, elektriciteitsnetten te verzwaren en overbodige gasnetten te verwijderen of geschikt te maken voor alternatieve gassen. Als we zes miljoen woningen in dertig jaar met elk 260 werkdagen moeten aanpakken, betekent dit 770 woningen per dag 

Figuur 3. Van laadpaal naar laadpleinen (Beeld: Stedin)

De energietransitie heeft dus voor de ruimtelijke ordening grote consequenties. Daarbij gaat het niet alleen om de ruimtelijke impact van duurzame energietechnologieën, maar ook om de inpassing daarvan in het landschap en het werk dat gedaan moet worden in de straten en huizen in alle wijken van Nederland. Het is daarom van groot belang het vraagstuk van de ruimtelijke ordening te betrekken bij alle plannenmakerij voor de energietransitie. 

Author profile
Henri is strateeg bij

Literatuur

ANP (2018) Steden gaan wijken bouwen met deelauto’s, Architectenweb, 25-06-2018 

Hoorn, P.A. & J. Matthijsen (2013) Ruimte en Energie in Nederland, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag 

MacKay, D.J.C. (2008) Sustainable energie – without the hot air, UIT Cambridge, Cambridge 

Middelweerd, H. (2016) EU wil laadpaal voor elektrische auto bij alle nieuwe huizen. Duurzaam Gebouwd, Duurzaam Bedrijfsleven, 25-06-2018 

NLOG (z.j.) Olie en gas overzicht, TNO & Ministerie van Economische Zaken, , 25-6-2018 

Sijmons, D., FABRIcations, H+N+S Landschapsarchitecten, studio Vermeulen, NRGLAB/Wageningen Universiteit, Vereniging Deltametropool & Posad (2017) Energie & Ruimte – een nationaal perspectief, Vereniging Deltametropool, Rotterdam 

Author profile
Henri is strateeg bij
Whatsapp

Reageer op dit artikel

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *