De politiek van objecten in participatie

Objecten, zoals kaarten en maquettes, spelen een belangrijke rol in controverses rond plan- en participatieprocessen. Ze worden zowel formeel als informeel ingezet en met verschillende doelen. Van objecten in planprocessen wordt vaak gesuggereerd dat ze neutraal zijn, maar ze zijn verre van dat. Dit artikel betoogt dat de politiek van objecten uitdrukkelijker op de radar moet komen te staan van onderzoek, beleid en begeleiders van (ruimtelijke) participatieprocessen, zodat objecten een constructieve rol gaan spelen bij het op tafel brengen van de veelheid van waarden die in het geding zijn in discussies en besluitvorming over gebiedsontwikkeling. We hebben de vraag van de rol van objecten in het bijzonder verkend voor verdichtingsgebieden in de stadsranden van Amsterdam.

Materialiteit in planningsprocessen

De Nederlandse stikstofreductiekaart doet in de zomer van 2022 veel stof opwaaien. De kaart lijkt te beslissen over de toekomst van boerenbedrijven. Als symbool van protest vinden we deze zomer door het hele land de omgekeerde Nederlandse vlag. We zien hier een duidelijke rol van objecten, zoals de kaart en de vlag.

Van oudsher maken kaarten en maquettes veel los. Ze maken concreet wat anders abstract blijft, ze maken het onzichtbare tastbaar. De rol van kaarten en andere objecten is een veel bediscussieerd fenomeen in de ruimtelijke planvorming (Metze, 2020). Kaarten ordenen en maken, zoals James Scott (1998) het overtuigend beschreef, een plek van op afstand leesbaar èn controleerbaar. Kaarten objectiveren en systematiseren, maar zijn tegelijkertijd het toneel van strijd (Van Herzele en Van Woerkum, 2011). In participatieprocessen kunnen kaarten of andere objecten bijdragen aan samenwerking, maar ze kunnen het proces van meedenken of meebeslissen ook flink frustreren. Ze geven, hoe vaag een zoekgebied ook wordt aangegeven, toch vaak de indruk van grenzen en inperkingen van mogelijkheden.

Naast kaarten en maquettes zijn er ook informele objecten die in planologische processen, bijvoorbeeld in verdichtingsgebieden, een rol spelen: impressies, schetsen, virtuele werkelijkheden, foto’s en kunstobjecten. Deze informele objecten worden voornamelijk vanuit de samenleving ‘van onderop’ gepresenteerd (Buizer en Turnhout, 2011). Net als kaarten zijn het versimpelingen van werkelijkheden, of ze bieden juist de mogelijkheid verschillende soorten kennis en waarden te integreren. Dit maakt het voor burgers of hun organisaties mogelijk om aandacht te vragen voor een (waarde van een) gebied dat zij letterlijk op de kaart willen zetten, zoals de stadsrand waar het in het genoemde onderzoek om ging. Daarmee vormen informele objecten een emancipatorisch, politiek middel om de toekomstige besluitvorming over het gebied te beïnvloeden. Tegelijkertijd zijn deze objecten zelf selectief en ondemocratisch Ze laten per definitie een eenzijdig perspectief zien, óók als ze tegelijkertijd verschillende dimensies in één beeld of object tot uiting beogen te brengen, of de pluraliteit inzichtelijk pogen te maken (Buizer en Turnhout, 2011).

In het vormgeven van nieuwe democratische ruimtes, waarin overheden, ondernemers en burgers elkaar moeten vinden in participatieprocessen is daarom een belangrijke vraag wat de politiek is van objecten in controverse over verdichtingsgebieden – en welke informele vormen van materiële participatie we daar zien – en hoeveel macht die hebben. Ook objecten die ‘van onderop’ worden gemaakt kunnen groepen in- en uitsluiten.

Pluriformiteit aan stemmen

Naar verwachting wordt in Nederland de komende jaren nog veel meer gebouwd. In verdichtingsgebieden komen veel verschillende belangen, wensen en ervaringen samen. Tegelijkertijd legt de nieuwe Omgevingswet de nadruk op participatie en initiatief van onderop. Participatie is in die context een extra uitdaging en vraagt om een andere rol van gemeenten, die beter moeten gaan letten op wie toegang hebben tot participatieprocessen en wie niet, en de toegenomen flexibiliteit moeten gaan combineren met doeltreffende handhaving van wat er is afgesproken (Stapper, 2019).

Onze verkenning naar de politiek van objecten is gebaseerd op veldonderzoek in diverse stadsranden, of steden waar verdichting aan de orde is. We beperken ons hier tot bevindingen uit ons onderzoek in de Zuidwestelijke stadsrand van Amsterdam, een gebied dat wordt ingekleurd door een veelheid van heel verschillend gebruik, zoals een volkstuin, geformaliseerde bewoning door krakers, vissers, een cruisingzone voor met name homoseksuele mannen en watersportrecreatie. Het gebied is deel van het zoekgebied voor de gemeente om, voor 2025, 50.000 huizen te bouwen.  Die bouwwens landt hier niet in een leeg gebied, ook al hoeft niet veel gesloopt te worden voor de bouw. Er is een cafeetje langs het water en verschillende fietstunnels verbinden de zone met de achterliggende wijken. Een gigantische roze bril staat aan de rand van de cruisingzone. De bril wekt voor voorbijgangers de suggestie dat er meerdere manieren zijn om de wereld te bekijken. Dat was precies de bedoeling van de maker van de bril, die eerst verschillende andere bestemmingen had, maar in het kader van het kunstfestival Future Play in 2018 hier een plek kreeg. Tenslotte gaf de gemeente op verzoek van de parkwachter en bewoners toestemming de bril hier voor langere tijd (tenminste vijf jaar) te houden. De bril is een symbool-politieke uiting en pleidooi geworden voor het aannemen van een ander perspectief.

Figuur 1a: een representatie van de cruisingzone: een enorme roze bril, gemaakt door Daniella Rubinovitz (foto: Marleen Buizer).

Figuur 1b: een andere representatie van de cruisingzone: de kaart bij een van de ingangen van het gebied (foto: Marleen Buizer).

Materiële participatie

We denken bij ‘participatie’ vaak als eerste aan bijeenkomsten, aan mogelijkheden om reacties te geven op gemeenteplannen of die van projectontwikkelaars of, wat zeldzamer, aan burgerinitiatieven voor planvorming, al zijn die ook vaak een reactie op eerder gemaakte plannen door gemeenten. We denken vaak ook in eerste instantie aan talige vormen van participatie. Letterlijk: ‘inspraak’. We noemden kaarten al als een ander, niet alleen talig, maar veel aanwezig materieel element van dit soort processen. Minder snel denken we bij ‘participatie’ aan andere materiele uitingen van ideeën, wensen of bezwaren. Kunnen ook die een plaats krijgen in de democratische ruimte waar participatie plaats vindt? Juist in controversen zien we vele andere informele participatievormen en daarbij behorende materiële uitingen.  We noemen een aantal voorbeelden die informeel een rol speelden, maar niet zichtbaar waren in het formele participatieproces, terwijl dat wel had gekund. De formele participatie kent redelijk vast omlijnde procedures en volgt de voorwaarden en tradities van de gemeente. De zalen, de inrichting daarvan, en het (kaart)materiaal dat in die participatie een rol speelt is niet voor iedereen uitnodigend om mee te doen. Binnen dat model past het zoeken naar lokale uitingen van waarden en participatie minder goed. Een andere aanpak, kan juist deze uitingen meenemen en als startpunt nemen voor gesprek.

Op Tuinpark Ons Buiten, het volkstuincomplex ten noorden van de Nieuwe Meer in Amsterdam, vinden we een kleine tentoonstelling van bloemen in een glazen kastje (figuur 2). Het brengt een specifieke soort kennis van bewoners van het park samen, namelijk die over de diversiteit van bloemen in het gebied, en deelt deze met de kijker als een belangrijk perspectief op het gebied.

Figuur 2: Bloemenvitrine Tuinpark Ons Buiten (foto: Marleen Buizer).

Het initiatief ‘Gevouwen Oevers’ (figuur 3) is een ander voorbeeld van lokaal aanwezig denkvermogen om de oevers van de Nieuwe Meer productief te maken met een op lego gebaseerd, beloopbaar Mycelium (een soort schimmel) voor meerdere, voornamelijk ecologische, doelen tegelijkertijd. Het project deelt lessen over voortgang op een website en produceert geregeld concepten en beelden van hoe de gevouwen oevers eruit kunnen komen te zien, inclusief een werkelijk gerealiseerde rietzone.

De voorbeelden zijn lokaal sterk ingebed, verwijzen naar concrete plekken, en bevatten een boodschap over de gewenste inrichting van het gebied. Behoud en ontwikkeling komen in de voorbeelden samen. Het valt op dat de nadruk wordt gelegd op de relatie met bestaande innovaties en lopende ontwikkelingen. In het laatste voorbeeld wordt de relatie gelegd met het concept ‘ecomimicry’ en werkt de ontwerper Erik Hobijn samen met het waterschap en andere partijen.

Figuur 3: Ontwerpvisualisatie ‘Gevouwen Oever’ (bron: Erik Hobijn).

Wat ook opvalt, is het verschil tussen deze voorbeelden aan de ene kant en de beelden die de gemeente hanteert om de verdichtingsambitie kwantificeerbaar en objectiveerbaar neer te zetten, zoals we laten zien in figuur 4. Deze beelden zijn dikwijls abstracter en laten minder van concrete plekken zien. Ze raken niet aan lokaal ervaren waarden en bijzonderheden en roepen geen herkenning op, of ze zijn zo breed te interpreteren dat onduidelijk is wat de consequenties zullen zijn, waarmee er ook angst kan ontstaan voor een vage toekomst.

Figuur 4: Beelden uit Tussenrapportage Ruimte voor de Stad (2017) (bron: Gemeente Amsterdam).

Verschillende representaties benutten

Het onderzoek laat zien dat de beelden gecreëerd in informele participatie vaak schetsmatiger en artistieker zijn dan de formele beelden van een gemeente. Lokaal ontstane representaties zijn concreet en plaatsgebonden en vinden hun oorsprong in lokaal initiatief en betekenisgeving, terwijl gemeentelijke representaties naast hun abstractie hun oorsprong vinden in (meetbare) doelen voor de stad.

We constateerden een duidelijke ongelijkheid tussen objecten. In de context van gebiedsontwikkeling op Amsterdamse schaal, verschijnt de plankaart van de gemeente vaker in rapporten en op tafel tijdens participatiebijeenkomsten dan bijvoorbeeld de gebiedsimpressie van een  artiest, of een vitrine met lokaal geselecteerde plantensoorten, zoals hierboven beschreven. Deze objecten toevoegen in het participatieproces vraagt om een intensieve voorbereiding van de participatie, samen met bewoners en andere betrokkenen bij het gebied, om de pluriformiteit van ideeën en inzichten te kunnen laten zien.

Het viel ook op dat lokale actoren zich in hun uitingen proberen te conformeren aan het abstractieniveau van projectontwikkelaars en de overheid. Vooral de ontwerpvisualisatie van de gevouwen oevers van Erik Hobijn is een tussenvorm tussen het hele informele en lokale aan de ene kant en de formele kaarten op stadsniveau van de gemeente aan de andere kant. Ook de museale bloemenvitrine van Zomers’ Buiten laten een tussenvorm zien: tussen biologische classificatie aan de ene kant, en op rariteitenkabinetten aan de andere kant, om diversiteit te laten zien. Méér aandacht voor de door verschillende partijen subjectief ervaren dingen-die-ertoe-doen kan meer gelijkheid brengen in processen waarin verschillende representaties worden ingebracht. Dat hoeft niet te leiden tot consensus, maar brengt in ieder geval de verschillende perspectieven op tafel zodat die allemaal in alle ernst kunnen worden onderzocht (Metze, 2018). Interpretatieve onderzoeksbenaderingen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.

Terugkomend op onze vraagstelling “wat de politiek is van objecten in controverse over verdichtingsgebieden – en welke informele vormen van materiële participatie we daar zien en hoeveel macht die hebben” concluderen we dat processen van coproductie van kennis en beleid, waarin voor de toekomst, óók maar niet alleen in het licht van de Omgevingswet een grotere mate van actieve participatie van bewoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven wordt verwacht, gebaat zijn bij inbreng van een veelheid aan verschillende objecten. Inspiratie is te putten uit voorbeelden zoals we die genoemd hebben. Dit zijn mooie voorbeelden van onuitgenodigde, visueel en creatief sterke vormen van participatie en laten zien dat participatie al op vele andere manieren plaatsvindt. Planologen kunnen meer bewust op zoek gaan naar deze vormen van participatie, om te ontdekken en accentueren wat waardevol wordt gevonden in gebieden. Dit geldt met name in gebieden met ingewikkelde controverses, zoals stadsranden of gebieden waar verdichtingsplannen aan de orde zijn.

Author profile
Marleen Buizer onderzoekt en doceert bij de leerstoelgroep Strategische Communicatie (Wageningen Universiteit).

Marleen Buizer onderzoekt en doceert bij de leerstoelgroep Strategische Communicatie (Wageningen Universiteit), onder andere over discursieve praktijken, macht en participatie in gebiedsontwikkeling.

Author profile
Tamara Metze is universitair hoofddocent bij de groep Bestuur en Beleid (Wageningen Universiteit).

Tamara Metze is Universitair hoofddocent bij de groep Bestuur en Beleid (Wageningen Universiteit). Zij onderzoekt onder andere de rol van objecten in beleidsconflicten.

Literatuur

Buizer, M., & Turnhout, E. (2011). Text, talk, things, and the subpolitics of performing place. Geoforum, 42(5): 530–538

Metze, T. (2018). Visual framing for policy learning. In N. F. Dotti (Ed.), Knowledge, Policymaking and Learning for European Cities and Regions (pp. 165–180). Edward Elgar (New Horizons in regional science series ).

Metze, T. (2020). Visualization in environmental policy and planning: a systematic review and research agenda. Journal of Environmental Policy and Planning, 22(5), 745–760.

Scott, J. C. (1998). Seeing like a state: how certain schemes to improve the human condition have failed. Yale University Press.

Stapper, M. (2019). Wie wint met de Omgevingswet? Agora, 2019(2), 10-11.

Van Herzele, A., & van Woerkum, C. (2011). On the argumentative work of map-based visualisation. Landscape and Urban Planning, 100(4), 396–399.

Author profile
Marleen Buizer onderzoekt en doceert bij de leerstoelgroep Strategische Communicatie (Wageningen Universiteit).

Marleen Buizer onderzoekt en doceert bij de leerstoelgroep Strategische Communicatie (Wageningen Universiteit), onder andere over discursieve praktijken, macht en participatie in gebiedsontwikkeling.

Author profile
Tamara Metze is universitair hoofddocent bij de groep Bestuur en Beleid (Wageningen Universiteit).

Tamara Metze is Universitair hoofddocent bij de groep Bestuur en Beleid (Wageningen Universiteit). Zij onderzoekt onder andere de rol van objecten in beleidsconflicten.

Artikel gegevens:
55

30 november 2022

De tekst en tabellen in deze bijdrage zijn gepubliceerd onder een CC-BY-SA-ND licentie. Voor hergebruik van foto’s en illustraties dient u contact op te nemen met Rooilijn.
Whatsapp

Reageer op dit artikel

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.