Zoetermeer revisited

Zoetermeer (foto: zoetnet via Flickr)

Zoetermeer werd geboren op de tekentafel. Om 21.55 uur in de herfst van 1963. De exacte dag weet niemand meer. Op het geboortekaartje heft stedenbouwkundige Samuel van Embden alleen jaartal en tijdstip vermeld. Aan de hand van dit geboortekaartje – het structuurplan – moest Zoetermeer pionieren om uit te groeien tot een stad met 100.000 inwoners. Zoetermeer kon een ongebreidelde groei van Den Haag voorkomen. Een halve eeuw later denkt Zoetermeer als derde stad van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag na over haar toekomst. Een stad met bijna 125.000 inwoners. Een stad ook die geen weilanden meer heeft om te bebouwen. Kan er na de grootschalige groei opnieuw iets moois opbloeien in deze ex-groeikern?

Toen Zoetermeer begon te groeien stond een grote stad als Den Haag er slecht voor. De woningvoorraad was in veel stadswijken van slechte kwaliteit. Bovendien deed de overheid de grote steden min of meer in de ban. De grote stad gold als broedplaats van vervuiling en criminaliteit. Het bouwen van compacte steden op enige afstand van de grote stad werd daarom het devies. Overzichtelijke steden, opgezet volgens de uitgangspunten van het modern bouwen: steden met licht, lucht en ruimte.

Tegelijkertijd speelde er meer. Een eigen woning was voor velen tot ruim na de Tweede Wereldoorlog een onbereikbaar vergezicht. Met betaalbare woningen maakten de groeikernen die droom voor grote groepen huishoudens bereikbaar. De doorbraak van de auto als hét vervoersmiddel bracht het wonen buiten de grote stad in een stroomversnelling. Werken deed je vaak nog in de grote stad. Wonen en recreëren – leven dus – erbuiten.

Figuur 1 Werkgelegenheid in gemeenten binnen regio

Laboratorium in groeikernjaren

Mede op verzoek van het Rijk bouwde Zoetermeer vanaf eind jaren zestig elk decennium een nieuwe wijk. De stad zette haar bouwdrift daarbij in voor nieuwe ideeën. Zoetermeer werd zo in feite een woonlaboratorium. Het nieuwste op woningbouwgebied uit de afgelopen vijf decennia is hier inmiddels terug te vinden. Zoals de hoogbouw à la Bijlmermeer (Jaren zestig en begin zeventig), de beroemde koepeltjeswoningen van architect Benno Stegeman aan de ‘gouden’ Westrand van de stad (jaren zeventig), de onder Japanse toeristen destijds vermaarde dekkenwoningen in woonerfwijk Buytenwegh (jaren zeventig en begin tachtig) en de Vinexbouwopgave in Oosterheem (eind Jaren negentig en de millenniumjaren).

Zoetermeer is voor de buitenwereld vaak als slaapstad en stad van de middelmaat gaan gelden. Niettemin zijn er opvallende cijfers die de stad in een ander daglicht plaatsen. Zo geven Zoetermeerders steevast een acht als rapportcijfer aan het wonen in de stad. Daarnaast staat Zoetermeer bij de vijftig grootste gemeenten qua hoogte van het gemiddeld besteedbaar inkomen per inwoner op plaats acht met een gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen van € 36.000 ,- per jaar. Ter vergelijking: Amstelveen staat op plek één met € 39.400 ,- en Heerlen op plaats vijftig met € 28.100 ,-. Voeg daar nog aan toe dat Zoetermeer in de ogen van velen één van de meest complete steden is van alle voormalige groeikernen en je gaat als criticus misschien toch twijfelen (Reijndorp e.a., 2012). Naast woonstad heeft Zoetermeer inmiddels immers ruim 53.000 arbeidsplaatsen. Bovendien kent de stad een sterke vrijetijdseconomie, met een op regionaal niveau goed functionerende binnenstad en stadstheater en op (inter) nationaal niveau een skicentrum en poppodium. En op de index van woonaantrekkelijkheid en de sociaaleconomische index uit de Atlas voor gemeenten (Marlet & Van Woerkens, 2015) staat Zoetermeer (nog altijd) in de top drie van alle negen voormalige groeikernen die tot de vijftig grootste gemeenten van Nederland behoren (zie figuur 2). Maar wat ook vermeld mag worden: elke wijk in Zoetermeer is een dorp op zich met een eigen winkelcentrum en voorzieningen zoals een kinderopvang en een huisartsenpraktijk. Daarnaast beschikt de stad over een volwaardig metrosysteem met maar liefst negentien stations. Niet slecht als je je bedenkt dat Amsterdam in een gebied van 10 km² gemiddeld 3,6 stations heeft, Greater London 1,7 en Zoetermeer 5,1 stations.

Figuur 2 Ranglijstposities ex-groeikernen binnen G50

De groeistad voorbij

Er zijn ook recente cijfers die erop wijzen dat Zoetermeer inmiddels een stad is met grote stadsproblemen. Zo laat de Atlas voor gemeenten (Marlet & Van Woerkens, 2015) zien dat Zoetermeer op de sociaaleconomische index van de vijftig grootste steden van een plek in de top vijf (2005) gedaald is naar de zeventiende plaats. Daarnaast toont de score van de stad op de woon-aantrekkelijkheidsindex (plek 25 in 2015) dat dit niet het juiste moment is om achterover te leunen.

Ook het feit dat de bevolking van Zoetermeer vandaag bestaat uit maar liefst 140 nationaliteiten maakt duidelijk dat de leefbaarheid en saamhorigheid uit de beginjaren van de stad geen vanzelfsprekendheid (meer) zijn. De weg naar een open samenleving verloopt volgens Paul Scheffer vaak via (langdurige) fases, te weten: via ontkenning en vermijding (fase 1) naar aanraking en conflict (fase 2) en uiteindelijk acceptatie (fase 3). Er zijn geen redenen om aan te nemen dat Zoetermeer hierop een uitzondering vormt.

Triomf van de grote steden

Waar de groeikernen in de jaren zestig en zeventig als paddenstoelen uit de grond schoten, krompen de grote steden in Nederland decennialang qua inwoneraantal. Ook in populariteit legden zij het duidelijk af tegen de Nieuwe Steden. Maar ergens eind jaren tachtig kwam er een ommekeer. De grote stad werd langzaamaan hip en raakte bij verschillende groepen mensen en bedrijven in trek. Publieke en private partijen knapten samen oude stadswijken op, gaven een nieuw leven aan verlaten fabrieksterreinen en investeerden grootschalig in de oude stadscentra (Van der Wouden e.a., 2015). Ondanks de globalisering en internetrevolutie bleken mensen behoefte te houden aan face to face contacten. Elkaar kunnen zien en ontmoeten is cruciaal voor de huidige op innovaties gerichte economie. Nieuwe inzichten en ideeën gedijen dankzij onderling contact. De grote stad en met name de stadscentra bieden hiertoe het ideale podium (Glaeser, 2011).

Vormt de hernieuwde populariteit en kracht van de grote steden een bedreiging voor de ex-groeikernen? Sommigen denken van wel. Waar de grote steden jarenlang hun randgemeenten en nabijgelegen groeikernen nodig hadden voor bijvoorbeeld woningbouw, is het volgens hen de vraag of dit zo blijft. Daarnaast zou het weleens zo kunnen zijn, zo menen zij, dat minder kansrijke bevolkingsgroepen en bedrijven vooral richting randgemeenten en groeigemeenten trekken. De grote stad is voor hen namelijk in toenemende mate te duur. Figuur 3 wijst in ieder geval uit dat de discrepantie tussen de ex-groeikernen en de G4 de afgelopen Jaren is toegenomen qua woon-aantrekkelijkheid en op sociaal-economisch vlak.

Figuur 3 Ontwikkeling aantrekkelijkheid wonen en sociaal-economisch 2005-2015

Dé woonstad van de Metropoolregio

Inzichten en behoeften van de inwoners van steden veranderen. Wat eerder goed werkte in een stad, kan later heel anders liggen. Om als stad gezond te blijven is ontwikkeling daarom onvermijdelijk. Politiek en inwoners associëren stedelijke ontwikkeling nogal eens met iets negatiefs. Vaak is dat niet terecht. Dikwijls botst stedelijke ontwikkeling met het belang en de mening van het individu. Not in my backyard hoor je dan. Wie is er nou blij met de komst van een wooncomplex dat zijn of haar uitzicht belemmert? Maar niets doen is geen optie. Een stad die niet beweegt is slecht in het bedienen van algemene belangen (Glaeser, 2011). Er komen dan groepen buitenspel te staan. Bijvoorbeeld jongeren die ook een fijne en betaalbare woning willen. Zoetermeer doet er goed aan een discussie over verdichten en vernieuwen te blijven voeren. Het liefst op basis van een eerlijke en bestendige visie.

Qua beschikbare ruimte lijkt Zoetermeer misschien een stad in het nauw. Maar schijn bedriegt. Want welke gemeente in de Randstad heeft nog veel bebouwbare weilanden beschikbaar? Bovendien heeft Zoetermeer binnenstedelijk ruimte genoeg. Een woningbouwprogramma van 10.000 woningen tot 2030 is denkbaar zonder dat de stad hoeft in te boeten als groene woonstad.

Dicht bij jezelf blijven

Steden doen er wel goed aan om tijdens hun zoektocht naar nieuw succes dicht bij zichzelf te blijven. Probeer als stad vooral te excelleren in datgene waar je goed in bent. Zoals Amersfoort als woonstad en Eindhoven als stad van techniek en innovatie. Dat is vaak de sleutel tot mogelijk succes. Laat beleidsmakers in ieder geval niet de fout maken om geforceerd in te zetten op iets wat eigenlijk niet goed past bij het DNA van de stad.

Zoetermeer is, zoals gesteld, een woonlaboratorium. Een stad met een keur aan woonwijken waar mensen met veel plezier wonen of hebben gewoond. Deze woonwijken representeren bovendien een geschiedenis van meer dan vijftig jaar moderne stedenbouw. Voor Zoetermeer lijkt het dan ook kansrijk om deze unieke gegevenheden aan te grijpen om haar waarde binnen de Randstad en in het bijzonder de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) te behouden en versterken. Of uitdagender geformuleerd: probeer Zoetermeer tot dé woonstad van de MRDH te maken.

Zoetermeer, achter het Buizerdveld (foto: FaceMePLS via Flickr)

De zegen van daily urban systems

Veel huishoudens leven vandaag de dag binnen en vanuit verschillende stedelijke netwerken: daily urban systems. Dit geldt in het bijzonder voor huishoudens met en zonder kinderen die in Vinex-wijken aan de randen van grote steden en in de groeikernen (willen) wonen. Maar ook voor studenten die tussen woon- en studentenstad heen en weer pendelen, voor jonge één- en tweeverdieners, alsook ouderen die graag in hun vrije tijd op pad gaan. Hun activiteitenpatroon spreidt zich over verschillende locaties in de regio en Randstad uit (Van der Wouden e.a., 2015). Deze huishoudens nemen bovendien in aantal eerder toe dan af. Ze zijn, om met Pieter Tordoir te spreken, ook aan te duiden als dynamische netwerkstedelingen.

Zoetermeer is bij uitstek een stad die de dynamische netwerkstedelingen in potentie veel te bieden heeft. De stad ligt middenin een dynamisch stedelijk en haast metropolitan gebied. Er zijn maar weinig 100.000- plus gemeenten in Nederland (buiten de grote vier) waarvoor dat ook geldt. Een scala aan grootstedelijke voorzieningen en werklocaties is voor huishoudens binnen een acceptabele reistijd bereikbaar. In feite kun je zeggen dat de stad heel centraal ligt in het daily urban system van grote delen van de Randstad.

Andersom geldt dat veel van deze dynamische netwerkstedelingen Zoetermeer ook veel te bieden hebben: velen van hen zijn jong of ouder maar actief, hoger opgeleid en (behoorlijk) draagkrachtig. Al met al hebben zij dus geen slecht profiel voor een stad die op zoek is naar een duurzame en aansprekende rol in de MRDH.

Slag om de netwerkstedeling

Zoals gezegd is de uitgangssituatie van Zoetermeer gunstig. Dit betekent niet dat de stad er daarmee is. Andere steden in de Metropoolregio en de Randstad zitten immers niet stil en die dynamische netwerkstedeling is elders ook populair. Om het toekomstige gevecht om de woonconsument te kunnen winnen, zijn in ieder geval drie zaken cruciaal voor Zoetermeer.

Op de eerste plaats zal Zoetermeer in moeten zetten op excellente verbindingen van de stad met zoveel mogelijk stedelijke centra in de daily urban systems van de Metropoolregio én de Randstad. Lightrailverbindingen met steden als Rotterdam en Leiden kunnen hieraan een heel belangrijke bijdrage leveren. Hoe bereikbaarder werkgelegenheid en hoogwaardige voorzieningen elders in de MRDH en de Randstad vanuit Zoetermeer zijn, hoe meer een huishouden geneigd zal zijn om voor Zoetermeer als woonstad te kiezen.

Daarnaast moet de stad ervoor zorgen dat ze uit gaat blinken in een prettige woonomgeving (met bijvoorbeeld een stadspark op loopafstand), goed onderwijs (met name kinderopvang en basisonderwijs), zorgfaciliteiten (van huisarts tot hypnotiseur), sportfaciliteiten (van hoogwaardige voetbal- en hockeyvelden tot een golfterrein) en een aantrekkelijk stadscentrum (met kwaliteitshoreca, een goede bioscoop). Voor het werk, het bezoeken van familie en vrienden, alsook een aantal bijzondere regionale of nationale voorzieningen (zoals musea en schouwburgen) zijn huishoudens bereid om grotere afstanden af te leggen.

Op de derde plaats is toekomstig success van Zoetermeer afhankelijk van een aantrekkelijke, diverse en duurzame woningvoorraad. Dit is en blijft een belangrijk aspect voor huishoudens waarop zij hun toekomstige woonstad kiezen. Voor Zoetermeer vraagt dit om het opstellen van een doordachte bouwagenda. Een strategische agenda die zo goed mogelijk inspeelt op de behoeften van woonconsument en in het bijzonder op die van dynamische netwerkstedelingen. Bovendien een agenda die de eenzijdigheid van delen van de huidige voorraad – verouderde hoogbouwflats en sobere rijtjeshuizen in het goedkope koopsegment – weet te doorbreken. Pas dan kan Zoetermeer ook in de toekomt goed blijven concurreren met andere gemeenten en dynamische netwerkstedelingen aantrekken.

Author profile
Jeroen is adviseur stedelijke ontwikkeling bij de gemeente Zoetermeer.
Author profile
Kees is manager sociaal domein bij de gemeente Zoetermeer.

Manager in het Sociaal Domein, verantwoordelijk voor een afdeling met 30 tot 40 medewerkers. Daarnaast ben ik een gedreven strategisch adviseur van het college. Ik adviseer het college vanuit inhoudelijke kennis en met politieke sensitiviteit, heb realisatiekracht en draag integriteit als kernwaarde mee. De vastgestelde strategie vertaal ik - met mijn team - naar concrete plannen voor de organisatie en voor de stad. Als leidinggevende geef ik vertrouwen en vraag ik eigenaarschap en zelfregie, binnen duidelijke kaders. Bedreven in het ontwikkelen van strategische plannen, bijvoorbeeld het Zoetermeerse coalitieakkoord (2018) en het artikel ‘Zoetermeer moet bewegen’ (2016).

(via Linkedin)

Literatuur

Glaeser, E.L. (2011) Triumph of the City, How Our Greatest Invention Makes Us Richer, Smarter, Greener, Healthier, and Happier, Macmillan, Londen

Marlet, G. & C. van Woerkens (2015) Atlas voor gemeenten 2015, De waarde van erfgoed, VOC, Nijmegen

Reijndorp, A., L.Bijlsma & I. Nio (2012) Nieuwe steden in de Randstad, Verstedelijking en suburbaniteit, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag

Wouden, R. van der (red) (2015) De ruimtelijke metamorphose van Nederland 1988-2015, Het tijdperk van de vierde nota, NAi Uitgevers, Rotterdam

Author profile
Jeroen is adviseur stedelijke ontwikkeling bij de gemeente Zoetermeer.
Author profile
Kees is manager sociaal domein bij de gemeente Zoetermeer.

Manager in het Sociaal Domein, verantwoordelijk voor een afdeling met 30 tot 40 medewerkers. Daarnaast ben ik een gedreven strategisch adviseur van het college. Ik adviseer het college vanuit inhoudelijke kennis en met politieke sensitiviteit, heb realisatiekracht en draag integriteit als kernwaarde mee. De vastgestelde strategie vertaal ik - met mijn team - naar concrete plannen voor de organisatie en voor de stad. Als leidinggevende geef ik vertrouwen en vraag ik eigenaarschap en zelfregie, binnen duidelijke kaders. Bedreven in het ontwikkelen van strategische plannen, bijvoorbeeld het Zoetermeerse coalitieakkoord (2018) en het artikel ‘Zoetermeer moet bewegen’ (2016).

(via Linkedin)

Whatsapp

Reageer op dit artikel

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *