De wethouder

10 juli 2018

Ik heet jullie allen hartelijk welkom op deze MAAK-Zaanstad. Dit wordt superleuk, een middag vol uitdagingen, want hier in Zaanstad zijn megaveel kansen. Ik heb dan ook veel redenen om trots te zijn op deze stad waaraan jullie vanmiddag gaan werken. Ja, ik hoop dat jullie met elkaar iets gaat MAKEN, wat wij meteen kunnen oppakken. Want er zijn hier kansen te over. En wat zijn kansen? Ik noem ze: een rijtje huizen dat op instorten staat, een braakliggend terrein, een leeg fabrieksgebouw, een verlaten kantoorpand. Als je hier rondrijdt dan kom je ze tegen. Ik zeg wel eens Zaanstad is een pure KANSENSTAD. En wat zijn kansen? Wij noemen ze hier laaghangend fruit. Je kunt het plukken zonder bukken. En het is ook helemaal niet ingewikkeld. Toen ik pas begon stoorde ik me er wel eens aan al dat gepraat over ingewikkelde situaties en moeilijke oplossingen. Gewoon doorpakken, dat werkt goed.

Maar wat we niet meer doen is goedkope oplossingen. Nee, goedkoop dat doen we niet meer. Je moet eisen stellen aan je eigen identiteit en dingen maken om die identiteit te versterken. Hoe doen we dat? In de eerste plaats hebben wij de Volendamnorm overboord gezet. Wij willen niet in een nepstad wonen. Wij willen niet klakkeloos kopiëren wat ergens anders wordt gedaan en aandacht trekt. Wij willen geen ratjetoe van geleende identiteiten. Daar voelt de Zaankanter niet voor en daar voelt niemand zich in thuis. Je kan je d’r niet mee identificeren. Ik denk dat wij tien jaar geleden de goede weg zijn ingeslagen met het terughalen van de Zaanse architectuur in ons nieuwe stadscentrum. Tot uit Japan komen er dagelijks mensen kijken die willen weten hoe je dat doet. Dat is aanknopen bij je tradities om je identiteit te versterken. Het antwoord is eigenlijk simpel. Je bouwt door op de tradities van je streekgebonden architectuurtaal. ’t Was toen een kwestie van keuzes durven maken. Nu is het een kwestie van durven volhouden. Als wethouder ben ik de risicomanager die er voor moet zorgen dat we niet van het padje raken. Dat is mijn verantwoordelijkheid als politieke procesapproacher.

Jullie gaan je straks buigen over locaties die wij beschouwen als laaghangend fruit. Die MAAK-locaties liggen over de hele stad verspreid, vooral langs de rivier. Want wij hebben een groot voordeel: overal is hier water waar je wat mee kan doen. Wij vinden het belangrijk dat de programma’s voor die gebieden uitdrukking geven aan onze ambities, ambities die onze stedenbouwkundige waarden vertegenwoordigen. Ook dat is niet supermoeilijk. Ik zie het zo: een stedenbouwkundige waarde is ambitie maal gebruik maal kwaliteit. Dat is dus een kwestie van verbinden van wat je wilt met wat je kunt.

Een belangrijke vraag voor vanmiddag is deze: ‘van wie is de stad nou eigenlijk?’ Daarbij moeten jullie bedenken dat bij ons een discussie loopt over hoogbouw. Is dat nodig? Waar kan dat? Hoeveel? Voor wie? En ook: hoe hoog? Wij zijn daar nog niet helemaal uit, maar wij denken wel dat je in ieder geval je hoogbouw moet doseren. En daarom ben ik benieuwd naar jullie bijdrage. Het mag de authenticiteit van een gebied niet aantasten, maar moet die juist ondersteunen en daar waar nodig versterken.

Ik wil graag afronden met het volgende. Wij hebben hier in Zaanstad de circulaire economie hoog in het vaandel staan, juist ook voor en door de ontwikkeling. Wij nemen daarom geen genoegen meer met makkelijke standaardoplossingen, want wij willen in 2030 de duurzaamste stad van Nederland zijn. Tot de tanden toe gewapend met dit supergave welkomstwoord gingen wij in de werkwinkels groepsgewijs laaghangend fruit plukken.

Author profile
O. Naptha is de vaste column schrijver van Rooilijn

Author profile
O. Naptha is de vaste column schrijver van Rooilijn

Whatsapp

Reageer op deze column

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *