Naïef

5 april 2018

Jane Jacobs is in het vakgebied al heel lang mateloos populair. Haar ideeën over de stad, stedelijke inrichting en zelfs over stedelijk economie worden vrijwel kritiekloos aanbeden, hoewel die voor een flink deel nogal naïef zijn. Met deze stelling is de aap al meteen uit mijn mouw: ik heb sinds lezing (omstreeks 1970) van het leven en de dood van grote Amerikaanse steden uit 1961 een nogal moeizame verhouding met haar werk. Nou is het niet uitgesloten dat mijn stelling is gekleurd door de toenmalige omstandigheden, waarin ik aan plannen werkte om steden uit te breiden en verslonsde binnensteden aan te pakken. Dat waren grootschalige plannen die stevig leunden op staatssubsidies op grondkosten en op reeksen van deelsubsidies om onderdelen van die plannen tot uitvoering te brengen. Bleek de nieuwgebouwde of gerenoveerde straat alsnog te duur, dan was er nog individuele verhuiskosten- en huursubsidie om bij te springen. Het waren de jaren dat stedenbouw en stadsvernieuwing belangrijke middelen tot inkomensoverdracht waren, een hoogtepunt in de geschiedenis van de welvaartsstaat.

’t Begon dus al met een onmogelijke vergelijking tussen Jane’s kritiek op de plannenmakerij van Robert Moses in New York en het brave Nederland met zijn prachtige inkomensoverdrachtsmodel dat de bekende econoom Galbraith als een voorbeeld van ‘the good society’ bestempelde. Waarom fronste ik mijn wenkbrauwen bij al dat moois dat Jane over de stad schreef? De gezellige kleinschaligheid, de kruidenier op de hoek wiens winkel doorgeefluik is van buurtroddel of van de oproep om tante Mien te helpen bij boodschappen doen, de aantrekkelijkheid van veelkleurige verscheidenheid, het teruggeven van de straat aan spelende kinderen en voetgangers. Nu, een halve eeuw later, is dit in ieder stads- en dorpsplan gesneden koek en staan plantoelichtingen bol van de romantiek. In dat opzicht lijkt het natuurlijk dat de wedstrijd tussen Jane en de planpraktijken van omstreeks 1960 met overmacht in haar voordeel is beslist. Is dat ook zo?

Mijn probleem met Jane betrof haar naïeve kijk op de krachten achter functieverandering en de fysieke accommodatie daarvan. Jane noemde ‘generators of diversity’ niet de wijze waarop het geld wordt verdiend, investeren, produceren en consumeren, maar multifunctionaliteit van een buurt, kleine stadsblokken, naar aard en ouderdom gemengde bebouwing en voldoende volk in de buurt onder het motto hoe meer zielen hoe meer vreugd. Goed beschouwd zijn dat geen oorzaken, maar de ruimtelijke neerslag van activiteiten en daaraan voorafgaande investeringen. Of stoppen met investeren zodat de boel verkommert en van functie kan veranderen. Hoewel, Londen in 1840 bewees al dat de aankoop en verhuur van krotwoningen qua kapitaalsrendement zo’n beetje de meest lucratieve investering is die je in een stad kan doen. ‘City diversity itself permits and stimulates diversity’, schreef Jane. Was het maar zo simpel, zo zonder boze fundamentele krachten die de stad, of beter: talrijke stedelingen te grazen nemen, niet de ene buurt, dan in de andere.

Bij Jane speelde ook de wijkeconomie een prominente rol. Maar elkaars was doen levert niet meer inkomen op dan er al is, pas als je andermans was doet breng je geld naar binnen en daarmee welvaartsstijging. Ik heb met die Binsenwahrheit ooit nog eens een wethouder wijkeconomie tot wanhoop gebracht. Hoe die meerdere welvaart dan verdeeld wordt is weer een ander vraagstuk.

In wezen had Jane geen oplossing voor het planologische dubbelprobleem: processen van functionele verandering en fysieke aanpassing lopen naar dynamiek en tijdsdimensie zeer sterk uiteen. Het is de eeuwige strijd van consumptie- en bedrijfsexploitatiecycli van drie of vier jaar tegen investerings- en afschrijvingscycli van vijfentwintig en vijftig jaar of nog meer. Dat is echter geen architectuurprobleem, ook geen planologisch probleem.

Author profile
O. Naptha is de vaste column schrijver van Rooilijn

Author profile
O. Naptha is de vaste column schrijver van Rooilijn

Whatsapp

Reageer op deze column

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *