Ruimtelijke planning voor een leefbaar landelijk gebied

30 maart 2020

Het zal weinigen zijn ontgaan dat er van alles niet goed gaat in het landelijk gebied. Naast de stikstofcrisis hebben we te maken met een fosfaatoverschot, bodemdaling in de veenweidegebieden, methaanuitstoot door de melkveehouderij, en zien we – niet alleen in Natura2000-gebieden maar juist ook in het agrarisch gebied – de biodiversiteit hard achteruit gaan. Dan is er nog het risico van Q-koorts nabij geitenhouderijen, en is het een kwestie van tijd totdat er weer een veeziekte zoals de varkenspest uitbreekt. En dit alles vindt plaats tegen een achtergrond van conflicten tussen boeren en burgers over megastallen en andere vormen van landschapsontsiering. Minister Carola Schouten had gelijk toen ze vorig jaar stelde dat de Nederlandse landbouw in zijn huidige vorm onhoudbaar is.

Wat minder mensen zich realiseren, is dat de oplossingen voor deze problemen voor een groot deel te vinden zijn in een betere ruimtelijke ordening. Dat zit zo: veel van de genoemde problemen worden veroorzaakt door de niet-grondgebonden landbouw. Dat is landbouw die geen gebruik maakt van de bodem maar waarbij alle productie plaatsvindt in gebouwen met een betonnen ondergrond. Vrijwel alle varkens-, geiten-, en kippenhouderijen zijn niet grondgebonden. Hetzelfde geldt voor de kalvermesterij, een deel van de melkveehouderijen en de glastuinbouw. Uitgerekend deze bedrijven zijn koplopers op het gebied van milieuvervuiling, stankoverlast, lawaaioverlast, en verrommeling van het landschap. Waarom zouden ze midden in het open, groene landschap moeten zitten, als daar hun negatieve gevolgen maximaal zijn?

We zouden deze bedrijven ook kunnen verplaatsen naar industrieterreinen, waarbij allerlei handige combinaties kunnen worden gemaakt. Immers, wat afval is voor de een (denk aan warmte, CO2, methaan, mest, groenafval), is grondstof voor de ander en omgekeerd. Door bedrijven bij elkaar te plaatsen, samen met bijvoorbeeld waterzuiveringen en mestvergisters kunnen de reststoffen maximaal benut worden. Dieren zijn niet slechter af op industrieterreinen en zouden zelfs baat kunnen hebben bij modernere stallen en – mocht ook de vleesverwerkende industrie op deze terreinen geplaatst worden – minder transport. Het landschap krijgt na het vertrek van de niet-grondgebonden landbouw een enorme kwaliteitsimpuls. Er komt ruimte vrij voor extensieve landbouw zoals kruidenrijke graslanden dooraderd met houtwallen, vennen en meanderende beken, begraasd door allerlei soorten grazers, die goed is voor biodiversiteit, koolstofopslag en waterberging. Door extensieve landbouw te stimuleren rondom de Natura2000-gebieden voldoen we gemakkelijker aan de EU-richtlijnen en creëren we bovendien schitterende gemengde natuur-cultuurlandschappen.

Een tamelijk ambitieuze opgave, maar steeds meer provincies zien in dat een rigoureuze herinrichting van het landelijk gebied onafwendbaar is. Bepaalde sectoren binnen de landbouw hebben zich nu eenmaal ontwikkeld tot industrie die beter past in een industriële omgeving. Het is nu zaak om goed te kijken naar de ruimtelijke instrumenten (verhandelbare rechten, ‘land trusts’, ruilverkavelingen, enzovoorts) die hiervoor beschikbaar zijn. Een mooie uitdaging voor de Land Use Planning Group in Wageningen om stedelijk en landelijk georiënteerde planners samen te brengen en aan de slag te gaan voor een functioneel, klimaatbestendig en aantrekkelijk landelijk gebied!

Author profile
Martha is hoogleraar en voorzitter van de leerstoelgroep Landgebruiksplanning aan Wageningen Universiteit.

Martha Bakker heeft een achtergrond in de fysische geografie (UvA), en is gepromoveerd op het onderwerp landgebruiksveranderingen en bodemdegradatie aan de Universite Catholique de Louvain la Neuve. Na haar promotie is ze als postdoc begonnen aan de Wageningen Universiteit - leerstoelgroep Land Dynamiek, en is na enkele jaren overgestapt naar de landgebruiksplanningsgroep. Sinds 1 juli 2019 is zij leerstoelhouder van deze groep.

Author profile
Martha is hoogleraar en voorzitter van de leerstoelgroep Landgebruiksplanning aan Wageningen Universiteit.

Martha Bakker heeft een achtergrond in de fysische geografie (UvA), en is gepromoveerd op het onderwerp landgebruiksveranderingen en bodemdegradatie aan de Universite Catholique de Louvain la Neuve. Na haar promotie is ze als postdoc begonnen aan de Wageningen Universiteit - leerstoelgroep Land Dynamiek, en is na enkele jaren overgestapt naar de landgebruiksplanningsgroep. Sinds 1 juli 2019 is zij leerstoelhouder van deze groep.

Whatsapp

Reageer op deze column

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *