Toespraak

4 december 2019

Laat participatie nou net een van mijn lievelingsonderwerpen zijn. Ik was net afgestudeerd toen het participatievirus om zich heen greep, toen nog inspraak geheten. Hè ja, zes jaar studeren op plannenmakerij, hoe doe je dat, waarom in hemelsnaam, voor wie, door wie, nog meer van zulke vragen die jullie wel kennen, en opeens staan er insprekers zenuwachtig te hakkelen dat het anders moet. Ze zeggen niet dat ze het beter weten – weten, kennis, is in Nederland traditioneel verdacht als de uitkomst niet bevalt – maar ze bedoelden het wel. Het paste allemaal in elkaar in die dagen: de spelling moest worden vereenvoudigd, zo niet afgeschaft, zodat niemand meer fouten kon maken met zinnen zoals ‘de mijsjes zongen mooje weisjes en dirk-jan maakte er een skripsie van.’ Ook hoofdletters werden meteen met het taalwater doorgespoeld, samen met de grammatica, zodat nu bijna niemand meer het juiste betrekkelijk voornaamwoord gebruikt: ‘het mijsje die…’ De opdringende alphagolf wist voor de propedeuse Planologie het vak Statistiek af te schaffen. Cijfers, (be)rekenen, wiskundig bepalen, wat heeft dat in vredesnaam met de inrichting van de ruimte te maken waarop ik afgerekend wil worden? Afgerekend? Geschikt bevonden, zult u bedoelen. Ook de deskundige werd participant. Na ondoorgrondelijke groepssamenwerkingbezweringsformules eindigden vacatureadvertenties voortaan met een oproep aan ‘geschikte kandidaten’ om te solliciteren. De welzijnssector bloeide op met zijn ruïneuze jargon van ‘signalen die overkomen’, ‘omturnen’, ‘naar jou toe aangeven’, overvloeiend in eindeloze kletspraat over ‘je eigen identiteit’ die best wel een proactieve benadering mag hebben om het ‘het volledige plaatje’ waar te maken tot de actuele sociaalspraak ‘ik zie mijn tante eigenlijk niet heel erg frequent vaak’, van een duimenkrommende twitteraar die, naast ons tafeltje, gezellig aan het dineren was met zijn al even duimenkrommende partner. Dat was en is de simultane maatschappelijke milieusoep waarin inspraak van betrekkelijk onschuldig verschijnsel is opgetild naar een wettelijk geregelde participatieformule als onderdeel van planprocessen.

Kortom, ik heb ervan genoten en er ontzettend veel van geleerd. Maar wat? Dat inspraak na het schuchtere begin zonder regeling, zonder hiërarchie, laat staan zonder vakmanschap niks zou worden. Vakmanschap? Oh ja, vakmanschap. Wie nu de participatiesector onder de loep neemt, wordt bedolven onder de professionals die op de participatiemavo hebben geleerd hoe je de productie niet alleen in stand houdt, maar ook profijtelijk kan uitbreiden. Neem de medische sector. Laatst had ik een zere knie en prompt kreeg ik na bezoek aan een hoog gespecialiseerde professional een ellenlange vragenlijst – ‘heeft u twee minuten?’ – waarin me werd gevraagd of dokter (man/vrouw; kind geen bezwaar) wel behoorlijk met me heeft gecommuniceerd? En als klap op de participatieve vuurpijl of de beslissing wel in samenspraak is genomen, welk cijfer ik die geef op de schaal 1-10. Dat bedoel ik. Kom ik met een levensbedreigende zere knie bij de specialist die er meteen het mes inzet voor het te laat is, wordt er naderhand gesuggereerd dat ik aan dat snijwerk een hele persoonlijke kromme incisie had kunnen geven – en of ik dat even wil ‘delen’ met de toeziende enquêtedienst. Is dit geen subliem voorbeeld van zelfscheppende werkgelegenheid in de participatiesector? Wie-schrijft-die-blijft.

Heb ik nog meer geleerd?

Ja. Nou, eh, ik bedoel dit: REDUCTIE. Alles kleiner maken om de leek de kans te geven te geloven dat hij ertoe doet. Een structuurplan voor de stedelijke regio over 25 jaar? Dat gaat de participatiepet ver te boven. Dan liever het wijkpostzegelplan, afdeling bomen. De kartelrand van de postzegel dus. Een hele avond over de vervanging van zeven halfzieke iepen met als uitkomst dat we het nog eens ‘met z’n allen’ aanzien en de bomendokter er nog eens naar laten kijken. Als die z’n bijl maar niet meeneemt.

Author profile
O. Naptha is de vaste column schrijver van Rooilijn

Author profile
O. Naptha is de vaste column schrijver van Rooilijn

Whatsapp

Reageer op deze column

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *