De ongemakkelijke keerzijde van vergroening in de stad

14 november 2022

Isabelle Anguelovski & James J. T. Connolly (2022)

The Green City and Social Injustice: 21 Tales from North America and Europe

Routledge, London
360 p.
ISBN: 978-1003183273
€ 40,00

Wie wordt er niet blij van meer groen in de stad? Groen is goed voor de gezondheid, leefbaarheid, biodiversiteit en kan dienen als wateropslag. Niet voor niets zetten steden de laatste jaren vol in op vergroening. De keerzijdes van vergroening staan centraal in het werk van hoogleraar Isabelle Anguelovski en haar team uit Barcelona. Nieuwe groene ruimtes, van kleine plantsoenen tot megalomane stadsparken, kunnen “Green LULUs” worden: locally-unwanted land uses. Groen zorgt namelijk ook voor hogere vastgoedprijzen, en draagt zo bij aan gentrificatie en verdrukking van bewoners. Zo worden bestaande ongelijkheden in de stad vergroot of nieuwe ongelijkheden gecreëerd. In het boek The Green City and Social Injustice verzamelen Anguelovski en James Connolly verhalen van steden in Europa en Noord-Amerika die te maken hebben met de keerzijdes van vergroening.

Het boek bestaat uit 21 case studies van steden zoals Amsterdam, Wenen, Philadelphia en Montreal, die vergroeningsprojecten hebben geïmplementeerd. De hoofdstukken traceren de historische ontwikkeling van elke stad en bespreken hoe bestaande onrechtvaardigheden worden versterkt of aangepakt door vergroening. De voorbeelden uit de hoofdstukken zijn onder te verdelen in praktijken van “extraordinary greening” en “ordinary greening”. Voorbeelden van ‘extraordinary greening” zijn nieuwe stadsiconen zoals de Bosco Verticale in Milaan, het nieuwe stadspark in Nantes, en stadsvernieuwingen langs het water in West Dallas. Die worden kritisch besproken, omdat ze de samenstelling en dynamiek in de buurt sterk kunnen veranderen. Groen is vanuit dat perspectief een middel voor overheden om extra kapitaal naar een buurt te trekken, waar huidige bewoners vaak weinig profijt van hebben. Zulke projecten kennen vaak weinig lokale participatie en dienen vooral als rode loper voor nieuwe, kapitaalkrachtigere inwoners. De huidige bewoners kunnen verkassen, omdat bijvoorbeeld huren stijgen en voorzieningen niet meer aansluiten bij hun behoeften.

De auteurs zijn meer te spreken over “ordinary greening”, veelal kleinere ingrepen op straat- of buurtniveau die meer vanuit de gemeenschap gedreven worden. Voorbeelden zijn nieuwe beplanting in de straat of collectieve tuinen. Met nauwe betrokkenheid van bewoners en buurtinitiatieven zijn er mooie resultaten behaald. Maar ook hier ligt het gevaar op de loer. Het hoofdstuk over Philadelphia laat zien dat autoriteiten de samenwerking met buurtinitiatieven in welgestelde buurten gemakkelijker vinden en zo sneller resultaten kunnen tonen. De ongelijkheden in de stad worden zo verder vergroot.

Bosco Verticale

Bosco Verticale (links), Milaan (bron: Wikimedia Commons).

De case studies volgen na een introducerend hoofdstuk, die de centrale these van het boek presenteert: “the marriage of urban redevelopment with greening interventions creates a paradox wherein some elements provide widescale benefits even while others produce acute injustices” (p.5). Aan de hand van recente inzichten uit de literatuur over milieu-rechtvaardigheid wordt deze paradox uitgeplozen. De 21 verhalen (tales) zijn vervolgens in vijf thematische clusters ondergebracht. Het 22e hoofdstuk biedt een blik op de toekomst en presenteert praktische lessen voor rechtvaardige vergroening, met concrete aanwijzingen voor beleidsmakers, planologen en activisten. De case studies zijn opgetekend door onderzoekers verbonden aan de Barcelona Lab for Urban Environmental Justice and Sustainability, aangevuld met lokale onderzoekers. Ondanks de verscheidenheid aan auteurs kennen de verschillende hoofdstukken een vrijwel vaste structuur.

De hoofdboodschap van het boek is duidelijk: vergroening brengt niet alleen maar voordelen. We moeten ook de bredere politieke en economische structuren snappen. Elk hoofdstuk schetst daarom sterk de historische ontwikkeling van de plek, en kijkt nadrukkelijk breder dan de vergroening zelf. De toegankelijke hoofdstukken beschouwen vervolgens een vergroeningsproject vanuit een ruimtelijke rechtvaardigheidslens. Het boek wil de onbevoorrechte stemmen aan het woord laten, en kiest voor het bewoners- en activistenperspectief. Investeerders of professionals uit de publieke sector komen mondjesmaat aan het woord. Dat maakt het boek wat eenzijdig, maar doet niets af aan de boodschap.

De belangrijkste kritiek op dit boek is dat elk afzonderlijk hoofdstuk wel erg veel dimensies van stedelijke ontwikkeling op een hoop gooit. Het is nog niet zo makkelijk te traceren hoe vergroening in stedelijke (her)ontwikkeling een rol speelt, en hoe dit leidt tot gentrificatie en verdringingsprocessen. De besproken steden zijn meestal populair, en de lokale woningmarkt kookt vaak over. Een groot vergroeningsproject of infrastructureel project maakt een achterstandswijk dan opeens interessant voor een nieuwe groep bewoners. Ongemakkelijk zijn de voorbeelden waar bestaande wijken worden ‘(her)ontdekt’. Maar in meerdere gevallen lijkt groen slechts één van de vele factoren die het karakter van een wijk veranderen. Neem een casus als Amsterdam-Noord (hoofdstuk 2): je kan moeilijk stellen dat de samenvoeging van het Florapark en Volewijkspark tot het Noorderpark hier de aanjager van gentrificatie is.

De structuur van het boek is met alle losse case studies rechttoe-rechtaan, die prima afzonderlijk van elkaar te lezen zijn. Methodologisch is het een omissie dat de dataverzameling slechts in hoofdstuk 1 kort wordt besproken, waardoor niet duidelijk wordt wie er per casus is geïnterviewd. Veel cases uit het boek laten dezelfde ontwikkeling zien, waardoor de boodschap zich soms herhaalt.

Jardin Extraordinaire, Nantes

Jardin Extraordinaire, Nantes (bron: Wikimedia Commons).

De losse hoofdstukken komen uiteindelijk te weinig samen. Helaas biedt het introducerende hoofdstuk geen kapstok waar de case studies helder op voortborduren. Er worden bijvoorbeeld geen duidelijke definities gegeven van sleutelbegrippen zoals gentrificatie. Opvallend, omdat ander werk van Anguelovski dat juist wel doet. Door de losse omgang met definities wordt niet precies duidelijk wat gentrificatie is (behalve dat de auteurs het niet wenselijk vinden). Ter illustratie: in Montreal gaat het over ‘food gentrification’, in Seattle hebben we te maken met ‘green gentrification’, en Oost-Boston ervaart ‘climate gentrification’. De auteurs hadden hier preciezer in kunnen zijn, ook om de directe en indirecte effecten van groen beter te snappen. Het toevoegen van stedelijk groen leidt vaak niet direct tot verdringing, maar indirect wel: verhuurders kunnen hogere huren vragen, en veranderen daarmee langzaam de samenstelling van de buurt. Of met het groen worden ook bouwblokken gesloopt en komen er nieuwe typen appartementen voor terug.

Het slothoofdstuk ontstijgt de empirie uit de verschillende hoofdstukken weinig. Het hoopvolle perspectief is een nieuw verhaal dat gebaseerd moet zijn op “een anti-ondergeschiktheid, intersectionele en relationele manier van vergroening” die redeneert vanuit de huidige bewoners en hun kwetsbaarheden, en niet kapitaalaccumulatie op één zet (p.318-320).

Deze kritieken doen niets af aan het belang van dit boek: we moeten ons bewuster worden van de ongelijkheden die we door vergroening kunnen versterken. Het boek toont met gedetailleerde casusbeschrijvingen en foto’s aan hoe stedelijke herontwikkeling en vergroening worden gestructureerd door culturele, sociale en politieke voorkeuren, en daarmee hoe sociale ongelijkheden kunnen worden versterkt. Hierdoor kunnen vergroeningsprojecten met achterdocht bekeken worden en weerstand oproepen, terwijl groen zo hard nodig is in de stad. Deze ongemakkelijke realiteit is zeer actueel voor de Nederlandse praktijk, met bijvoorbeeld de voorstellen voor nieuwe vergroeningsprojecten in steden zoals Rotterdam. Aan wie komt dit groen ten goede?

Het boek biedt al met al een bruikbare, en tegelijk toegankelijke lens om meer bewustwording te creëren over het grotere plaatje van vergroening. Onderzoekers kunnen hun hart ophalen aan de rijke empirie. Het ambitieuze, veelomvattende project om 21 steden kritisch te bespreken levert een duidelijke staalkaart op van duurzame verstedelijking anno 2022.

Met dank aan Izaline Traoré en Diede van Loo voor het meedenken en meeschrijven.

Author profile
Jannes is universitair docent planologie aan de Universiteit van Amsterdam en redacteur bij Rooilijn en InPlanning

Als universitair docent planologie verzorgt Jannes (j.j.willems@uva.nl) onderwijs in de bachelors Sociale Geografie & Planologie en Future Planet Studies.

Centraal in zijn onderzoek staat de rol die infrastructuur- en waterbeheerders spelen in ruimtelijke transformaties. Jannes onderzoekt bijvoorbeeld hoe stedelijke waterbeheerders nieuwe blauwgroene infrastructuren realiseren om de stad klimaatbestendig te maken, en welke nieuwe samenwerkingen beheerders hiervoor opzetten met bedrijven, bewoners en andere organisaties. Daarnaast onderzoekt hij hoe de renovatie en vervanging van verouderde infrastructuur kan worden gecombineerd met andere ruimtelijke vraagstukken.

Eerder was Jannes werkzaam aan de Erasmus Universiteit als postdoc (afdeling Bestuurskunde). Hij promoveerde in 2018 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Author profile
Jannes is universitair docent planologie aan de Universiteit van Amsterdam en redacteur bij Rooilijn en InPlanning

Als universitair docent planologie verzorgt Jannes (j.j.willems@uva.nl) onderwijs in de bachelors Sociale Geografie & Planologie en Future Planet Studies.

Centraal in zijn onderzoek staat de rol die infrastructuur- en waterbeheerders spelen in ruimtelijke transformaties. Jannes onderzoekt bijvoorbeeld hoe stedelijke waterbeheerders nieuwe blauwgroene infrastructuren realiseren om de stad klimaatbestendig te maken, en welke nieuwe samenwerkingen beheerders hiervoor opzetten met bedrijven, bewoners en andere organisaties. Daarnaast onderzoekt hij hoe de renovatie en vervanging van verouderde infrastructuur kan worden gecombineerd met andere ruimtelijke vraagstukken.

Eerder was Jannes werkzaam aan de Erasmus Universiteit als postdoc (afdeling Bestuurskunde). Hij promoveerde in 2018 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Recensie gegevens:
Auteur(s):Jannes Willems
55

14 november 2022

De tekst en tabellen in deze bijdrage zijn gepubliceerd onder een CC-BY-SA-ND licentie. Voor hergebruik van foto’s en illustraties dient u contact op te nemen met Rooilijn.
Whatsapp

Reageer op deze publicatie

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.