Verleden en heden van Groot Berlijn

11 november 2020

Architekten- und Ingenieurverein zu Berlin-Brandenburg (red.) (2020)

Unfinished Metropolis

Volume 1: 100 years of Urban Planning for Greater Berlin
Volume 2: International Urban Planning Competition for Berlin-Brandenburg 2070, Perspectives from Europe
DOM publishers, Berlin
416 + 336 p.
ISBN 978-3-86922-249-3 (English)
ISBN 978-3-86922-241-7 (German)
€ 48

Op 1 oktober 1920 is het zover: de geboorte van de nieuwe gemeente Gross-Berlin. Uit een fusie van zeven steden, 59 kleinere gemeenten en 27 districten ontstaat een stad met een oppervlakte van 878 vierkante kilometer en 3,9 miljoen inwoners. Twee aanleidingen stonden aan de wieg van dit besluit: de zoektocht naar een geordende stedenbouwkundige ontwikkeling en de zoektocht naar een oplossing voor het grote verschil tussen rijke en armere gemeenten. Echter: lang heeft Groot-Berlijn niet geleefd. De machtsovername door Hitler in 1933 maakt er al snel een eind aan. Vervolgens breekt er een wereldoorlog uit, ontstaat er een koude oorlog en wordt Berlijn in tweeën verdeeld door de Berlijnse muur. Pas na hereniging van de twee Duitslanden in 1990 kan Groot-Berlijn haar effectiviteit gaan bewijzen.

Hauptbahnhof, Berlijn (foto: DOM publishers)

Dit alles en nog veel meer is te lezen in een 4,26 kilogram boek. Of eigenlijk twee boeken, die deel uitmaken van het groots opgezette project Unvollendete Metropole. Dit project is in 2015 opgestart om in 2020 stil te staan en vooruit te blikken. Naast deze boeken is er ook een ideeënprijsvraag en een tentoonstelling georganiseerd. Het geheel zorgt voor een interessante terug- en vooruitblik op Groot-Berlijn vanuit een planologisch-stedenbouwkundige blik.

De bundel is uitgegeven door het Architekten- Und Ingenieursverein zu Berlin-Brandenburg. Deel één belicht achtergronden en geschiedenis van Groot-Berlijn en fungeert vanaf pagina 84 tot aan pagina 403 als tentoonstellingscatalogus. Op de voorliggende pagina’s worden verleden, heden en toekomst van Berlijn beschreven aan de hand van vijf thema’s: centra-ontwikkeling, wonen, verkeer, groen en projecten. Plekken en objecten worden getoond, die soms als voorbeeld en soms als schrikbeeld waren voor de ontwikkeling van Groot-Berlijn. Deel twee beschrijft de groeistuipen en de worsteling van vier andere grote Europese steden: Parijs, Moskou, Wenen en Londen. Deel twee fungeert ook als catalogus voor de voorstellen die zijn ingediend voor de internationale ideeënprijsvraag Berlin-Brandenburg 2070.

Hoe turbulent de ontwikkeling van Groot-Berlijn is geweest, wordt treffend getoond in deel één, dat na een aantal interessante beschouwingen opent met foto’s van de zeventien raadhuizen van steden als Neukölln, Schöneberg, Charlottenburg en Steglitz, die na 1920 zijn opgeheven. Deze kadavers van de geschiedenis laten zien dat – met de dreigende opheffing in het vooruitzicht – de dadendrang iets groots achter te laten sterk was. Het meest bekend is Rathaus Schöneberg uit 1914, wereldberoemd geworden na de legendarische woorden “Ich bin ein Berliner” van de Amerikaanse president John F. Kennedy op 26 juni 1963.

“Platz” in het zuiden van de Steglitz-rotonde (foto: Thomas Spier, apollovision via DOM publishers)

In beide delen is te lezen dat de spoorwegen een belangrijke rol hebben gespeeld bij de stedenbouwkundige ontwikkeling van Groot-Berlijn. Dit leidde tot het ontstaan van suburbane voorsteden, die tot de dag van vandaag de ontwikkeling van Berlijn bepalen. Deze stedenbouwkundige ontwikkeling wordt Siedlungsstern genoemd en kan beschouwd worden als Transit Oriented Development avant la lettre. Het idee van de Siedlungsstern is derhalve ook uitgangspunt geweest voor de internationale ideeënprijsvraag. Doel was niet om ideeën te leveren voor een geheel andere, nieuwe metropoolregio, maar het verder ontwikkelen van het stedelijk potentieel. De veelkoppige jury, met onder meer architect Jo Coenen, koos Bernd Albers, Silvia Malcovati en Günther Vogt als prijswinnaars met hun idee ZUSAMMENWACHSEN – LANDSCHAF(F)TSTADT waarbij groei binnen de gemeentegrenzen van de stad Berlijn wordt voorgesteld, in plaats van een alsmaar uitdijende stad. Naast dit plan wordt aan de andere 55 inzendingen uitgebreid aandacht geschonken.

Het is een prachtige uitgave, die verleidt tot urenlang dwalen op meerdere niveaus; zowel historisch, nostalgisch als vooruitkijkend. De hardnekkige Duitse eigenschap om altijd volledig te willen zijn wordt gelukkig verluchtigd met bijzondere onderwerpen. Zo katapulteert een afbeelding in het boek van een turquoise metrotegel iedere lezer stante pede naar station Berlin-Alexanderplatz. Ook de aandacht die beeldhouwer René Sintenis krijgt is terecht. Zij ontwierp het beeld van de Berlijnse beer, die de middenberm siert van de autosnelwegen die uit alle richtingen naar Berlijn leiden. Vilein zijn de spotprenten die de dadendrang van bestuurders naar groot, groter, grootst op de hak nemen. De herinnering aan het tegen elkaar opbieden van oost en west ter gelegenheid van het 700-jarige bestaan van Berlijn in 1987 doet bijna lachwekkend aan.

De Nederlandse eigenschap om ‘wat heb ik hier allemaal aan?’ te denken valt in meerdere antwoorden uiteen. Deel één eindigt met een Metropolitaan Manifest, dat uit elf constateringen bestaat die elk met een geschetst perspectief toekomst krijgen. Dat lukt ten dele. Helaas bestaat de helft van de perspectieven uit platgetreden paden, zoals het leggen van nadruk op diversiteit in de woningbouwopgave, of het terugdringen van de rol van de auto ten gunste van langzaam verkeer. Perspectieven die vandaag de dag in iedere Europese stad te horen zijn en overal hetzelfde klinken. Interessant wordt het als de relatie met Berlijn naar voren komt. Zoals het idee om de rijkdom aan centra die Groot-Berlijn kenmerkt, te versterken. Verfrissend is het perspectief dat aandacht vraagt voor het versterken van een onderhoudscultuur voor het groen. Iets dat in Nederland ter harte moet worden genomen. Nederland is wereldberoemd in verfrissende architectonische- en landschappelijke concepten bedenken, maar slecht in het onderhouden ervan.

De worsteling waar Groot-Berlijn zich nog immer in bevindt biedt herkenning en een zekere troost. Zo werd de fusiepoging tussen de stad Berlijn en de provincie Bandenburg in 1996 genadeloos afgeschoten. Wat restte, was een provincie zonder echte hoofdstad: Potsdam; niet Berlijn. Sindsdien wordt er middels losse verbanden tussen stad en provincie samengewerkt. De relatie tussen centrale stad en stadsdelen is – net als in veel Nederlandse steden – blijvend ingewikkeld, vooral als het om verantwoordelijkheden gaat. Een van de conclusies is, is dat de vraagstukken van vandaag en morgen een (nog) intensievere samenwerking vereisen tussen centrale stad, stadsdelen en provincie Brandenburg. Er wordt gepleit voor het oprichten van een Regionalrat, die stadsoverstijgende vraagstukken zou moeten behandelen. Deze vraagstukken sluimeren in Nederland ook al jaren.

Plan van de Voorlopige Regionale Commissie uit 1990. Zelfs vóór de hereniging van Berlijn kwam een ​​groep deskundigen uit Oost en West bijeen. Hun aanbevelingen: stadsuitbreiding moeten worden voorkomen, open ruimtes moeten worden beveiligd, bestaande centra moeten worden versterkt, de stedelijke culturele waarden van de regio moeten worden behouden, en het openbaar vervoer moet worden verbeterd (beeld: via DOM publishers)

In de vergelijking tussen Parijs, Londen, Wenen en Moskou valt het verschil in bestuurlijke vorm op. In Parijs is het project Grand Paris een niet-gerealiseerd administratief project gebleven. In Londen is het gelukt om Greater London vorm te geven; een regionaal samengaan van 32 stadsdelen en de City of Londen. Wenen was er in 1892 als eerste bij om Groot-Wenen op te zetten. Wenen blijft tot vandaag de dag een inspirerend voorbeeld. Deze ‘grootste huisbaas van Europa’ kent een sterke stedelijke sturing op het woningbouwbeleid. De hausse aan plannen van deze vier steden en Berlijn laten echter een ding niet zien: dat de huidige en komende opgaven zich nog minder van bestuurlijke gemeente- en provinciegrenzen aantrekken dan vroeger. De vergelijking tussen deze vijf steden roept de vraag op in hoeverre in Nederland de democratische controle op regionale planning en ontwikkeling wel afdoende geregeld is. Op die vraag biedt dit boek geen antwoord. Wel toont het boek aan dat blijvend grensoverschrijdend denken absoluut noodzakelijk is om de toekomst gestalte te geven.

Author profile
Vincent is projectleider bij Architectuur Lokaal en zelfstandig publicist/onderzoeker op het gebied van stedenbouw

Vincent werkt op het snijvlak van stad, stedelijke ontwikkeling en cultuur, stedenbouw en architectuur, zowel als zelfstandige en als projectleider bij Architectuur Lokaal, kenniscentrum voor bouwcultuur. Zijn doel is om informatie over stedelijke ontwikkeling voor een breed publiek toegankelijk te maken. Meer informatie op zijn website https://www.vincentkompier.nl/

Author profile
Vincent is projectleider bij Architectuur Lokaal en zelfstandig publicist/onderzoeker op het gebied van stedenbouw

Vincent werkt op het snijvlak van stad, stedelijke ontwikkeling en cultuur, stedenbouw en architectuur, zowel als zelfstandige en als projectleider bij Architectuur Lokaal, kenniscentrum voor bouwcultuur. Zijn doel is om informatie over stedelijke ontwikkeling voor een breed publiek toegankelijk te maken. Meer informatie op zijn website https://www.vincentkompier.nl/

Whatsapp

Reageer op deze publicatie

1 Reactie

  1. Steven Kromhout

    Dit brengt mooie herinneringen bij mij omhoog aan het schrijven van mijn afstudeerscriptie (in 2001) over regionale samenwerking in Berlijn en Amsterdam. Schön war die Zeit…

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *