Rijksinterventie voor bereikbaarheid

20 mei 2019

Stelling door Maarten Markus

Nederland kent een unieke modal split. Tussen de grote steden is de trein het meest populair. In steden heeft de fiets de voorkeur. Reizen van de zogenaamde groeikernen naar de steden worden overwegend met de auto gemaakt. En alle drie de modaliteitsvormen lijken vast te lopen. De totale capaciteit van de treinen in de ochtendspits wordt regelmatig benut. Fietscongestie- en parkeerproblematiek zijn aan de orde van de dag in steden als Utrecht en Amsterdam. En op de weg wordt filerecord na filerecord gebroken. En juist dat laatste levert meervoudige problemen op. Het wegverkeer zorgt er nog steeds voor dat Nederland de Europese normen voor luchtkwaliteit overschrijdt. Het leidt tot stress bij automobilisten, economische schade en ondermijnt de bereikbaarheid van onze steden.

De stelling: Een integrale rijksinterventie is nodig om de bereikbaarheid in de Randstad te borgen en mobiliteit te verduurzamen. Daarbij is er tegelijkertijd een omslag nodig in het denken. Want meer wegcapaciteit leidt tot meer autoverkeer en filedruk. Meer parkeerplaatsen leidt tot meer autobezit en meer autogebruik. Meer OV-capaciteit kan niet zonder Rijksbreed miljardenplan. En de (elektrische) fiets, een belangrijk alternatief voor korte autoritten, werkt alleen als de fietsinfrastructuur prioriteit krijgt boven ruimte voor de auto. Politiek gezien allemaal onderwerpen die tot impasses kunnen leiden.

De rijksinterventie zal in ieder geval verder moeten gaan dan infrastructurele maatregelen. Het is nodig de aanwezige middelen beter in te zetten en meer sturingsmiddelen te gebruiken om met name forensen en bedrijven tot andere mobiliteitskeuzen te laten overgaan. Dat kan in de eerste plaats met prijs- en tijd gestuurd verkeers-management, oftewel rekeningrijden. De piekbelasting in de spits zorgt nu voor congestie, die met data gestuurde prijsincentives goed te managen is. Regio’s die ons voor zijn gegaan zijn succesvol gebleken. Van Stockholm tot London, van Singapore tot Hong Kong. En de Nederlander lijkt dit ook in te zien zo blijkt zelfs uit een nieuwsbericht van de ANWB van 29 januari 2019. De Volkskrant kopte: ‘Files en klimaat doen debat over rekeningrijden omslaan’ (Van Lieshout, 2019).

Een tweede interventie betreft deelmultimodaliteit. De fiets en trein combinatie is in Nederland al zeer sterk. Deelmobiliteit verrijkt het palet tussen fiets, trein en auto nog verder. Een grote barrière voor gebruik van een e-scooter, deelauto of ov-fiets is het hebben van een eigen auto. Zeker het traditionele leasebeleid en eigen autobezit vormen een beperking voor mensen om per reisbeweging de best passende modaliteit te kiezen.

Tot slot zal er OV-capaciteit bij moeten komen tussen steden en woonkernen rond steden. De goede voorbeelden zoals de Randstadrail tussen Den Haag en Rotterdam en de Zuidtangent snelbus tussen Haarlem en de Zuidas vragen om herhaling en uitbreiding. Zeker in combinatie met verstedelijking biedt een transit oriented development-strategie kansen om stedelijke groei met betere bereikbaarheid gepaard te laten gaan. Er lijkt nu een momentum te zijn voor politieke actie. Dat betekent het omarmen van rekeningrijden, afscheid nemen van de leaseauto en miljardeninvesteringen voor nieuwe ov-verbindingen in combinatie met nieuwe woonwijken.

Author profile
Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie. De stelling snijdt een actueel ruimtelijk thema aan waarop een passende auteur reageert. Hij is werkzaam als Projectmanager Duurzaamheid bij

Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie en werkzaam als projectmanager Duurzaamheid bij gebiedsontwikkelaar AM. Hij is opgeleid als vastgoedkundige (HvA) en planoloog (UvA) en afgestudeerd in Urban Studies (UvA/Northeastern University) waar hij specialiseerde in de implementatie van duurzaamheid in gebiedsontwikkeling. Hij heeft gewerkt aan stedelijke vernieuwing bij de gemeente Amsterdam, het onderzoeksproject APRILab naar planningsdilemmas in ontwikkeling en werkt nu aan de strategie en implementatie van duurzame oplossingen voor gebiedsontwikkeling. Naast zijn werkzaamheden voor AM en Rooilijn is hij actief in de Nieuw Amsterdam Raad van Pakhuis de Zwijger en als Fellow betrokken bij het onderzoeksprogramma Urban Arenas for just and sustainable cities.

Author profile
Toon is research associate in innovatie en mobiliteit bij de Transport Studies Unit van de University of Oxford.
Toon Meelen reageert

Een integrale rijksinterventie zal ongetwijfeld een bijdrage leveren aan het verbeteren van de bereikbaarheid. Rekeningrijden is inderdaad in meerdere regio’s in de wereld een succes gebleken. Het goed laten aansluiten van ontwikkelingen in werkgelegenheid, woningen en OV (transit oriented development) is een beproefde strategie om autogebruik te beperken. Toch heb ik ook bedenkingen bij de voorgestelde top-down rijksinterventie.

Eindgebruikers nemen namelijk zelf het initiatief voor meer duurzame mobiliteit en betere bereikbaarheid. Juist van de eindgebruikers valt veel te leren. In mijn promotieonderzoek ‘Users and the upscaling of innovation in sustainability transitions’ heb ik gekeken naar de gebruikers van autodelen en elektrische auto’s. Een integrale rijksinterventie dreigt deze zogenaamde bottom-up processen te missen. Beter aansluiten op bestaande gebruikersacties voor duurzame mobiliteit kan zorgen voor meer politiek draagvlak en een effectievere rijksinterventie.

De stelling benoemt dat het bezitten van een auto een grote barrière vormt voor deelmobiliteit. Dit hoeft echter niet altijd zo te zijn. Peer-to-peer autodelen stelt autobezitters namelijk in staat om hun auto aan te bieden via een platform, zoals Snappcar, en zo te delen met anderen. Deze vorm van autodelen groeit in Nederland sterk. Gebruikers worden daarbij gedreven door een combinatie van financiële en milieumotivaties. Daardoor trekt deze vorm van autodelen een diverse en grote groep gebruikers. Er zijn overigens ook leasemaatschappijen die het delen van leaseauto’s toestaan.

Peer-to-peer autodelen lijkt mij een uitstekend model op weg naar volledig gedeelde mobiliteit. Het geeft mensen de gelegenheid te wennen aan delen zonder dat ze hun auto meteen weg hoeven te doen. De overheid doet er dan ook goed aan om zich aan te sluiten bij deze bottom-up trend met verdere stimuleringsmaatregelen. Een dergelijke beleidsstrategie maakt een deel van de autobezitters ook onderdeel van een bredere coalitie die werkt aan duurzamere mobiliteit. Dit zou wel eens ten goede kunnen komen aan het politiek draagvlak voor de verregaande maatregelen als in de voorgestelde rijksinterventie.

Burgers organiseren zich eveneens in allerlei verbanden om te komen tot meer duurzaamheid of betere bereikbaarheid. Voor mijn onderzoek heb ik een internetforum van Tesla-gebruikers bekeken. Het is fascinerend om te zien hoe zij een actieve rol spelen in de verspreiding van elektrische auto’s. Ze delen kennis, lobbyen voor laadinfrastructuur, bekritiseren waterstof, en gaan actief de strijd aan met eigenaren van fossiele brandstof auto’s die op voor hen bestemde laadplaatsen parkeren.

De overheid, ook op Rijksniveau, zou actiever met dit soort bottom-up groepen contact kunnen maken om beleid te ontwikkelen en bij te stellen. Bijvoorbeeld om op tijd op de hoogte te zijn van hoe subsidies eigenlijk worden gebruikt of om problemen met de laadinfrastructuur in kaart te brengen. Zo kan een rijksinterventie effectiever worden gemaakt. Oftewel, een rijksinterventie is belangrijk. Hierbij is het essentieel om aan te sluiten bij bottom-up gebruikersacties, en om informatie en inspiratie op te doen bij eindgebruikers.

Author profile
Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie. De stelling snijdt een actueel ruimtelijk thema aan waarop een passende auteur reageert. Hij is werkzaam als Projectmanager Duurzaamheid bij

Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie en werkzaam als projectmanager Duurzaamheid bij gebiedsontwikkelaar AM. Hij is opgeleid als vastgoedkundige (HvA) en planoloog (UvA) en afgestudeerd in Urban Studies (UvA/Northeastern University) waar hij specialiseerde in de implementatie van duurzaamheid in gebiedsontwikkeling. Hij heeft gewerkt aan stedelijke vernieuwing bij de gemeente Amsterdam, het onderzoeksproject APRILab naar planningsdilemmas in ontwikkeling en werkt nu aan de strategie en implementatie van duurzame oplossingen voor gebiedsontwikkeling. Naast zijn werkzaamheden voor AM en Rooilijn is hij actief in de Nieuw Amsterdam Raad van Pakhuis de Zwijger en als Fellow betrokken bij het onderzoeksprogramma Urban Arenas for just and sustainable cities.

Author profile
Toon is research associate in innovatie en mobiliteit bij de Transport Studies Unit van de University of Oxford.

Whatsapp

Reageer op deze stelling

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *