Sneller én integraler met de Omgevingswet

1 december 2018

Stelling door Maarten Markus

De doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet zijn veelbelovend. De regeldruk wordt verminderd, besluitvorming wordt sneller en er komt meer integrale samenhang in het vormgeven van de leefomgeving. Een belangrijk onderdeel zijn de omgevingsvisies van gemeenten, provincies en de Rijksoverheid. Die moeten richting geven en een afwegingskader hoe met verschillende ruimtelijke opgaven om te gaan. De Nationale Omgevingsvisie zal bijvoorbeeld richting geven hoe we lokaal keuzes maken voor wel of geen windmolenpark. Emiel Reiding, Directeur Nationale Omgevingsvisie, noemt als prangend voorbeeld ook duurzame bereikbaarheid en stedelijke verdichting. Opgaven zoals de energietransitie, bereikbaarheid en woningbouw kunnen niet meer los van elkaar worden gezien.

Er zit echter een ogenschijnlijke tegenstrijdigheid in de doelstellingen van de Omgevingswet. Hoe kunnen ruimtelijke plannen integraler, met meer stakeholders en intersectoraal worden gemaakt én de besluitvorming worden versneld? Als die doelstelling praktijk wordt lijkt het ei van Columbus gevonden. De pilots van de omgevingsvisie, waar met de nieuwe werkwijze ervaring wordt opgedaan geven hier een eerste inzicht in. In het eindrapport pilots omgevingsvisie komen een aantal belangrijke kansen naar voren. De drie belangrijke kansen op een rij:

Ten eerste de kans om ruimtelijke professionals een spiegel voor te houden. Hoe werken we nu en leidt dat wel tot het beste resultaat? Nog altijd worden vanuit sectorale kokers beleid en plannen gemaakt omdat verantwoordelijkheden zo zijn georganiseerd. Met de omgevingswet ontstaat de wettelijke verplichting tot intersectorale samenwerking. Dat betekent een noodzakelijke cultuurverandering in de ruimtelijke sector waarbij de omgevingswet zomaar een belangrijke stok achter de deur kan zijn voor ontkokering.

De tweede, veelgenoemde kans, is maatschappelijk draagvlak door participatie met meer stakeholders. Het gebeurt nu nog vaak dat lokale kansen niet gesignaleerd worden of tegengestelde belangen zich pas laat manifesteren bij ruimtelijke plannen. De grootste doelstelling van een bredere maatschappelijke betrokkenheid bij ruimtelijke plannen is om de kwaliteit van de plannen te verhogen en draagvlak te vergroten. Juist bij de invulling van ruimtelijke opgaven kan input vanuit de samenleving tot nieuwe inzichten leiden.

De derde kans is integrale planvorming. Woningbouw niet meer los zien van de energietransitie. Bereikbaarheidsvraagstukken niet meer los zien van parkeernormen. Sociale opgaven zoals onderwijs, gezondheid en werkgelegenheid spiegelen aan de inhoud van nieuwe plannen. Hier komt ook de rol van de breed onderlegde ruimtelijke professional terug: de verbinder tussen sectoren en vertaler naar uitgangspunten voor ruimtelijke plannen. Met de nieuwe omgevingswet kan de integrale plankwaliteit alleen nog maar beter worden, de vraag is of we al geëquipeerd zijn integraal te werken. Dit betekent namelijk ook anders omgaan met financiering die nog altijd sectoraal georganiseerd zal zijn.

Het effect van de nieuwe Omgevingswet is nog niet uitgekristalliseerd. Wel biedt de omgevingswet een nieuw perspectief om intersectoraal werken, meer maatschappelijke betrokkenheid en een hogere integrale plankwaliteit met kortere besluitvormingstermijnen in praktijk te brengen.

Author profile
Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie. De stelling snijdt een actueel ruimtelijk thema aan waarop een passende auteur reageert. Hij is werkzaam als Projectmanager Duurzaamheid bij

Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie en werkzaam als projectmanager Duurzaamheid bij gebiedsontwikkelaar AM. Hij is opgeleid als vastgoedkundige (HvA) en planoloog (UvA) en afgestudeerd in Urban Studies (UvA/Northeastern University) waar hij specialiseerde in de implementatie van duurzaamheid in gebiedsontwikkeling. Hij heeft gewerkt aan stedelijke vernieuwing bij de gemeente Amsterdam, het onderzoeksproject APRILab naar planningsdilemmas in ontwikkeling en werkt nu aan de strategie en implementatie van duurzame oplossingen voor gebiedsontwikkeling. Naast zijn werkzaamheden voor AM en Rooilijn is hij actief in de Nieuw Amsterdam Raad van Pakhuis de Zwijger en als Fellow betrokken bij het onderzoeksprogramma Urban Arenas for just and sustainable cities.

Author profile
Willem is professor emeritus 'Urban and Regional Planning' van de Universiteit van Amsterdam

Willem Salet (W.G.M.Salet@uva.nl) chaired Urban Planning from 1998 to 2017. He was the Scientific Director of the Amsterdam study center for the Metropolitan Environment AME (1997-2003). He was the President of the Association of European Schools of Planning (AESOP) 2008-2010 and was awarded AESOP Honorary Membership in 2016. As a sociologist and urban planner, Willem Salet specializes in the institutional aspects of metropolitan development. Institutions are conceived in sociological sense as the patterning of public norms. He investigates the cultural, legal and political dimensions of public norms in the making of sustainable metropolitan spaces.

Salet coordinated a lot of international and national comparative research into urban development, governance and strategic urban projects.

Willem Salet reageert

Het fundamentele probleem van de Omgevingswet is dat deze wet louter vanuit bestuurlijk managementperspectief is opgesteld. De kerntaak van regelgeving is om een normatief bestek te bieden, zo mogelijk met materiële normen en verder met verantwoordelijkheden en begrenzingen (spelregels) voor de beleidspraktijken. Maar dit normatieve fundament is volstrekt verwaarloosd. De wet legt zich voornamelijk toe op de coördinatie van het sturingsmotief. In het stapelen van sectorale regelingen is zeer veel ruimte voor het bestuur gecreëerd. In het regelen van afwijkingen van de gestapelde besluiten krijgt de administratie zelfs volledig de vrije hand. Zo’n vergaande delegatie van publieke macht aan het bestuur is ongekend in de bestuurlijke traditie van Nederland. De Raad van State heeft er terecht telkens zeer kritisch melding van gemaakt. Het betekent concreet dat de vertegenwoordigende organen, de rechter en de burger bij de aanpassing van de gestapelde besluiten niet echt meer aan bod komen: de verantwoordelijke bestuurder kan aanpassen wat zij of hij verkiest. De machtsverhoudingen binnen de staat worden op deze manier eenzijdig georganiseerd, evenals de verhouding tussen de bestuurlijke administratie en de burger.

Aanpassing van de gestapelde besluiten zal aan de orde van de dag zijn, zeker als men bedenkt dat honderden sectorale regelingen in mammoetbesluiten gebundeld moeten worden. Alle drie de bestuursniveaus kunnen zo’n gestapeld besluit vaststellen. Die stapelbesluiten moeten echter gaan functioneren in een zeer veranderlijke en dynamische omgeving waarin vanuit verschillende invalshoeken steeds nieuwe inzichten en behoeften aan verandering naar voren komen. Het zou mij niet verbazen dat de gebundelde besluiten al verouderd zijn op de dag dat ze worden vastgesteld. In elk geval zal het zeer druk worden door dagelijkse aanpassingen (het klassieke lot van een simpel model in een complexe werkelijkheid), die het bestuur straks naar eigen inzichten mag aanbrengen. Als je stapeling van sectorbeleid op deze manier organiseert wordt de continue afwijking van de stapelbesluiten natuurlijk veel belangrijker dan het stapelbesluit zelf.

Betekent dit sneller, flexibeler en toch meer integreren? Het zou kunnen. De wetgever integreert vooralsnog geen normen maar hij schept de ruimte voor het bestuur om verschillende sectorale regelingen en beleidsvoornemens te stapelen. Ik hoef dat stapelen niet eens cynisch te duiden, de wetgever houdt zelf niet eens de schijn op en benoemt het simpelweg als ‘een nietje er doorheen’. Dat is nog geen integratie. Het bestuur zou die ruimte kunnen benutten om echte integratie te zoeken, het kan die ruimte ook benutten om tientallen partijen in de besluitvorming te betrekken. Het kan echter ook alles zelf in eigen hand houden. Het bestuur kan er lang over doen, of zeer snel. Sneller, integraler, flexibeler, inclusiever, kan dat allemaal tegelijk? Het is mogelijk als de kernverantwoordelijkheid bij één van de partijen komt te liggen. In China doen ze het nog sneller. Maar men moet niet uit het oog verliezen dat het wel steeds de vrijheid, de flexibiliteit en de coördinatie is van de administratie.

Thorbecke geloofde al niet in de benevolentie van het bestuur, die begreep de betekenis van wettelijke normen en vond dat je de organisatie van het publiek bestel via tegenmachten scherp moet houden. Thorbecke wordt nog wel eens aangeroepen als iemand die gedachten van een vervlogen tijd vertolkt maar wat kunnen we scherpzinnig tegenwicht tegenwoordig gebruiken!

Author profile
Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie. De stelling snijdt een actueel ruimtelijk thema aan waarop een passende auteur reageert. Hij is werkzaam als Projectmanager Duurzaamheid bij

Maarten is redacteur van de Rooilijn Stellingredactie en werkzaam als projectmanager Duurzaamheid bij gebiedsontwikkelaar AM. Hij is opgeleid als vastgoedkundige (HvA) en planoloog (UvA) en afgestudeerd in Urban Studies (UvA/Northeastern University) waar hij specialiseerde in de implementatie van duurzaamheid in gebiedsontwikkeling. Hij heeft gewerkt aan stedelijke vernieuwing bij de gemeente Amsterdam, het onderzoeksproject APRILab naar planningsdilemmas in ontwikkeling en werkt nu aan de strategie en implementatie van duurzame oplossingen voor gebiedsontwikkeling. Naast zijn werkzaamheden voor AM en Rooilijn is hij actief in de Nieuw Amsterdam Raad van Pakhuis de Zwijger en als Fellow betrokken bij het onderzoeksprogramma Urban Arenas for just and sustainable cities.

Author profile
Willem is professor emeritus 'Urban and Regional Planning' van de Universiteit van Amsterdam

Willem Salet (W.G.M.Salet@uva.nl) chaired Urban Planning from 1998 to 2017. He was the Scientific Director of the Amsterdam study center for the Metropolitan Environment AME (1997-2003). He was the President of the Association of European Schools of Planning (AESOP) 2008-2010 and was awarded AESOP Honorary Membership in 2016. As a sociologist and urban planner, Willem Salet specializes in the institutional aspects of metropolitan development. Institutions are conceived in sociological sense as the patterning of public norms. He investigates the cultural, legal and political dimensions of public norms in the making of sustainable metropolitan spaces.

Salet coordinated a lot of international and national comparative research into urban development, governance and strategic urban projects.

Whatsapp

Reageer op deze stelling

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *