Collectief Particulier Opdrachtgeverschap in de stad: kies voor transformeren in plaats van creëren

1 februari 2017

Stelling door Bouwe Olij

De nieuwbouw op de zelfbouwkavels in de stad vliegt momenteel de grond uit. Ga maar kijken op het Zeeburgereiland, Amstelkwartier, de Buiksloterham of de Houthavens in Amsterdam. Fijn voor de bouwers/bewoners en goed voor de stad. Toch is het maar een druppel op de gloeiende plaat van het woningtekort in de stad. Je eigen woning bouwen is natuurlijk prachtig, maar helaas maar voor weinigen weggelegd. We weten inmiddels dat CPO veel langdurige inspanning vergt en niet echt goedkoper is dan seriebouw, ondanks het stimuleringsbeleid van de gemeente om locaties beschikbaar te stellen en de (geringe) korting op de grondprijs.

Hoewel ik niks tegen nieuwbouw heb, zou ik graag zien dat de gemeente minstens een vergelijkbare stimuleringsregeling zou toepassen voor het transformeren van bestaande gebouwen. De stad is vergeven van gebouwen (en gebieden) die hun functie verliezen of al hebben verloren. Dankzij acties sinds de jaren zeventig hebben veel steden inmiddels een stevige traditie in het transformeren van kerken, scholen, badhuizen, kantoren, fabrieken, loodsen, remises en wat dies meer zij. Iedereen kent de succesvolle voorbeelden van de Vondelkerk tot de Hallen en van de NDSM-werf tot de Kauwgomballenfabriek, met functies als wonen, werken, horeca en culturele broedplaatsen.

In tegenstelling tot woningen in de zelfbouwwijken, zorgt de transitie van gebouwen voor menging of versterking daarvan in bestaande wijken. In bijna alle gevallen gaat de buurt er op vooruit met de komst van de nieuwe functie en is het vaak de basis voor een gunstige verdere ontwikkeling van het gebied. Kijk bijvoorbeeld naar de gebieden in Noord langs het IJ. Waar weinig menging is, zoals in grote delen van Nieuw-West, kan een gericht transformatiebeleid van leegstaande gebouwen wellicht meer doen voor de aantrekkelijkheid van het gebied dan het vervangen van sociale huurwoningen door koopwoningen.

Er zijn in de stad nog talloze gebouwen die geschikt zijn voor verandering van functie. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat het gebouw de mogelijkheden bepaalt van de nieuwe functies. Dus niet (teveel) slopen, maar behouden en vernieuwen.

Dat is ook milieuvriendelijker en duurzamer. Op deze manier blijft architectuur en historie in stand. Ook als een gebouw niet van een enorme schoonheid is kan het voor het karakter van de buurt vaak beter zijn om het te laten staan in plaats van het te vervangen door nieuwbouw.

Helaas komt het regelmatig voor dat een transitie-initiatief niet of zeer moeizaam van de grond komt. Probleem is dan onder andere dat het lastig is te voldoen aan bouwvoorschriften en brandveiligheidseisen. Veel creativiteit en soms dure (tijdrovende) oplossingen zijn dan nodig om een bouwvergunning te krijgen.

Het zou gemeenten sieren als zij naast het stimuleringsbeleid voor CPO-nieuwbouw ook aandacht en middelen besteden aan CPO-transformatieprojecten. Dat hoeft niet om enorme bedragen te gaan. Slim omgaan met bestaande instrumenten als erfpacht (bijvoorbeeld tijdelijk lagere grondprijs) en bijvoorbeeld het opzetten, samen met belanghebbenden, van een investeringsfonds (revolving fund) kan voor veel CPO-projecten al helpen. Als je projecten in de buurt echt wil helpen zou de gemeente niet moeten selecteren op prijs maar op kwaliteit en toegevoegde waarde voor de buurt. Een collectief uit de buurt zou hierdoor meer kans maken dan andere partijen.

Author profile
Bouwe is directeur van managementbureau voor de ruimtelijke sector OSO en oudgemeenteraadslid voor de PvdA.

 

Bouwe was van 2008 tot 2010 voorzitter van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oud-West in Amsterdam. Daarna heeft hij zijn oude bedrijf weer nieuw leven ingeblazen. Bouwe is oprichter van OSO (Olij Stedelijk Overleg).  Zijn specialisme is proces- en projectmanagement in stedelijke herstructureringsgebieden waarbij breed maatschappelijk draagvlak nodig is om tot veranderingen te komen.

Author profile
Adri was Eerste-Kamerlid voor de PvdA. Hij is woordvoerder op het beleidsterrein van het wonen.

PvdA-politicus Adri Duivesteijn is al meer dan veertig jaar intensief betrokken bij de Nederlandse ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling, de kwaliteit van woningen en architectuur. Zijn primaire oriëntatie is de rol die de burger in deze processen speelt; Duivesteijn heeft altijd gepleit voor meer zeggenschap voor de eindgebruiker(s).

Meer informatie is te vinden op: https://www.adriduivesteijn.nl/

Adri Duivesteijn reageert

In het debat over door wie de stad moet worden gemaakt kom ik tal van tegenstrijdigheden en vooringenomenheden tegen. De stelling herbergt er tenminste ook een. Zo probeer ik te doorgronden wat nu eigenlijk de tegenstelling is tussen ‘transformeren en creëren’? Ik zou het eerlijk gezegd niet weten. Voor mij gaat het altijd weer om een creatieve opgave die een sociale en maatschappelijke betekenis heeft. Het resultaat heeft bovendien ook nog eens een culturele betekenis. Het bepaalt onze woon- en leefomgeving. In die zin is het ‘creëren’ nooit een puur individuele aangelegenheid. Wij allemaal leven in en om het eindresultaat. Voor mij staat dan ook vooral de vraag centraal: wie waar wat mag creëren, en dus creatief mag zijn, in het maken van onze stad.

In ons land is de invulling van de woningbouwopgave vrijwel geheel voorbehouden aan institutionele partijen. De woningcorporaties hebben al vanaf de Woningwet van 1902 de publieke opdracht om te voorzien in de woningbehoefte van lagere inkomens. Het heeft Nederland zo’n 2,4 miljoen huurwoningen opgeleverd. Sinds de jaren negentig hebben projectontwikkelaars, dankzij talrijke grondposities, vrijwel een monopolie op het commerciële deel van de woningbouwproductie. Deze geïnstitutionaliseerde wijze van bouwen heeft er tevens voor gezorgd dat in ons land de burger is gereduceerd tot de rol van woonconsument. Deze mag, vaak letterlijk, in de rij gaan staan voor een product dat sterk onderhevig is aan de wetten van de markt en die verkiest een ver doorgevoerde standaardisatie: seriebouw en winstmaximalisatie kenmerken onze woningbouwproductie.

Het opmerkelijke is, dat veel van onze publieke beslissers, stedenbouwers en bestuurders, zich volstrekt vereenzelvigd hebben met de gedachte dat de stad voor ons en niet door ons gemaakt wordt. Voor hen zijn de institutionele partijen een vanzelfsprekende bondgenoot. De burger als opdrachtgever komt nog steeds maar nauwelijks voor in het gemeentelijk bouwbeleid.

Vaak gaat het om curiositeiten, waar de burger de ruimte krijgt om plannen te ontwikkelen voor het omkatten van een bestaand gebouw dat vraagt om functieverandering. Of wat kavels worden vrijgemaakt voor particulier opdrachtgeverschap. Met alle respect voor de stelling gaat het wat mij betreft dus vooral om de principiële vraag hoe de burger, individueel of als groep, het primaat zou kunnen verkrijgen in de realisering van de eigen woningbehoefte. Dan maakt het niet uit of het gaat om het omkatten van bestaande gebouwen of een nieuwbouwproject. Het gaat om het primaire recht dat burgers gaan voorzien in hun eigen woningbehoefte en dus ook om het maken van de eigen stad.

Het is inmiddels wel evident dat een omslag in het primaat van het bouwen ten gunste van de burger bijdraagt aan een meer kleurrijke, diverse stad. Burgers komen zelden of nooit op de gedachte om allen een gelijke woning te gaan realiseren. Sterker nog, hun deelname betekent per definitie dat een keur aan diversiteit ontstaat. Roombeek in Enschede, het Steigereiland in Amsterdam en het Homeruskwartier in Almere zijn het levendige bewijs. Daar is een veelvoud aan diversiteit ontstaan die niet onderdoet voor de oude bestaande, en meer en meer gewaardeerde, historisch gegroeide stad. Dat betreft zowel de bevolkingssamenstelling, architectuur als ook de functies. Almere laat bovendien zien dat met een financieringsregeling à la ‘ik bouw betaalbaar’ (zonder subsidieregeling) ook de lagere inkomens zichzelf betaalbaar kunnen voorzien van een in eigen beheer ontwikkelde nieuwbouwwoning.

Anders gezegd, ik zou het bijzonder vinden wanneer wij het primaat van het maken van de stad, transformatie of nieuwbouw, aan de burgers zouden gaan geven. Wat mij betreft wordt het een item bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. Wie pakt die handschoen op?

Author profile
Bouwe is directeur van managementbureau voor de ruimtelijke sector OSO en oudgemeenteraadslid voor de PvdA.

 

Bouwe was van 2008 tot 2010 voorzitter van het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oud-West in Amsterdam. Daarna heeft hij zijn oude bedrijf weer nieuw leven ingeblazen. Bouwe is oprichter van OSO (Olij Stedelijk Overleg).  Zijn specialisme is proces- en projectmanagement in stedelijke herstructureringsgebieden waarbij breed maatschappelijk draagvlak nodig is om tot veranderingen te komen.

Author profile
Adri was Eerste-Kamerlid voor de PvdA. Hij is woordvoerder op het beleidsterrein van het wonen.

PvdA-politicus Adri Duivesteijn is al meer dan veertig jaar intensief betrokken bij de Nederlandse ruimtelijke ordening en stedelijke ontwikkeling, de kwaliteit van woningen en architectuur. Zijn primaire oriëntatie is de rol die de burger in deze processen speelt; Duivesteijn heeft altijd gepleit voor meer zeggenschap voor de eindgebruiker(s).

Meer informatie is te vinden op: https://www.adriduivesteijn.nl/

Whatsapp

Reageer op deze stelling

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *