Volkshuisvesting in tijden van groei

1 december 2017

Stelling door Jeroen Singelenberg

Wonen in de binnenstad is structureel een opgave voor steden en daardoor onderwerp politieke discussie, beleid en onderzoek. Jeroen Singelenberg heeft in zijn doctoraalscriptie uit 1974 trends in gemeentelijke doelstellingen en beleid onderzocht en toekomstscenario’s verkend voor wonen in de Amsterdamse binnenstad. Duidelijk is dat in de jaren ’70 de binnenstad er anders voorstond dan nu. Toen was er bevolkingsdaling door een afname van het aantal woningen en een sterke verhuisbeweging van gezinnen de stad uit. Opvallend is wel een toename van kleine huishoudens zonder kinderen, een trend die ook nu zichtbaar is.

Het gemeentelijk beleid van Amsterdam richt zich in de periode 1971 – 1974 op de kwaliteit en differentiatie van woontypen. Zo is er de doelstelling dat in wijken als de Jordaan de woonoppervlakte moet toenemen ten behoeve van grotere huishoudens. Tevens maakte de gemeente Amsterdam de keuze een aantal gebieden te vrijwaren van wonen en zo meer ruimte voor werk- of culturele functies te creëren in de stad. Een voorzichtige continuering van de stadsvernieuwing is tevens uitgangspunt van de gemeentelijke strategie. Singelenberg signaleert dat het verdringen van woningen door andere functies afneemt in het in voorbereiding zijnde Struktuurplan (1974). Wonen wordt dus weer prominenter in het beleid van toen.

Singelenberg ziet een grote inconsistentie tussen de gemeentelijke doelstellingen en haar beleid. Dit geeft de lastige rol van de gemeente aan: als publiek orgaan kan het niet allesbepalend zijn in de woningmarkt, tegelijkertijd is zij wel probleemeigenaar van een onevenwichtige woningmarkt in de binnenstad. Een voorbeeld is het stadsvernieuwingsbeleid waarbij bewoners in eigen buurt mogen blijven wonen. Dit beleid conflicteert met de doelstelling van differentiatie. Zonder nieuwbouw is die laatste doelstelling niet haalbaar, toch waren er in 1974 weinig ontwikkellocaties in voorbereiding.

De vraag is hoe het verder moet met de Amsterdamse binnenstad en de opgave van de gemeente om te differentiëren en een meer evenwichtig woonaanbod te creëren. Singelberg geeft drie opgaven aan voor het stadsbestuur. Allereerst de bevolkingsdaling die mede door het samenvoegen van woningen doorzet. Ten tweede het accommoderen van verschillende typen huishoudens door woningdifferentiatie. Ten derde het verbeteren van de woningvoorraad en met name het tempo waarin dit moet gebeuren.

De woningmarkt van Nederlandse binnensteden, met Amsterdam als extreem voorbeeld, blijft onevenwichtig.
Sociaaleconomische veranderingen, de trek naar de stad, mondialisering en toerisme maken dat de leefbaarheid en betaalbaarheid van binnenstedelijke wijken onder druk staan. Tegelijkertijd is er een grote woonbehoefte voor starters en gezinnen in de stad. Verschil met de jaren ’70 is dat er inmiddels een grote bouwproductie op gang is gekomen. Grote overeenkomst is dat de gemeente Amsterdam blijft zoeken naar haar rol. Enerzijds intervenieert zij sterk via grondbeleid zoals met gronduitgifte specifiek voor middeldure huur, anderzijds is het onmogelijk de krachten op de woningmarkt vanuit toerisme, Airbnb en speculatie in de vastgoedmarkt volledig te kunnen sturen. Daarmee zijn we anno 2017 terug bij de vraag: Wat is de toekomst van wonen in de binnenstad?

Author profile
Jeroen schreef in 1974 een artikel in Rooilijn over de toekomst van de woonfunctie in de Amsterdamse binnenstad
Author profile
Jos Gadet is stadsgeograaf en hoofdplanoloog bij de gemeente Amsterdam.

Jos Gadet (1959) is stadsgeograaf en publicist over stedelijke ontwikkelingen. Vrijwel direct na zijn afstuderen in 1986 trad hij in dienst bij de gemeente Amsterdam, achtereenvolgens als onderzoeker, beleidsmedewerker en uiteindelijk hoofdplanoloog bij de Dienst Ruimtelijke Ordening, sinds 2015 Ruimte en Economie.

Ambtenarij saai? Allesbehalve. In de Amsterdamse ruimtelijke ordening staan de uitdagende debatten tussen planologen en ontwerpers, intense contacten met de academische geografie en stedenbouw, grote bestuurlijke opgaven en een kritische bevolking garant voor een dagelijks spektakel op burelen en ….. in het veld.

De grote inspiratiebron voor Jos Gadet is Jane Jacobs. Haar methode, met een gedegen kennis van economie, geografie en sociologie de stad intrekken en de ontwikkeling van plekken duiden, is door Jos Gadet en Koos van Zanen verder ontwikkeld in de ‘schouwen’. Schouwen is een ‘visit by experts’, een vergadering op locatie, waarin niet alleen de kennis van de deelnemers de discussie bepaalt, maar ook de locatie zelf, die zich ten volle maar ook in details aan de deelnemers manifesteert.

Door de stad in te trekken raak je snel bevlogen. Jos Gadet promoveerde in 1999 op het proefschrift Publieke ruimte, parochiale plekken en passantenopenbaarheid, heeft tal van publicaties achter zijn naam staan (Archined, ROmagazine), en is medeauteur van verscheidene boeken over de stad. Jan Blokker noemde hem ooit ‘dè stadsgeograaf van Amsterdam’. In 2011 publiceerde hij het controversiële boek Terug naar de stad. Geografisch portret van Amsterdam, waarover Het Parool vermelde: Waarom sommige buurten opleven en anderen niet….Na lezing van zijn boek kijk je anders tegen die dingen aan. Fascinerend.

Hoe controversieel het boek ook is, vriend en vijand roemden de bevlogenheid van de auteur. Een bevlogenheid die hij ook buiten zijn werk als ruimtelijke ordenaar graag deelt in lezingen en excursies. Dat kan in het Nederlands, maar ook Duits en Engels.

Jos Gadet reageert

Een bijsturende overheid maakt wonen binnen de ring toekomstbestendig. Alom wordt onderkend dat de Amsterdamse woningmarkt oververhit is. Meer specifiek: de vraag naar wonen in centrumstedelijke milieus is vele malen hoger dan het aanbod. Dat Amsterdam in de vooroorlogse stad überhaupt centrumstedelijke kwaliteiten kan aanbieden is grotendeels te danken aan het behoud van de 17de-eeuwse wijken, de duurzaam gebleken bouwstrategie van de 19de-eeuwse gordel, en het uitblijven van omvangrijke bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. De vooroorlogse stad tot en met de 19de-eeuw bleek zich gemakkelijk aan te kunnen passen aan veranderende sociaaleconomische dynamiek.

Zeker niet onbelangrijk is ook het gemeentelijk beleid in de periode 1971 – 1974 dat beschreven wordt in het artikel van Jeroen Singelenberg. De expliciete keuze voor het mengen van functies, de doelstelling grotere woningen te realiseren en de continuering van stadsvernieuwing om lagere inkomensgroepen in de stad te houden hebben geresulteerd in een binnenstad waar sprake is van een unieke functiemix. Juist in de binnenstad is anno 2017 sprake van een gemengd woonaanbod met koop, sociale- en particuliere huur, zoals beschreven in het recent verschenen Trendrapport Stad.

Deze kenmerken van Amsterdam vormen een unieke voedingsbodem voor de nieuwe economie. Want er is wel degelijk iets veranderd. De vlucht uit de stad in de jaren ’70 en ’80 was het gevolg van de hoogtijdagen van de industrialisatie en massaproductie. Voor dit extensief ruimtegebruik bood de stad geen plaats. Deze economische suburbanisatie ging gepaard met de door de auto mogelijk gemaakte suburbanisatie van de bevolking. De hedendaagse kenniseconomie daarentegen is een interactie-economie en stedelijk gericht vanwege optimale synergie en face to face mogelijkheden. De weg terug naar de stad is hiervan een direct gevolg. Dit heeft niet alleen geleid tot de eerder beschreven enorme bevolkingsgroei in Amsterdam van gemiddeld 11.000 inwoners per jaar, maar ook tot een stevige economische groei wat op zijn beurt de aantrekkelijkheid van wonen in de stad versterkt. De Amsterdamse woningvoorraad is de afgelopen jaren met name gegroeid in de dure huur en in de koop. Het aandeel sociale huur is mede door verkoop gedaald.

Met de groei van het aandeel vrije sector huurwoningen en koopwoningen is in principe de keuzevrijheid wat betreft wonen in de stad vergroot. Doordat de vraag naar woningen vele malen hoger is dan het aanbod stijgen de vierkante meterprijzen sterk en raakt de Amsterdamse woningmarkt oververhit. Dit wordt het sterkst gevoeld door huishoudens met een middeninkomen. Oververhitting en ontoegankelijkheid is het sterkst in de centrumstedelijke, vooroorlogse stad. In de naoorlogse stad is dit minder voelbaar, maar ook daar neemt de druk toe.

De huidige expliciete keuze van de gemeente Amsterdam voor het mengen van functies, de doelstelling grotere woningen te realiseren en het behouden van woningen voor lagere inkomensgroepen is nagenoeg hetzelfde beleid als in de jaren ’70. Toen om potentiële bewoners te verleiden, nu om ze te accommoderen. Hetzelfde beleid in tijden van neergang en succes. Om bij te sturen en de woonfunctie nu en in de toekomst in de binnenstad te behouden.

Author profile
Jeroen schreef in 1974 een artikel in Rooilijn over de toekomst van de woonfunctie in de Amsterdamse binnenstad
Author profile
Jos Gadet is stadsgeograaf en hoofdplanoloog bij de gemeente Amsterdam.

Jos Gadet (1959) is stadsgeograaf en publicist over stedelijke ontwikkelingen. Vrijwel direct na zijn afstuderen in 1986 trad hij in dienst bij de gemeente Amsterdam, achtereenvolgens als onderzoeker, beleidsmedewerker en uiteindelijk hoofdplanoloog bij de Dienst Ruimtelijke Ordening, sinds 2015 Ruimte en Economie.

Ambtenarij saai? Allesbehalve. In de Amsterdamse ruimtelijke ordening staan de uitdagende debatten tussen planologen en ontwerpers, intense contacten met de academische geografie en stedenbouw, grote bestuurlijke opgaven en een kritische bevolking garant voor een dagelijks spektakel op burelen en ….. in het veld.

De grote inspiratiebron voor Jos Gadet is Jane Jacobs. Haar methode, met een gedegen kennis van economie, geografie en sociologie de stad intrekken en de ontwikkeling van plekken duiden, is door Jos Gadet en Koos van Zanen verder ontwikkeld in de ‘schouwen’. Schouwen is een ‘visit by experts’, een vergadering op locatie, waarin niet alleen de kennis van de deelnemers de discussie bepaalt, maar ook de locatie zelf, die zich ten volle maar ook in details aan de deelnemers manifesteert.

Door de stad in te trekken raak je snel bevlogen. Jos Gadet promoveerde in 1999 op het proefschrift Publieke ruimte, parochiale plekken en passantenopenbaarheid, heeft tal van publicaties achter zijn naam staan (Archined, ROmagazine), en is medeauteur van verscheidene boeken over de stad. Jan Blokker noemde hem ooit ‘dè stadsgeograaf van Amsterdam’. In 2011 publiceerde hij het controversiële boek Terug naar de stad. Geografisch portret van Amsterdam, waarover Het Parool vermelde: Waarom sommige buurten opleven en anderen niet….Na lezing van zijn boek kijk je anders tegen die dingen aan. Fascinerend.

Hoe controversieel het boek ook is, vriend en vijand roemden de bevlogenheid van de auteur. Een bevlogenheid die hij ook buiten zijn werk als ruimtelijke ordenaar graag deelt in lezingen en excursies. Dat kan in het Nederlands, maar ook Duits en Engels.

Whatsapp

Reageer op deze stelling

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *