Jg. 51 / Nr. 2 / 2018

Overschakelen op een warmtenet! Maar hoe?

Gemeenten willen van het gas af, maar missen de financiële en juridische instrumenten om de aanleg van warmtenetten te stimuleren. Tegelijkertijd ervaren huishoudens niet de noodzaak om over te stappen op het duurzamere warmtenet. Zolang de juridische en financiële bevoegdheden van gemeenten niet worden uitgebreid, zullen gemeenten hun toevlucht moeten nemen tot innovatieve instrumenten om […]

Lees meer →

Gemeenten willen van het gas af, maar missen de financiële en juridische instrumenten om de aanleg van warmtenetten te stimuleren. Tegelijkertijd ervaren huishoudens niet de noodzaak om over te stappen op het duurzamere warmtenet. Zolang de juridische en financiële bevoegdheden van gemeenten niet worden uitgebreid, zullen gemeenten hun toevlucht moeten nemen tot innovatieve instrumenten om huishoudens te overtuigen zich aan te sluiten bij een warmtenet. Werken deze instrumenten? En welke barrières zijn daarbij aanwezig?

Lees hier verder

Lees minder

Column O. Naphta – Utopia est

Met de opkomst van het neoliberalisme is de utopie met de vuilnisman meegegeven. Dat wordt tenminste beweerd. Maar klopt dat wel? Al een decennium of drie wordt tot vervelens toe gezeverd dat het afgelopen is met de maakbare samenleving. Ik heb dat altijd opgevat als de vertwijfeling van het postmoderne kamp over de vraag waar […]

Lees meer →

Met de opkomst van het neoliberalisme is de utopie met de vuilnisman meegegeven. Dat wordt tenminste beweerd. Maar klopt dat wel? Al een decennium of drie wordt tot vervelens toe gezeverd dat het afgelopen is met de maakbare samenleving. Ik heb dat altijd opgevat als de vertwijfeling van het postmoderne kamp over de vraag waar het heen moet met de maatschappij. Men weet het niet. Wat men wel weet is dat daarvoor geen pasklare mallen voorhanden zijn waarnaar de samenleving gemodelleerd kan worden. Nou ja, ze zijn er wel, maar die vermaledijde samenleving toch, die werkt er niet aan mee, omdat die uit eigenwijze types bestaat die rare trends en modes volgen – groepsdieren zou je zeggen. Een sterk punt van dat postmoderne kamp is dat het zijn vertwijfeling van meet af aan heeft verpakt als veroordeling van een vorige generatie die de samenleving zou hebben willen smeden naar een pasklare mal. In tijden van persoonlijk succes als leidraad voor maatschappelijk gedrag spreek je je twijfel uit als een besliste veroordeling van iets dat zich elders, bijvoorbeeld in het verleden afspeelde. Met een postmodern modewoord heet dat een constructie. En die constructie krijgt vervolgens vorm als een intimidatie die de (tegenst)ander meteen in de verdediging drukt. Ik hoef mijn erudiete lezers niet uit de doeken te doen dat we hier te maken hebben met een van de grondslagen van de populistische beweging die daarbij liefst niet gehinderd wordt door kennis. Nu heb ik vroeger zelf meegemaakt. Als historische
ervaringsdeskundige heb ik eigenlijk nooit goed begrepen waarop maakbare samenleving, maakbare
stad en noem maar op, nu eigenlijk slaat. Laten we het even bij de stad houden en bij ons vak: de
planmatige inrichting en vormgeving van de fysieke ruimte. Ik heb heel wat plannen gemaakt, eraan
meegewerkt, plannen veroordeeld, veranderd, afgeschoten wegens gebrek aan kwaliteit. Dat laatste betrof meestal in hoogdravende wartaal of tekentaal verpakte luchtkastelen zonder fundament in behoorlijk uitgevoerd onderzoek naar ruimtebehoefte, veranderend ruimtegebruik, slijtage, wijzigingen in appreciatie, waarden, normen- en doelenanalyse. Het aardige van de moderne planning was juist de wil tot fundering van ruimtelijke plannen en maatregelen in methodisch verantwoord uitgevoerd onderzoek naar dynamisch ruimtegebruik en structurele wijzigingen in de maatschappelijke verhoudingen en gedragingen van groepen en individuen als gevolg van industriële, sociale, demografische revoluties. Plannen maken betekent onvermijdelijk het toepassen van idealistisch getinte normen en criteria en dus studie van waarden die zulke normen voortbrengen. Een parkeernorm is niet minder, maar ook niet meer dan een uit een complex waardensysteem gedestilleerd criterium dat wordt toegepast in een plan om een bepaalde ruimte in te richten. De hoeveelheid criteria die in ons vak wordt toegepast, en daarmee de hoeveelheid aan tijd, plaats en omstandigheden aangepaste idealen is in maat en getal nauwelijks te overzien. Plannen maken is dus onderzoeken, rekenen en sleutelen, idealen toepasbaar maken, kortom, een ambacht. Een ambacht op wetenschappelijke grondslag. Wat je maakt is niet de maatschappij zelf, maar een inrichtingsplan voor een deel van de samenleving op enig moment en voor beperkte tijd. De geschiedenis leert dat generaties zich tegen elkaar afzetten. Als het gaat om maakbaarheid heeft het
huidige, neoliberale tijdsgewricht veel te bieden aan de volgende, samengebald in de verhuizing van de pretentie van gedragsbeheersing van het collectieve naar het individuele domein, vergezeld van een
even kostbare als uitgebreide en ondoorgrondelijke controlitis op alle niveaus van handelen: de staat, de ziektekostenverzekering, de actuele kapitalistische bedrijfsinrichting met haar op stalinistische leest geschoeide arbeidsverhoudingen, zich suf administrerende onderwijzers en verpleegsters. Vermarkting van goederen en diensten bij de gratie van beheersing, hoezo liberale vrijheid? Liberalisme voor het gewone volk? Stel je voor zeg.

Lees minder

Redactioneel – Sociale innovatie in de stad

Of het om energie, het verkeer of de bouw gaat, er wordt sinds jaren aan de ontwikkeling van nieuwe en slimme concepten gewerkt zoals alternatieven voor aardgas, het clusteren van functies rondom goed bereikbare vervoersknooppunten of het gebruik van bouwhubs om bouwverkeer te verminderen. Toch wordt op een gegeven moment de vraag gesteld: “Wij weten […]

Lees meer →

Of het om energie, het verkeer of de bouw gaat, er wordt sinds jaren aan de ontwikkeling van nieuwe en slimme concepten gewerkt zoals alternatieven voor aardgas, het clusteren van functies rondom goed bereikbare vervoersknooppunten of het gebruik van bouwhubs om bouwverkeer te verminderen. Toch wordt op een gegeven moment de vraag gesteld: “Wij weten wat wij moeten doen, maar hoe komt dat het niet gebeurt?” Wat vaak over het hoofd wordt gezien zijn de sociale en politieke aspecten van innovatie. Er is aandacht nodig om naar ingesleten manieren en problemen te kijken, oplossingen te zoeken en samen te werken. Oplossingen van eerdere problemen verhinderen soms nieuwe innovaties. Nieuwe concepten bedenken is dus slechts een klein deel van een proces van sociale innovatie. Deze andere aspecten horen er ook bij. Het bekijken van de artikelen in dit nummer door de bril van sociale innovatie levert een interessant beeld op. Het artikel van Mählmann e.a. laat bijvoorbeeld het belang zien van vernieuwing in juridische kaders om concurrentie op het warmtenet mogelijk te maken of de mogelijkheid voor gemeenten te creëren om gasaansluitingen te beperken. Maar juridische kaders alleen zijn onvoldoende. Schaick en Bos laten zien dat naast de juridische mogelijkheden die er nu zijn voor meer flexibiliteit in de gebiedsontwikkeling, ook een verandering in het denken nodig is om echt flexibel te werken. Tot slot laat Walther Ploos van Amstel het belang van samenwerking zien tussen zowel markt en overheid als bij de overheid intern om de verduurzaming in de bouwlogistiek te bevorderen. Dat gezegd hebbende zijn processen van sociale innovatie geen apolitieke processen. Het is daarom belangrijk om zowel in de gaten te hebben voor wie je het doet, de directe betrokkenen, als steeds te leren van experimenten met nieuwe soorten regelgeving, benaderingen en vormen van samenwerking.

Andrew Switzer
Hoofdredacteur Rooilijn (andrew@rooilijn.nl)

Lees minder