Jg. 50 / Nr. 2 / 2017

Redactioneel – 1967

Je zou natuurlijk ook kunnen overwegen om alle overheidstaken in één keer, in één pakket uit te besteden aan één bedrijf. Op die manier voorkom je een heleboel verschillende aanbestedingstrajecten voor een heleboel verschillende projecten. Dit is het centrale thema van The man from Zodiac, van de Amerikaanse sciencefiction-schrijver Jack Vance. In deze novella (wat […]

Lees meer →

Je zou natuurlijk ook kunnen overwegen om alle overheidstaken in één keer, in één pakket uit te besteden aan één bedrijf. Op die manier voorkom je een heleboel verschillende aanbestedingstrajecten voor een heleboel verschillende projecten. Dit is het centrale thema van The man from Zodiac, van de Amerikaanse sciencefiction-schrijver Jack Vance. In deze novella (wat we tegenwoordig een long read noemen) strijden bedrijven om langjarige contracten om alle publieke diensten van een bepaald land te mogen uitvoeren. Het gaat hier, om precies te zijn, over DBFMO, Design Build Finance Maintain Operate, de variant van publiek-private samenwerking waarbij de overheid niet langer opdracht geeft voor het realiseren van een product, maar voor de realisatie van een dienst. In plaats van een tender te organiseren voor het verbreden van een snelweg, bijvoorbeeld, wordt aannemers gevraagd offertes te schrijven voor het leveren van mobiliteit.

Interessant genoeg ligt in het verhaal de oorzaak van de problemen niet alleen bij de monopolie-positie die het winnende bedrijf krijgt, maar ook bij de publieke partner, het land wat probeert het onderste uit de kan te krijgen door gebruik te maken van onduidelijk geformuleerde afspraken in het contract. Publiek-private samenwerking houdt de gemoederen al lang bezig. The man from Zodiac verscheen in 1967, op hetzelfde moment waarop de eerste Rooilijn het licht zag.

Vijftig jaar later maakt Arno Eversdijk (p. 82) in dit themanummer de kanttekening dat hoewel het belangrijk is om afspraken duidelijk vast te leggen, niet alles kan worden voorzien en in contracten gestold. Vertrouwen en actief management zijn volgens Warsen e.a. (p. 102) het belangrijkst om zulke onvoorziene problemen te overkomen. Plus ça change, hoor ik u zeggen, maar in de slingerbeweging van de tijd komen we toch steeds wat vooruit. Bijvoorbeeld met de typologie die Sanders e.a (p. 94) ontwikkelen om overheden te helpen hun projectdoel beter te benoemen. Eigenlijk met alle artikelen in deze Rooilijn, hoop ik, en uiteindelijk, op de een-na-laatste pagina, belanden we weer in de toekomst, wanneer onze columnist terugblikt vanuit 2045.

Carla Huisman
Eindredacteur Rooilijn (c.j.huisman@rug.nl)

Lees minder

Naar privaat-publieke samenwerking in gebiedsontwikkeling

De opgaande woningmarkt laat fundamentele veranderingen in de gebiedsontwikkeling zien. Overheden maken een terugtrekkende beweging en bieden private partijen meer ruimte. Private partijen nemen dan ook in toenemende mate het initiatief voor gebiedsontwikkelingen. Deze verandering leidt tot nieuwe verhoudingen tussen overheden en private partijen en dat vereist andere samenwerkingsvormen. Voor de praktijk heeft dit grote […]

Lees meer →

De opgaande woningmarkt laat fundamentele veranderingen in de gebiedsontwikkeling zien. Overheden maken een terugtrekkende beweging en bieden private partijen meer ruimte. Private partijen nemen dan ook in toenemende mate het initiatief voor gebiedsontwikkelingen. Deze verandering leidt tot nieuwe verhoudingen tussen overheden en private partijen en dat vereist andere samenwerkingsvormen. Voor de praktijk heeft dit grote implicaties waarbij grondbedrijven, planologen en ontwikkelaars elkaar in de verschuiving naar privaat-publieke samenwerking opnieuw moeten vinden.

Lees hier het hele artikel van Chantal Robbe en Rick Hendrickx.

Lees minder

Reflectie op PPS-onderzoek in Nederland

Samenwerking wordt doorgaans beschouwd als iets positiefs. In het ruimtelijke beleidsdomein krijgt het vaak de vorm van publiek-private samenwerking. Hoewel het nastrevenswaardig is en populair is onder politici en beleidsmakers, blijkt PPS vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Er wordt dan ook veel onderzoek gedaan naar hoe PPS succesvol kan worden georganiseerd. Welke inzichten levert recent […]

Lees meer →

Samenwerking wordt doorgaans beschouwd als iets positiefs. In het ruimtelijke beleidsdomein krijgt het vaak de vorm van publiek-private samenwerking. Hoewel het nastrevenswaardig is en populair is onder politici en beleidsmakers, blijkt PPS vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Er wordt dan ook veel
onderzoek gedaan naar hoe PPS succesvol kan worden georganiseerd. Welke inzichten levert recent PPS-onderzoek hierover op? En hoe dragen de artikelen in dit themanummer bij aan de kennisontwikkeling over PPS?

Lees hier het hele artikel.

Lees minder

Interview Henk Nieboer – “Kennis gaat pas rollen als het bedrijfsleven bij de ontwikkeling ervan betrokken is”

Om de impact van projecten op lokale ecosystemen te verminderen is innovatie in de waterbouw een belangrijke voorwaarde. EcoShape voert samen met private en publieke partners het innovatieprogramma ‘Building with Nature’ uit, dat in 2008 vanuit de baggersector is gestart. We vragen Henk Nieboer, directeur van EcoShape en directeur van Witteveen+Bos, naar zijn ervaringen met […]

Lees meer →

Om de impact van projecten op lokale ecosystemen te verminderen is innovatie in de waterbouw een belangrijke voorwaarde. EcoShape voert samen met private en publieke partners het innovatieprogramma ‘Building with Nature’ uit, dat in 2008 vanuit de baggersector is gestart. We vragen Henk Nieboer, directeur van EcoShape en directeur van Witteveen+Bos, naar zijn ervaringen met deze innovatieve vorm van publiek-private samenwerking.

Lees hier het volledige interview met Henk Nieboer.

Lees minder

Column O. Naphta – PS

Over een jaar of vijfentwintig zal iemand de hele discussie over particulier-publieke samenwerking, die tussen 1985 en 2015 heeft gewoed, meewarig afdoen als een postscriptum van de stadsontwikkeling tussen 1540 en 2040: PS, ze congresseerden zich toen suf over iets dat in Nederland al sinds eeuwen vanzelfsprekend was. Een voetnoot dus in de eeuwenlange geschiedenis […]

Lees meer →

Over een jaar of vijfentwintig zal iemand de hele discussie over particulier-publieke samenwerking, die
tussen 1985 en 2015 heeft gewoed, meewarig afdoen als een postscriptum van de stadsontwikkeling tussen 1540 en 2040: PS, ze congresseerden zich toen suf over iets dat in Nederland al sinds eeuwen vanzelfsprekend was. Een voetnoot dus in de eeuwenlange geschiedenis van de stedenbouw, de polderbouw en hun pleegkind ruimtelijke ordening, waarin publiek en particulier initiatief altijd al bij elkaar op schoot zaten. De historica van 2045 schrijft verwonderd over zoveel opwinding die is rondgestrooid over de aard en zeggenschap, voors- en tegens, modellen en theorieën en wat niet al in die dertig jaar dat de sector moest afkicken van de wederopbouw, van de-staat-betaalt-en-bepaalt en van de subsidieverslaving die dat met zich meebracht. De gesprekken in die eerste jaren na 1985 lijken weggelopen uit de kamer van een psychiater in de open inrichting die ruimtelijke ordening heet. Als de zielkundige vroeg: ‘en, wat hebt u ingeleverd aan zeggenschap om beter samen te werken?’, keek de directeur van Stadsontwikkeling hem verwilderd aan: ‘ÍNGELEVERD? WAT BEDOELT U? DIE LUI MOETEN NOG LEREN…’ En dan kwam het hele palet-van-alles van de plannenmakerij langs in ingewikkelde woorden die vaak niks anders betekenen dan dat je je vak moet kennen en hard moet werken om de boel op tijd op te leveren – van toepassing op elke branche.

De tijd zou het allemaal leren. Op het congres in 2005 over particulier-publieke samenwerking waren de verhoudingen 180 graden gedraaid. Zij van de particuliere projectontwikkeling klaagden dat ze niet meer konden praten met de directeur Stadsontwikkeling. Dat was dan ook geen vakman meer, maar een manager. Hij/zij was geselecteerd op een advertentie waarin een type werd gevraagd dat een politieke antenne had, dat over een helikopterview beschikt, maar toch met beide benen op de grond staat, dat een hands-on mentaliteit combineert met abstract denkvermogen, dat de hand aan creatieve processen slaat, maar ook de ondergeschikten – pardon, het team van gemotiveerde medewerkers – de hele dag lang moest inspireren. Aan het vak zelf werden in zulke advertenties geen woorden meer verspild. Je moest dan ook inlichtingen inwinnen bij een vage doctorandus in de commerciële personeelsbemiddeling, die een paar jaar later z’n academische titel inruilde voor z’n voornaam en de aan te trekken creatieve manager in de personeelsadvertentie alvast familiair met je en jij uitnodigde om zich bij het hemelbestormende team van gedreven gebiedsmanagers aan te komen sluiten als meewerkend voorman. Dat is een Nederlandse
vinding die moet verhullen dat je de baas wordt over onderbazen die op hun beurt huns gelijke in hun team kunnen verwelkomen.

Ik sprak in die dagen wel eens met hoofdrolspelers van dit drama, een publieke directeur Stadsontwikkeling (dat niet meer zo heette) of een particuliere directeur projectontwikkeling die triomfantelijk de stap van project naar de hele stad had gemaakt. De publieke manager kreeg van z’n liberale gemeentebestuur, vaak nog aangekleed met een democratisch-socialistische wethouder (een socialist die door bevraging van wildvreemden z’n socialisme aanpast om draagvlak te kweken), te horen dat-ie zich vooral faciliterend in plaats van dirigerend moest opstellen jegens de particuliere cliënt. De burger was klant geworden, de geldman cliënt. Nadat de eerste donderwolken van de kredietcrisis waren opgetrokken bleek het projectontwikkelingsfront gedecimeerd en de publieke sector radeloos te zoeken naar nieuwe modellen. Bepaald ironisch was de greep naar het concessiemodel, succesvol tussen 1860 en 1900, de hoogtijdagen van het vrije kapitalisme in Nederland met als voornaamste kenmerk de monopoliepositie van de concessionaris. Zelfs de meest geharde projectontwikkelaar-kredietcrisis-overlever moest even slikken. Of je dan ook totaalaansprakelijk was? Zoek er een goeie advocaat bij, adviseerde ik steevast.

Lees minder