Jg. 50 / Nr. 3 / 2017

Redactioneel – Alternatieve feiten

Als onderzoeker die vooral met kwalitatieve data heeft gewerkt keek ik soms met afgunst naar mijn collega’s die met kwantitatieve data bezig waren. Die waren immers in staat om met harde feiten te komen. Het zal u niet ontgaan zijn dat de waarheid in de laatste maanden onderwerp van discussie is geweest. Terwijl sommige feiten […]

Lees meer →

Als onderzoeker die vooral met kwalitatieve data heeft gewerkt keek ik soms met afgunst naar mijn collega’s die met kwantitatieve data bezig waren. Die waren immers in staat om met harde feiten te komen. Het zal u niet ontgaan zijn dat de waarheid in de laatste maanden onderwerp van discussie is geweest. Terwijl sommige feiten objectief vast te stellen zijn zoals de opkomst bij een beëdiging, zijn anderen zoals de leefbaarheid van een gebied dat allerminst. De subjectiviteit van feiten is een thema dat in deze Rooilijn aan de orde komt. Gierling e.a. laten zien dat leefbaarheid door en door subjectief is. In grote mate hangt dit samen met behoeften en waarden van mensen. Indicatoren en onderzoek nemen deze echter nog onvoldoende mee.

Als het om de toekomst gaat bieden feiten en voorspellingen nog minder houvast. Al is er in de planologie en andere disciplines veel aandacht geweest voor de omgang met onzekerheid blijkt de mens nog moeite te hebben met de onvoorspelbaarheid van de toekomst. Het discours rondom de groei van de Randstad illustreert dit. De meeste plannen richten zich op het snelle opvangen van groei waarvan zeker is dat deze zich zal voortzetten, maar dit kan veranderen. Het artikel van Scholten e.a. laat zien, aan de hand van Zoetermeer, hoe prognoses die eerst zeker leken snel zijn veranderd. Er wordt gesproken van een triomf van de stad, en vooral van de grote steden. Maar steden zoals Zoetermeer bezinnen zich op hun kracht en zijn geliefde woonoorden. Tegelijk staat de leefbaarheid van steden soms onder druk Misschien wil niet iedereen in de stad (blijven) wonen en winnen kleinere steden met een hoge levenskwaliteit en goede voorzieningen en bereikbaarheid aan aantrekkingskracht.

Niet al te lang geleden waren steden niet zo aantrekkelijk. Wie een plaatje van de Amsterdamse binnenstad uit de jaren tachtig vergelijkt met een van die nu beseft hoe snel het kan veranderen. Van Gerwen e.a. in dit nummer benadrukken het belang van adaptatief plannen om rekening te houden met het uitblijven van groei. Misschien moeten wij ons ook afvragen of vraag altijd opgevangen moet worden en of niet meer rekening gehouden moet worden met een bredere scala aan waarden en belangen en in wat voor stad wij op de lange termijn willen wonen.

Andrew Switzer

Hoofdredacteur Rooilijn
(andrew@rooilijn.nl)

Lees minder

Artikel – Zoetermeer revisited

Zoetermeer werd geboren op de tekentafel. Om 21.55 uur in de herfst van 1963. De exacte dag weet niemand meer. Op het geboortekaartje heeft stedenbouwkundige Samuel van Embden alleen jaartal en tijdstip vermeld. Aan de hand van dit geboortekaartje – het structuurplan – moest Zoetermeer pionieren om uit te groeien tot een stad met 100.000 […]

Lees meer →

Zoetermeer werd geboren op de tekentafel. Om 21.55 uur in de herfst van 1963. De exacte dag weet niemand meer. Op het geboortekaartje heeft stedenbouwkundige Samuel van Embden alleen jaartal en tijdstip vermeld. Aan de hand van dit geboortekaartje – het structuurplan – moest Zoetermeer pionieren om uit te groeien tot een stad met 100.000 inwoners. Zoetermeer kon een ongebreidelde groei van Den Haag voorkomen. Een halve eeuw later denkt Zoetermeer als derde stad van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag na over haar toekomst. Een stad met bijna 125.000 inwoners. Een stad ook die
geen weilanden meer heeft om te bebouwen. Kan er na de grootschalige groei opnieuw iets moois opbloeien in deze ex-groeikern?

Lees het hele artikel Zoetermeer revisited hier.

Lees minder

Interview Ellen Lastdrager – Komt er nog een kans voor Rijnhaven?

Over de uitnodiging voor een interview met Rooilijn hoefde Ellen Lastdrager, partner bij adviesbureau Twynstra Gudde, niet lang na te denken. Ze wilde het graag hebben over de concessieverlening voor de ontwikkeling van Rijnhaven in Rotterdam. Deze ambitieuze gebiedsontwikkeling zou door marktpartijen worden uitgevoerd in een periode van 30 jaar via een concessie verleend door […]

Lees meer →

Over de uitnodiging voor een interview met Rooilijn hoefde Ellen Lastdrager, partner bij adviesbureau Twynstra Gudde, niet lang na te denken. Ze wilde het graag hebben over de concessieverlening voor de ontwikkeling van Rijnhaven in Rotterdam. Deze ambitieuze gebiedsontwikkeling zou door marktpartijen worden uitgevoerd in een periode van 30 jaar via een concessie verleend door de gemeente Rotterdam. Niet alleen het te ontwikkelen gebied was uitdagend, ook de voorgestelde wijze van gunning. De ambities voor de concessie zijn helaas niet waargemaakt. In dit interview geeft Ellen een beschouwing waarom deze mislukte en hoe het anders kan.

Lees het hele interview met Ellen Lastdrager hier.

Lees minder

Column O. Naphta – Plexit

Wij communiceren met woorden, lichaamstaal, houding, gedrag en handelingen. En om het allemaal makkelijker te maken: wij communiceren ook door non-communicatie, non-handeling, geen stom woord te zeggen en daarbij een bewegingloos neutraal gezicht op te zetten dat zelfs geen desinteresse uitstraalt. ‘Hoe heb je dat gecommuniceerd?’ hoor je nogal eens vragen op de werkvloer. Zo […]

Lees meer →

Wij communiceren met woorden, lichaamstaal, houding, gedrag en handelingen. En om het allemaal makkelijker te maken: wij communiceren ook door non-communicatie, non-handeling, geen stom woord te zeggen en daarbij een bewegingloos neutraal gezicht op te zetten dat zelfs geen desinteresse uitstraalt. ‘Hoe heb je dat gecommuniceerd?’ hoor je nogal eens vragen op de werkvloer. Zo gesteld schemert er een vage ondertoon van afkeuring doorheen. Het intermenselijk bedrijf is in wezen een permanente chaos van misverstanden en onbegrip die voortgestuwd wordt door de fatale combinatie van irrationeel communiceren en irrationeel handelen. In ons vak hebben we deze euvels lang geleden geïncorporeerd in de gewoonte om problemen niet bij naam te noemen, maar ze vaag te definiëren als uitdagingen. Op oplossingen die elkaar in de weg zitten plakken we het woord creatief. Je komt nooit eens iemand tegen die zegt: dat is onoplosbaar. Of: als we dat oplossen vallen er duizenden werklozen. Nee, die laten we liever door de onzichtbare hand van de markt vallen. Wij zijn de meesters van de omweg.

 

Ik moest aan al deze Binsenwahrheiten denken toen ik het bericht las dat in het Buurthuus te Noordwolde inspiratieavonden voor de Omgevingsvisie Weststellingwerf waren georganiseerd over ‘het brede begrip omgevingskwaliteit’. Daar waren veel ‘aandachtige bewoners’. ‘Aandachtige toehoorders’ is het klassieke bijschrift bij foto’s uit de vroege jaren dertig, schuin vanachter de spreker genomen, waarop bewegingloze stropdassen de spreker aanstaren die de ondergang van het Avondland voorspelt.

 

‘Het blijft lastig om omgevingskwaliteit te definiëren’, wist de dienstdoende planoloog de eerste avond te melden, ‘omdat smaken verschillen is het belangrijk om hier met elkaar over te blijven praten.’ In het Buurthuus kregen de aandachtigen ingepeperd dat ‘goede omgevingskwaliteit mensenwerk is […] elkaar opzoeken en uitdagen om liefde voor de plek, verhalen, kennis en creativiteit te bundelen […] er is geen absolute omgevingskwaliteit, het is geen kwestie van harde normen, een matrix of een afvinklijstje, maar van spelregels. En het spel moet je durven spelen …steeds weer.’ Concreter kon het niet.

 

Wij van de planologie zijn al lang van de spelregelsamenleving. ’t Is zo’n beetje begonnen met de stadsvernieuwing in 1968. Dus vieren we volgend jaar een halve eeuw het spel van inspraak en participatie, gegoten in de spelregels van de procesplanning. Welk vak doet dat ons na? In de halve eeuw die achter ons ligt, is ruimtelijke ordening een fluïde proces geworden met een fluïde begrippenapparaat dat fungeert als een stelsel van katalysatoren die naar behoefte de talloze bijeenkomsten in de Nederlandse buurthuuzen in ordentelijke banen leiden. De duidelijkheid die het vak ooit had in de vorm van het bestemmingsplan is intussen opgeofferd aan spelregels: een plexit (pleite, suggereert de spellingcorrector heel alert). En het werkt, althans in Weststellingwerf. Want de tweede avond in Wolvega, dat ook in Weststellingwerf ligt, is een visionaire innovator komen opdraven met een inspirerende presentatie over circulaire economie en klimaatverandering. Hij heeft er negentig aandachtigen mee van de straat te houden. ‘De opbrengst van deze inspiratiesessie wordt meegenomen in het opstellen van de Omgevingsvisie waar Weststellingwerf de komende maanden aan werkt.’ De wethouders Cor Trompetter en Frans Kloosterman hebben het geweldig gevonden, vooral de eerste avond waarin de iedereen het erover eens bleek ‘hoe mooi onze eigen omgeving is. […] Dat vergeten we wel eens, omdat het zo gewoon lijkt. Dat samen te constateren, is prachtig.’

 

De nieuwe Omgevingswet lijkt me aan Weststellingwerf wel besteed. Wat zouden de Friese aandachtigen in vredesnaam nog meer te wensen kunnen hebben dan dat hun particuliere opvattingen over omgevingskwaliteit, circulaire economie en klimaatverandering ‘meegenomen’ worden door Cor en Frans? Als dat nou niet vernieuwend is.

Lees minder