canada goose jacke parajumpers ugo parajumpers jas ugo canada goose uk moncler outlet

Jg. 49 / Nr. 5 / 2016

Redactioneel – Waarom instituties?

Als jonge ingenieur en aspirant planoloog geïnteresseerd in Nederland als casus maakte ik in eind 2006 in Londen kennis met Willem Salet. Van dit gesprek is mij met name bijgebleven hoe hij vertelde dat binnenkort de OV-chipkaart in Nederland zou worden ingevoerd. Ik zou gemakkelijk in Nederland een woning kunnen vinden, in Den Haag bijvoorbeeld, […]

Lees meer →

Als jonge ingenieur en aspirant planoloog geïnteresseerd in Nederland als casus maakte ik in eind 2006 in Londen kennis met Willem Salet. Van dit gesprek is mij met name bijgebleven hoe hij vertelde dat binnenkort de OV-chipkaart in Nederland zou worden ingevoerd. Ik zou gemakkelijk in Nederland een woning kunnen vinden, in Den Haag bijvoorbeeld, en in Amsterdam kunnen studeren. Als iemand die toen nog luchtig dacht over de invoering van dergelijke programma’s en planologische concepten was ik meteen enthousiast. Dat dit in de praktijk vaak anders loopt heeft veel met instituties te maken.

 

Bij instituties kun je denken aan normen, rollen, verantwoordelijkheden, manieren om problemen te benaderen of aan te pakken en machtsverhoudingen. Dit zijn vaak hardnekkige sociale structuren die niet gemakkelijk te veranderen zijn. Zoals blijkt uit de artikelen in dit nummer is de institutionele benadering, die mede door Willem Salet en zijn promovendi werd ontwikkeld, zeer relevant voor de planologische praktijk. Verandering staat immers centraal in ons vak, zowel van werkwijzen zoals de faciliterende overheid, als om nieuwe concepten zoals de circulaire economie. Om deze veranderingen te realiseren moeten diverse zachte en harde instituties mee veranderen.

 

Experimenteren is een kansrijke manier om dit te realiseren. Zoals Federico Savini stelt in zijn artikel gaat het hier om het ter discussie stellen van instituties en het al dan niet veranderen daarvan. In dit nummer en in het werk van Willem Salet zelf wordt benadrukt hoe belangrijk is dat instituties worden onderkend in pragmatische experimenten en zelf onderwerp worden van kritische reflectie evenals van experimenten zelf. Huidig onderzoek gebaseerd op de institutionele benadering belooft een grote praktische waarde te hebben, zoals het idee van institutionele onderstromen dat door Leonie Janssen-Jansen in dit nummer uiteen wordt gezet.

 

Eind 2016 gaat Willem Salet met emeritaat. De redactie van Rooilijn en ikzelf willen graag van deze gelegenheid gebruik maken om hem hartelijk te bedanken voor zijn onvermoeibare inzet voor de praktijk- en theorieontwikkeling in de planologie en zijn de belangstelling voor de ontplooiing van studenten en jonge onderzoekers. Daarnaast zijn wij hem bijzonder dankbaar dat hij telkens de waarde van Rooilijn heeft onderschreven en het tijdschrift altijd heeft gesteund.

 
Andrew Switzer
Hoofdredacteur Rooilijn (andrew@rooilijn.nl)

Lees minder

Artikel – Stromen van institutionele verandering

Stromen van institutionele verandering door Leonie Janssen-Jansen   Institutionele verandering speelt een grote rol bij de fundamentele verschuiving in ruimtelijke planning en governance. Hoewel instituties soms gezien worden als obstakels voor deze verandering, is in de planologische wetenschap steeds meer aandacht voor hoe met institutionele verandering en innovatie wordt bijgedragen aan betere kwaliteit van de […]

Lees meer →

Stromen van institutionele verandering
door Leonie Janssen-Jansen

 

Institutionele verandering speelt een grote rol bij de fundamentele verschuiving in ruimtelijke planning en governance. Hoewel instituties soms gezien worden als obstakels voor deze verandering, is in de planologische wetenschap steeds meer aandacht voor hoe met institutionele verandering en innovatie wordt bijgedragen aan betere kwaliteit van de leefomgeving. In dit artikel wordt betoogd dat het maakbaarheidsdenken daarbij losgelaten moet worden.

 

Lees hier het hele artikel van Leonie Janssen-Jansen.

Lees minder

Interview – Willem Salet

“Wat geeft je het recht te doen wat je doet? Interview met Willem Salet door Els Beukers   Na 21 jaar hoogleraarschap bij de Universiteit van Amsterdam gaat Willem Salet met emeritaat. Een goed excuus om, samen met zijn collega’s Jochem de Vries en Luca Bertolini, van gedachten te wisselen over wat hem al die […]

Lees meer →

“Wat geeft je het recht te doen wat je doet?

Interview met Willem Salet door Els Beukers

 

Na 21 jaar hoogleraarschap bij de Universiteit van Amsterdam gaat Willem Salet met emeritaat. Een goed excuus om, samen met zijn collega’s Jochem de Vries en Luca Bertolini, van gedachten te wisselen over wat hem al die jaren heeft bewogen, welke veranderingen hij heeft gezien en vooral hoe hij naar de toekomst kijkt. Sociologie, planologie, recht en een vleugje voetbal, voor Salet vormen deze elementen een eenheid.

 

Naast sociologie en planologie is het recht de derde pijler in jou werk. Hoe is dat gekomen?
“Toen ik bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid werkte, werd ik ondergebracht bij een bestuurskundige en een jurist. Dat was een echte leerschool voor interdisciplinair onderzoek. Het recht werd in die tijd volgens ons te veel gebruikt als een instrument om specifieke beleidsverandering teweeg te brengen. Daar is op zich niets mis mee, maar je moet tegelijkertijd nadenken hoe je de legitimiteit van de activiteiten via het recht kunt organiseren. Anders doe je de intrinsieke betekenis van het recht tekort. Ik zie dat ook nu nog vaak gebeuren en vind dat jammer. Aanvankelijk waren de soevereiniteit- en subsidiariteitsgedachte in de planologie sterk aanwezig. Eerst werd gevraagd: ben je wel aan de beurt als planner, is het wel aan jou als planner om hier plannen voor op te stellen, wordt dat wel van jou verwacht? De soevereiniteitsgedachte gaat ervan uit dat als de gemeenschap het zelf kan oplossen, de planner op de achtergrond kan blijven. Voor die zaken die de gemeenschap niet kan oplossen, komt de planner in beeld. Volgens de subsidiariteitsgedachte wordt gekeken welke planlaag het probleem het beste kan oplossen. De gemeente begint pas als de lokale gemeenschap het niet kan. Pas als dat decentraal niet kan, worden dingen doorschoven naar een hoger niveau. De Nederlandse ruimtelijke ordening was zo door de christelijke partijen bedacht.

 

Lees hier het hele interview met Willem Salet.

Lees minder

Column O. Naphta – Institutieachtergrond

Willem Salet is een academische planoloog met een institutieachtergrond en ik ben er een met een baksteenachtergrond. Zo zie je maar weer dat op het eerste gezicht onzinnige nieuwspraak (CBS, op uitnodiging van de Tweede Kamer) wel degelijk nut afwerpt om menselijke wezens te typeren. Een baksteenplanoloog is iemand die problemen te lijf gaat, woningen […]

Lees meer →

Willem Salet is een academische planoloog met een institutieachtergrond en ik ben er een met een baksteenachtergrond. Zo zie je maar weer dat op het eerste gezicht onzinnige nieuwspraak (CBS, op uitnodiging van de Tweede Kamer) wel degelijk nut afwerpt om menselijke wezens te typeren. Een baksteenplanoloog is iemand die problemen te lijf gaat, woningen bouwen om tekorten op te heffen, het kantorenoverschot slopen, eilanden voor de kust opspuiten. Handen uit de mouwen dus. Pas het laatste kwart van mijn loopbaan drong het tot mij door dat er zoiets als een institutionele benadering was ontstaan. In het begin kreeg ik er geen vat op. Eerst moest tot mij doordringen dat academische mensen die zich daarmee bezig houden helemaal geen plannen maken om problemen op te lossen, maar studeren op het doen en laten van baksteenplanologen, hoe die dat doen en daarin door hun omgeving worden beïnvloed, om niet te zeggen gemanipuleerd.

 

Een ervaring in het verleden had bij mij achterdocht gezaaid. Universitaire types hadden een neo-marxistische analyse gemaakt van een stadsvernieuwingsplan dat ik had gemaakt. De bevlogen geleerden ontmaskerden dat plan als steun aan de instandhouding van het monopoliekapitaal. Bij navraag bleken ze daarmee te bedoelen dat de arbeidersklasse door woningverbetering van haar revolutionaire elan zou worden afgehouden en dat zou de wetmatig noodzakelijk ondergang van het kapitalisme maar onnodig ophouden. Enfin, de bewoners waren destijds tamelijk content met hun gerenoveerde woningen en van dat monopoliekapitaal hoorde je alleen nog wat bij een crisis.

 

In het voetspoor van zijn leermeester is Willem de aanstichter van mijn evolutie van baksteenstapeling naar nadenken over mijn plannenmakerij. Ik heb Willem voor het eerst in 1983 ontmoet. Wij bleken lid van dezelfde politieke partij die er toen een soort wetenschappelijke commissies op nahield waarin werd nagedacht over het volkshuisvestingsbeleid. Dat bestond toen nog. Willem was de baas van die commissie. Niemand ging ooit naar huis met een ontevreden gevoel over de voorzitter. Willem dacht toen al meer na dan ik en is dus allang geen lid meer van die partij, maar misschien ook weer wel. Ik bleef maar plakken zoals een roker die weet dat-ie fout zit, maar uit geestelijke luiheid geen werk maakt van zijn voornemens.

 

Ik ben niet omgeschakeld, maar heb er een nieuwe dimensie bij gekregen, de bewustwording van de reparatiehandeling op zichzelf. Ik ben gaan nadenken over dat stapelen als sociale handeling in een complexe omgeving. Deze laatste zin zou ik twintig jaar geleden nooit uit mijn pen hebben gekregen. Nou is sociale handeling ook alweer zo’n begrip. Asociaal handelen, andermans fiets, tekst (plagiaat) of plan (in kunstenaarskringen spreekt men van citeren) stelen, dat zijn immers ook vormen van sociaal handelen. Nou kennen we dat toevallig ook in de baksteenplanologie: ook een fout plan is een plan.

 

Al met al ging er een nieuwe wereld voor me open: je kunt je niet zomaar aan je omgeving onttrekken. Zonder erbij na te denken – daar heb je het al – ben ik lange tijd een werktuig ben geweest in handen van een of meerdere instituties. Onbewust heb ik ze gediend, bestendigd en aangepast aan nieuwe omstandigheden door mijn plannenmakerij, ook al begreep ik langzamerhand dat zo’n institutie niet makkelijk te vatten is. Van het begrip institutie bestaat geen onweerlegbare en ondubbelzinnige definitie, maar ik heb wel afgeleerd om te denken dat je een duivenvereniging of een departement ongestraft een institutie mag noemen. Willem spreekt altijd over waarden. Ik verdenk hem ervan dat hij het expres een beetje vaag houdt om je te tot permanent nadenken te dwingen en je voortdurend te confronteren met de culturele complexiteit van je handelen. Dat is een grote verdienste, ook voor het stapelen van bakstenen.

Lees minder