Loopvriendelijke stedenbouw

25 april 2021

Annemieke Molster (2020)

Loop! Tien ontwerpprincipes voor een loopvriendelijke omgeving

MOLSTER publishing, Arnhem
228 p.
ISBN: 978-90-9033702-9
€ 44,50

Na een jarenlange dominantie van de auto in de publieke ruimte is het ‘langzame verkeer’ weer aan een opmars bezig in de stedenbouw. Steeds meer professionals (en burgers) zien in dat de auto niet alleen staat voor het ultieme gevoel van individuele vrijheid, maar ook voor luchtvervuiling, onveiligheid en de verrommeling van onze openbare ruimte. Zo is meer dan de helft van onze straten gereserveerd voor autoverkeer, terwijl die auto’s ook nog eens 95 procent van de tijd stil staan. En dat is zonde, want op die parkeerplekken kan je ook mooie verblijfsruimten voor ontmoeting, spelen en bewegen maken of kan je meer ruimte creëren voor fietsers en wandelaars. Steeds meer steden zijn dan ook bezig met deze transformatie van een autovriendelijke naar een beweegvriendelijke stad.

Ook in de vakliteratuur zien we steeds meer publicaties die invulling geven aan deze wens. Zo zijn er een aantal boeken verschenen over de meerwaarde van het aanleggen van een goed fietsennetwerk in steden. Zoals Building the Cycling City (Bruntlett, 2018), Copenhagenize (Colville-Andersen, 2018) en van eigen bodem Naar een schaalsprong op de fiets (College van Rijksadviseurs, 2020). Ook de aandacht voor het wandelen is aan een opmars bezig. In 2012 verscheen het veel geprezen boek Walkable City van Jeff Speck. In 2019 schreef Shane O’Mara, hoogleraar experimenteel breinonderzoek, het boek In Praise of Walking over het belang van wandelen. In dat jaar werd ook het platform Ruimte voor Lopen opgericht en in 2020 gaf het College van Rijksadviseurs de publicatie Naar een gezonde stad te voet uit. En dan is er ook nog De Beweegvriendelijke Stad (Urhahn stedenbouw & strategie, 2018) met ontwerpprincipes voor een beweegvriendelijke leefomgeving en het veel gelezen Het recht van de snelste (Verkade & Brömmelstroet, 2020) over de vraag van wie de straat nu eigenlijk is (automobilist, fietser, wandelaar)?

De boodschap in deze publicaties is ongeveer hetzelfde: een goede fiets- en wandelinfrastructuur is essentieel voor levendige openbare ruimtes. Het vergroot de bereikbaarheid van veel plekken, het levert een belangrijke bijdrage aan de ‘menselijke maat’ in steden en vergroot daarmee de sociale veiligheid en aantrekkelijkheid. Daarnaast kost fietsen en wandelen veel minder (voor zowel het individu als de gemeente), het is goed voor het klimaat, het kost minder ruimte, het vergroot de kans op sociaal contact en het is goed voor je brein (onthaasten) en voor je lichaam (beweging, frisse lucht). Je kan er dus alle kanten mee op: “Walkability is both an end and a means, as well as a measure”, aldus Jeff Speck (2012, p.4).

Inzage in het boek Loop!

Het onlangs verschenen boek Loop! ligt in het verlengde van deze denk- en werkwijze. Ook hier wordt het lopen als oplossing voor veel problemen (klimaatverandering, obesitas, stress, oplopende zorgkosten) gezien. Ondanks de vele voordelen van lopen, is er lang niet overal sprake van een voetgangsvriendelijke inrichting van de gebouwde omgeving. Een fijnmazig netwerk van doorgaande en directe routes ontbreekt vaak. Daarnaast wordt de ruimte voor de voetganger steeds schaarser: “Voetgangers zijn ‘weggedrukt’ op smalle stoepen, die ook nog eens vol obstakels staan, zoals lantaarnpalen, verkeersborden, anti-parkeerpaaltjes, afvalbakken, laadpalen, brievenbussen, parkeerautomaten, uitstallingen van winkels en heel veel geparkeerde fietsen” (p.14). Ook wordt het wandelen met regelmaat bemoeilijkt door onnodige hoogteverschillen, doordat zebrapaden of overgangen ontbreken, door slechte verlichting, door het ontbreken van bankjes of door scheve en losliggende stoeptegels. Tel daar nog verkeerslawaai, stank van uitlaatgassen en eentonige bebouwing bij op en je hebt een mooi lijstje van factoren die het wandelen ontmoedigen. Het gevolg is dat we misschien wel wandelen voor ontspanning, maar onze benen zelden gebruiken als dagelijks vervoermiddel.

In dit boek van stedenbouwkundige Annemieke Molster (met medewerking van landschapsarchitecte Sandra Schuit) worden tien ontwerpprincipes voor een loopvriendelijke omgeving gepresenteerd. Het laat zien wat voetgangers nodig hebben om te kunnen doen wat ze willen doen, en hoe met name ontwerpers – planologen, stedenbouwkundigen, architecten, verkeersontwerpers, landschapsarchitecten – dit zo makkelijk en zo prettig mogelijk kunnen maken. Het gaat om de volgende tien uitgangspunten:

  1. Een compleet en samenhangend netwerk van looproutes
  2. Veel en verschillende bestemmingen op loopafstand
  3. Symbiose tussen openbaar vervoer en lopen
  4. Minder auto’s, lage snelheid
  5. Oversteekplaatsen zijn voor voetgangers
  6. Vindbaar en toegankelijk
  7. Meer ruimte voor de voetganger
  8. Loopcomfort
  9. Ontwerp aansluitend op de zintuigen van de lopende mens
  10. Rijke gevels, levendige plinten

Een mooi lijstje van uitgangspunten waarin je verbanden kan vinden met het werk van onder andere Jane Jacobs, Kevin Lynch, Jan Gehl en Charles Montgomery. Elk uitgangspunt wordt door Molster in een afzonderlijk hoofdstuk uitgewerkt door eerst een probleemanalyse te geven (‘de diagnose’) en de lezer daarna diverse verbeterpunten voor te schotelen (‘de oplossing’). Door dit laatste is Loop! een echt handboek met tal van aanbevelingen, concrete acties en voorbeelden uit voornamelijk Nederland en België. De vele foto’s, kaarten en tekeningen versterken dit en zorgen ervoor dat vorm en inhoud mooi in balans zijn.

Inzage in het boek Loop!

Het ‘nadeel’ van dit soort boeken is dat de stad altijd vanuit één aspect wordt belicht. Terwijl de strijd om de openbare ruimte juist gevoerd wordt door een groot aantal partijen met verschillende belangen. Waarbij per belanghebbende ook nog eens onduidelijkheid kan bestaan, want is een terras nu juist een fijn rustpunt voor de wandelaar of een obstakel op de wandelroute? Ondanks dat de samenhang en afstemming tussen de verschillende belangen en maatregelen niet aan de orde komt, is Loop! een welkome aanvulling op de bestaande literatuur. Door de heldere opbouw, de mooie vormgeving, maar vooral vanwege de inhoudelijke boodschap om ons meer te gaan richten op een loopvriendelijke stedenbouw. Een betoog dat op deze manier een interessant tegenwicht biedt tegen de nog altijd heersende dominantie van de auto is ons denken, zowel bij burgers als professionals.

Deze recensie verscheen eerder op het blog Stadslente.

Geraadpleegde bronnen

Helleman, Gerben (2019) Bicycle urbanism: know the ropes. Blog Urban Springtime.

Molster, Annemieke (2020) Loop! Tien ontwerpprincipes voor een loopvriendelijke omgeving. MOLSTER publishing, Arnhem.

Speck, Jeff (2012) Walkable City. North Point Press, New York.

Author profile
Gerben is stadsgeograaf, redacteur bij Rooilijn en schrijft regelmatig over stedelijke vraagstukken op zijn blog Stadslente / Urban Springtime. | Website

Sinds 2017 werkt hij enkele dagen per week als coördinator van het Platform Stad en Wijk. Een samenwerkingsverband van lectoraten van diverse hogescholen die zich door middel van praktijkgericht onderzoek bezighouden met maatschappelijke vraagstukken in stad en wijk.
Daarnaast werkt hij enkele dagen per week als kennismakelaar in Delft voor de gemeente, de Haagse Hogeschool, hogeschool Inholland en de TU Delft. Daar coördineert hij onder andere het opzetten en begeleiden van Stadslabs. Dit door vragen uit de wijk te koppelen aan studentenonderzoek. Veelal in samenwerking met maatschappelijke partijen én wijkbewoners. Om zo onderzoek, beleid, onderwijs en praktijk met elkaar te verbinden en meer gebruik te maken van elkaars kennis en expertise.

In het verleden was hij werkzaam als onderzoeker bij Onderzoeksinstituut OTB (TU Delft), als adviseur bij KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing, als sociaal projectleider in de Haagse Schilderswijk en als senior beleidsmedewerker en teamleider bij woningcorporatie Haag Wonen.

In zijn vrije tijd schrijft hij in diverse media en op zijn blog Stadslente over de relatie tussen de geplande en geleefde stad. Met daarbij speciale aandacht voor de manier waarop mensen de openbare ruimte gebruiken. Ook is hij redacteur bij Rooilijn waar hij de rubriek 'recensies en signalementen' coördineert.

Author profile
Gerben is stadsgeograaf, redacteur bij Rooilijn en schrijft regelmatig over stedelijke vraagstukken op zijn blog Stadslente / Urban Springtime. | Website

Sinds 2017 werkt hij enkele dagen per week als coördinator van het Platform Stad en Wijk. Een samenwerkingsverband van lectoraten van diverse hogescholen die zich door middel van praktijkgericht onderzoek bezighouden met maatschappelijke vraagstukken in stad en wijk.
Daarnaast werkt hij enkele dagen per week als kennismakelaar in Delft voor de gemeente, de Haagse Hogeschool, hogeschool Inholland en de TU Delft. Daar coördineert hij onder andere het opzetten en begeleiden van Stadslabs. Dit door vragen uit de wijk te koppelen aan studentenonderzoek. Veelal in samenwerking met maatschappelijke partijen én wijkbewoners. Om zo onderzoek, beleid, onderwijs en praktijk met elkaar te verbinden en meer gebruik te maken van elkaars kennis en expertise.

In het verleden was hij werkzaam als onderzoeker bij Onderzoeksinstituut OTB (TU Delft), als adviseur bij KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing, als sociaal projectleider in de Haagse Schilderswijk en als senior beleidsmedewerker en teamleider bij woningcorporatie Haag Wonen.

In zijn vrije tijd schrijft hij in diverse media en op zijn blog Stadslente over de relatie tussen de geplande en geleefde stad. Met daarbij speciale aandacht voor de manier waarop mensen de openbare ruimte gebruiken. Ook is hij redacteur bij Rooilijn waar hij de rubriek 'recensies en signalementen' coördineert.

Whatsapp

Reageer op deze publicatie

1 Reactie

  1. Annemieke Molster

    Over dat terras: het liefst heb je natuurlijk een terras (of bankje waar je niet perse iets hoeft te kopen) waar je even uit kunt rusten en wat niet in de weg staat. Dat kan alleen als er ruim voldoende ruimte is: om lekker te kunnen lopen èn om even te zitten. En daar is dan weer dat integrale denken voor nodig (wat we zeker moeten doen, maar dan werd het boek wel erg dik). Mijn pleidooi: als er sprake is van weinig ruimte, dan zou in de verdeling van die schaarse ruimte veel meer prioriteit gegeven moeten worden aan lopen. Dat is nu eenmaal de meest basale vorm van verplaatsen: nagenoeg iedereen kan het en dat zouden we dus eerst mogelijk moeten maken.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.