De ontdekking van Hemel

9 februari 2022

Zef Hemel (2021)

Er was eens een stad; visionaire planologie

Uitgeverij Pluim, Amsterdam
416 p.
ISBN: 978-94-932-5602-6
€ 34,99

We leven in een tijd met grote ruimtelijke vraagstukken. Denk aan de duurzaamheids- en energietransitie, de woon- en betaalbaarheidscrisis, de transformatie van het landelijk gebied of het vraagstuk van toenemende (ruimtelijke) kansenongelijkheid. Zef Hemel’s boek komt wat dat betreft op het juiste moment. Het is niet alleen een vurig pleidooi voor het belang van visionaire samenbindende ruimtelijke toekomstbeelden, het biedt ook veel aanknopingspunten deze processen te organiseren. Het is geschreven als autobiografie over zijn werk als ambtenaar bij de Gemeente Amsterdam vanaf 2004.

Hemel wil indachtig John Forester graag vanuit dit persoonlijk perspectief het planologisch handwerk in beeld krijgen. Een waardevol uitgangspunt, zeker omdat dergelijke eerstehands analyses in ons vakgebied helaas schaars zijn. Logischerwijs moet de lezer zich daarbij wel instellen op het feit dat Hemel zelf sterk in het boek aanwezig is. Via hem wordt je vervolgens meegezogen in de onlosmakelijke  – maar ook niet altijd even spannende – verwikkelingen tussen individuen, diensten en overheidslagen die de Nederlandse ruimtelijke planning kenmerken. Een sterk punt is echter dat het boek naast de taaiheid van de Nederlandse polder ook zes historische figuren uit het vakgebied analyseert die de auteur bewonderd: Patrick Geddes, Dirk Frieling, Theo van Lohuizen, Jane Jacobs, John Friedmann en James Throgmorton. Analyses van hun denkbeelden en activiteiten gebruikt hij om zich te laten inspireren en zijn eigen werk te verrijken.

De rode draad in het boek is het belang van visionaire planologie. Maar wat is dat? Eerst de planologie: die bestrijkt in de optiek van de auteur een breed veld. Geddes en Van Lohuizen komen niet voor niets uitgebreid aan bod. Planologie gaat over de lange toekomst van stad en regio en begrijpt deze ruimtelijke eenheden als complexe fenomenen. Diepgaande kennis over demografie, economie, wonen, vervoer, technologische ontwikkelingen en maatschappelijke trends is cruciaal. De liefde voor de einzelgänger en botanist Patrick Geddes spat van de pagina’s af in de beschrijvingen van zijn gekke Outlook Tower vol rariteiten van waaruit bezoekers meer konden leren over Edinburgh. Hier ontdekt Hemel het belang van het observeren en analyseren van stad en regio op het kruispunt van biologie, geografie, stedenbouw en kunst. Theo van Lohuizen staat voor het – via goed kwantitatief onderzoek – begrijpen van de complexe ontwikkelingen van stad en regio. Wel met als uitgangspunt dat sterke interventie van de overheid nodig is om op onderzoek gebaseerde lange termijn plannen – zoals in zijn geval het beroemde Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam uit 1935 – te implementeren.

Hemel neemt dit laatste perspectief duidelijk niet over. Voor het visionaire gedeelte van de planologie sympathiseert hij juist met auteurs die de nadruk leggen op de menselijke ervaring van de stad. Jane Jacobs uiteraard, die zich sterk afzette tegen de technocratie van planning. Ook John Friedmann keerde zich uiteindelijk tegen een van boven opgelegd plan. Planners moeten bescheiden zijn en zich vooral bekwamen in het organiseren van processen van sociaal leren waarin burgers en ondernemers zelf verantwoordelijkheid nemen voor de toekomst. Ze moeten ook heel erg oppassen te sturen op consensus of compromissen vindt Hemel. Via James Throgmorton en Dirk Frieling haalt hij de meest concrete inspiratie op hoe je zo’n aanpak moet organiseren. Frieling leert hem over het belang van ontwerp en verbeeldingskracht. Via tentoonstellingen en publieksmanifestaties kan je een veel breder publiek betrekken bij toekomstplannen. Met nieuwe vormen van overleg en coalities tussen maatschappelijke partijen kunnen visionaire ideeën een stap verder komen. Throgmorton pleit voor het belang van verhalen als middel om toekomsten te verkennen en te vormen en wijst op het belang van planners om overtuigend te zijn met krachtige metaforen.

Tijdens het maken van de Structuurvisie Amsterdam 2040 in 2011 heeft Hemel veel van deze lessen toegepast. Er ligt veel nadruk op betrokkenheid van diverse groepen Amsterdammers en er is een grote tentoonstelling met verbeeldende toekomsten. Het blijft echter, als officieel ruimtelijk document, zowel een plan als een proces met veel ambtelijke en politieke beperkingen.

Daarmee is de persoonlijke opdracht van burgemeester Halsema uit 2019 om een vooral visionair toekomstplan voor de Amsterdamse binnenstad te maken de kans voor Hemel maximaal zijn eigen perspectief te gebruiken. Hij verwerft een eigen plek in het centrum van de stad om los te komen van de overheid en start een intensieve periode van gesprekken met allerlei betrokkenen. Studenten van de Universiteit van Amsterdam, Hemel is daar inmiddels sinds 2012 parttime hoogleraar, helpen mee. Juist in een heel gespannen situatie vol mondiale krachten, lokale belangen en breed gevoeld chagrijn probeert hij samen met betrokkenen een nieuw langetermijnperspectief te schetsen. Het resultaat is de Visie op de binnenstad van Amsterdam 2040: een analyse van het probleem van vervreemding in het gebied door de massa’s bezoekers en een pleidooi voor andere economische functies, spreiding van toeristen en veel meer zorg voor openbare ruimten. Zoals wel vaker met langetermijnvisies is het eigenlijk nog te vroeg om te oordelen over de kwaliteit hierover. Misschien is de koppeling tussen Hemel’s visionaire perspectief en een situatie van grootschalige korte termijn problematiek niet ideaal: tijdens de eindpresentatie in de Beurs van Berlage waren veel buurtbewoners teleurgesteld: hoe lost dit nu de problemen van vandaag op?

Hemel’s methode om diep begrip te krijgen van situaties vanuit betrokkenen is bewonderenswaardig. Ook de inzet op maatschappelijk debat over de toekomst van plekken via bijeenkomsten en tentoonstellingen is waardevol. Het uit al dat materiaal realiseren van een krachtig toekomstverhaal blijft in de methode Hemel wat mistig. Na drie maanden intensief contact met alle geledingen in de binnenstad trekt de auteur zich terug op een hotelkamer om daar zijn toekomstvisie te construeren. Over dit proces blijft hij onduidelijk: welke keuzes maakt hij daarin en waarom? En hoe kom je van een toekomstvisie tot realisatie, ook om op kortere termijn al een verschil te maken?

Visionaire planologie als methode is hoopvol omdat het appelleert aan een universele behoefte over betekenis en verhalen. Praktijkanalyses koppelen aan ontdekkingen van (historische) vakgenoten helpen het boek op te stijgen boven procesbeschrijvingen en autobiografische inzichten. De toepassing in de Nederlandse poldersetting vol belangen op de vierkante meter blijkt weerbarstig, juist omdat de keuze welke verhalen (her)verteld worden en welke niet ook een politieke is.

Het boek is een aanrader voor iedereen die een inkijkje wil krijgen in de verhalen achter de Amsterdamse planologie van de laatste decennia, die geïnteresseerd is in de relatie tussen theorie en praktijk van de ruimtelijke ordening en die gelooft in de dappere methode Hemel. Zijn visionaire planologie blijft bewust ver weg van traditionele politiek en besluitvorming, het zoekt via hele andere wegen naar leiderschap om toekomsten te realiseren. De legitimiteit van de planoloog als selectieve luisteraar en (door)verteller blijft echter onderbelicht.

Author profile
Stan is lector Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken aan de Hogeschool van Amsterdam (Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation).

Stan Majoor (s.j.h.majoor@hva.nl) is lector Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken en directeur van het Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation. Hij geeft leiding aan een onderzoeksprogramma over grootstedelijke vraagstukken in de Amsterdamse regio op het raakvlak van sociale, ruimtelijke, economische en bestuurlijke vragen. Daarnaast is hij geïnteresseerd in de spanning tussen innovatie en vernieuwing enerzijds en borging en consolidatie anderzijds in complexe organisaties. Financiering hiervoor wordt verkregen vanuit samenwerkingverbanden met stedelijke partners en via subsidies van SIA-RAAK en diverse EU-programma’s.

Binnen het Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation is hij verantwoordelijk voor de kennisagenda die gericht is op collaborative governance en het creëren van leeromgevingen. Samen met Frank Suurenbroek (lector Bouwtransformatie), leidt hij een van de thema's van het speerpunt: inclusieve gebiedsontwikkeling dat zich richt op verschillende ontwikkelingslocaties in de Amsterdamse metropoolregio en de uitdagingen deze meer sociaal en duurzaam inclusief te ontwikkelen. Majoor is daarnaast adviseur van het Projectmanagement Bureau van de gemeente Amsterdam, lid van de Maatschappijraad van de Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot, bestuurlid van het nationale Lectoratenplatform Stad en Wijk en bestuurlid van de Van Eesteren-Fluck en Van Lohuizen Stichting.

Tussen 2001 en 2015 was Majoor werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam als junior-onderzoeker, post-doc en universitair docent planologie. Tussen 2008 en 2012 was hij daar programmadirecteur van de bachelor Sociale geografie en Planning en bestuurslid van het College Sociale Wetenschappen. Majoor heeft internationale onderzoekservaring in de Verenigde Staten, Denemarken, Spanje, Hong Kong en Australië en publiceerde meer dan 20 peer reviewed artikelen en boekhoofdstukken en meer dan 50 professionele publicaties.

Author profile
Stan is lector Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken aan de Hogeschool van Amsterdam (Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation).

Stan Majoor (s.j.h.majoor@hva.nl) is lector Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken en directeur van het Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation. Hij geeft leiding aan een onderzoeksprogramma over grootstedelijke vraagstukken in de Amsterdamse regio op het raakvlak van sociale, ruimtelijke, economische en bestuurlijke vragen. Daarnaast is hij geïnteresseerd in de spanning tussen innovatie en vernieuwing enerzijds en borging en consolidatie anderzijds in complexe organisaties. Financiering hiervoor wordt verkregen vanuit samenwerkingverbanden met stedelijke partners en via subsidies van SIA-RAAK en diverse EU-programma’s.

Binnen het Centre of Expertise Urban Governance and Social Innovation is hij verantwoordelijk voor de kennisagenda die gericht is op collaborative governance en het creëren van leeromgevingen. Samen met Frank Suurenbroek (lector Bouwtransformatie), leidt hij een van de thema's van het speerpunt: inclusieve gebiedsontwikkeling dat zich richt op verschillende ontwikkelingslocaties in de Amsterdamse metropoolregio en de uitdagingen deze meer sociaal en duurzaam inclusief te ontwikkelen. Majoor is daarnaast adviseur van het Projectmanagement Bureau van de gemeente Amsterdam, lid van de Maatschappijraad van de Amsterdamse woningcorporatie Stadgenoot, bestuurlid van het nationale Lectoratenplatform Stad en Wijk en bestuurlid van de Van Eesteren-Fluck en Van Lohuizen Stichting.

Tussen 2001 en 2015 was Majoor werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam als junior-onderzoeker, post-doc en universitair docent planologie. Tussen 2008 en 2012 was hij daar programmadirecteur van de bachelor Sociale geografie en Planning en bestuurslid van het College Sociale Wetenschappen. Majoor heeft internationale onderzoekservaring in de Verenigde Staten, Denemarken, Spanje, Hong Kong en Australië en publiceerde meer dan 20 peer reviewed artikelen en boekhoofdstukken en meer dan 50 professionele publicaties.

Recensie gegevens:
Auteur(s):Stan Majoor
Jaargang 55 /

9 februari 2022

De tekst en tabellen in deze bijdrage zijn gepubliceerd onder een CC-BY-SA-ND licentie. Voor hergebruik van foto’s en illustraties dient u contact op te nemen met Rooilijn.
Whatsapp

Reageer op deze publicatie

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.