De ruimtelijke ordening in smakelijke anekdotes

3 november 2021

Han Lörzing (2021)

Een land waarover is nagedacht: hoe de planners Nederland vormgaven

De Geus, Amsterdam
304 p.
ISBN: 978-90-4454-429-9
€ 22,50

De Nederlandse ruimtelijke ordening staat weer volop in de belangstelling. Het nieuwe boek van Han Lörzing – Een land waarover is nagedacht – golft mee op deze aandacht, met interviews in NRC en de Volkskrant. Lörzing was veertig jaar op nationaal niveau actief als planoloog en presenteert bij zijn afzwaaien toegankelijke non-fictie over “de opkomst, de hoogtijdagen, de ondergang en – wie weet – de wederopstanding van de ruimtelijke ordening” (p.14).

Het boek is een “expeditie” langs honderd jaar ruimtelijke ordening, opgeknipt in tien hoofdstukken die elk één decennium behandelen. De geschiedenis van de Nederlandse ruimtelijke ordening is vaker verteld, dus een kritische lezer kan zich afvragen: wat beoogt dit boek toe te voegen? Het is geen memoires, daarvoor leunt het te weinig op de eigen ervaringen. De achterflaptekst rept over “een pleidooi” om het unieke Nederlandse systeem van planning en ontwerp niet verloren te laten gaan, maar ook die beschrijving past niet helemaal bij het boek waarvan veel hoofdstukken vooral een geschiedenisles zijn. Wat is het boek dan wel? Mijn antwoord is uiteindelijk dat Lörzing een cocktail uitserveert van (algemene) geschiedenis, smakelijke anekdotes en eigen observaties.

Die cocktail drinkt door de krachtige anekdotes lekker door. Lörzing is uitstekend in staat goede voorbeelden te geven waarmee hij de ruimtelijke ordening van elk decennium typeert. Elk hoofdstuk bevat mooie anekdotes die planologen zullen doen glimlachen en inwoners doen verzuchten wat er met hun plek gebeurd is. Uiteraard zorgt zo’n opzet voor het missen of onderbelichten van bepaalde ontwikkelingen, maar daar hoeft het boek dan ook niet aan te voldoen. Hoe meer we in het heden komen, hoe minder er gebruik wordt gemaakt van archiefonderzoek en hoe meer het verhaal wordt doorweven met persoonlijke herinneringen. De eigen mening wordt richting het einde steeds prominenter. Tussendoor richt Lörzing ook nog een standbeeld op voor prominente vakgenoten, zoals Eo Wijers en Hans Leeflang.

De toegankelijke anekdotes hebben echter wel een keerzijde voor hen die meer verdieping zoeken. De gebruikte bronnen blijven soms onduidelijk. Het boek is geen studieboek, maar het toevoegen van een lijst met geraadpleegde bronnen zou handig zijn om beter te kunnen beoordelen of we hier de auteur aan het woord horen of de oorspronkelijke bron. Waar de recente heruitgave van Len de Klerk en Ries van der Wouden over de geschiedenis van de ruimtelijke ordening soms wat droog is door de systematische aanpak, zou iets meer structuur Lörzings boek ten goede komen. Anderzijds: de sjeu die Lörzing brengt in zijn boek mist dan weer grotendeels in De Klerk en Van der Wouden.

Lörzings boek zou aantrekkelijker zijn geweest door meer beeldmateriaal. Ter illustratie: ruimschoots wordt er aandacht besteed aan de unieke visie van De Casseres uit 1930 voor de ontwikkeling van Eindhoven, waardoor je die visie zelf wel eens wilt zien. Helaas; toch even zelf googelen. De lezer moet het doen bij de start van elk hoofdstuk met een – wat willekeurig gekozen – foto uit Lörzings archief die het decennium typeert.

Lörzing laat duidelijk blijken wat er van de ruimtelijke ordening geworden is in elk decennium. Op nationaal niveau scoren bij hem vooral de Tweede en Vierde Nota erg goed: ze maken gebruik van ontwerp (Lörzing heeft een achtergrond in landschapsarchitectuur), ze zijn gedurfd en onderscheidend, en geëngageerd. De boodschap is helder: aan die elementen ontbreekt het tegenwoordig. Met het ontmantelen van het ministerie van VROM en de Rijksplanologische Dienst (RPD) en de decentralisatie van ruimtelijk beleid als duidelijkste signalen. Veelzeggend is ook dat Lörzing de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012 niet eens behandeld.

De flauwe samenvatting is dan: vroeger was alles beter. Door eerdere interviews, zoals in de Volkskrant, lijkt het een belangrijke boodschap van Lörzing. Het past ook in een trend van andere oudgedienden die terugverlangen naar een sterke (nationale) ruimtelijke ordening. Maar hoe zijn succesnummers uit het verleden te vertalen naar het heden? Oplossingen in het slothoofdstuk concretiseren de roep om “meer regie” van de Rijksoverheid. Het is weer tijd voor bestuurders die “doordouwers” zijn en voor “een miniversie van de Vinex”. Mij restte de vraag: geven we hiermee de planologie echt weer nieuw elan? Is dit het nieuwe verhaal, wat een nieuwe generatie planologen zal aanspreken? Mijn zorg is dat een nieuwe generatie vooral denkt: OK, boomer.

Terwijl niemand de teloorgang van de ruimtelijke ordening zal ontkennen. Het zijn volgens Lörzing vooral externe factoren die de ruimtelijke ordening de das om hebben gedaan, zoals de neoliberale wind vanaf de jaren tachtig. Lörzing had hier meer zelfreflectie kunnen tonen, gebaseerd op zijn ervaringen bij de RPD. Het boek staat notabene vol met voorbeelden waaruit blijkt hoe onuitstaanbaar planologen soms kunnen handelen. Lörzing ontkent niet dat de planoloog soms moeilijk kan zijn, maar hij vergeeft het hem (of haar) snel.

Het slothoofdstuk onderstreept nog eens waarom: de Nederlandse ordeningsstaat heeft misschien niet tot ieders ideale omgeving geleid, “maar het functioneert wel” (p.287). Een grootse prestatie, aldus Lörzing, waar we te weinig waardering voor hebben. Lörzing heeft duidelijk zijn hart verpand aan de ruimtelijke ordening en je gaat graag met hem mee in zijn pleidooi om de Nederlandse ordeningsstaat als “een monument van de twintigste eeuw te beschouwen” (p.14).

Toch bekroop me het gevoel dat er meer van het boek gemaakt had kunnen worden door met iets meer distantie naar het veld te kijken. Het enthousiasme van Lörzing is aanstekelijk en de anekdotes zijn prachtig, waardoor de Nederlandse ruimtelijke ordening voor een breed publiek tot leven wordt gewekt. Maar de cocktail die Lörzing in elk hoofdstuk opdient, had wat mij betreft nog net iets analytischer gemogen om te blijven hangen én om antwoord te geven op hoe de ruimtelijke uitdagingen van de 21e eeuw het hoofd kunnen worden geboden.

Author profile
Jannes is universitair docent planologie aan de Universiteit van Amsterdam en redacteur bij Rooilijn en InPlanning

Als universitair docent planologie verzorgt Jannes (j.j.willems@uva.nl) onderwijs in de bachelors Sociale Geografie & Planologie en Future Planet Studies.

Centraal in zijn onderzoek staat de rol die infrastructuur- en waterbeheerders spelen in ruimtelijke transformaties. Jannes onderzoekt bijvoorbeeld hoe stedelijke waterbeheerders nieuwe blauwgroene infrastructuren realiseren om de stad klimaatbestendig te maken, en welke nieuwe samenwerkingen beheerders hiervoor opzetten met bedrijven, bewoners en andere organisaties. Daarnaast onderzoekt hij hoe de renovatie en vervanging van verouderde infrastructuur kan worden gecombineerd met andere ruimtelijke vraagstukken.

Eerder was Jannes werkzaam aan de Erasmus Universiteit als postdoc (afdeling Bestuurskunde). Hij promoveerde in 2018 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Author profile
Jannes is universitair docent planologie aan de Universiteit van Amsterdam en redacteur bij Rooilijn en InPlanning

Als universitair docent planologie verzorgt Jannes (j.j.willems@uva.nl) onderwijs in de bachelors Sociale Geografie & Planologie en Future Planet Studies.

Centraal in zijn onderzoek staat de rol die infrastructuur- en waterbeheerders spelen in ruimtelijke transformaties. Jannes onderzoekt bijvoorbeeld hoe stedelijke waterbeheerders nieuwe blauwgroene infrastructuren realiseren om de stad klimaatbestendig te maken, en welke nieuwe samenwerkingen beheerders hiervoor opzetten met bedrijven, bewoners en andere organisaties. Daarnaast onderzoekt hij hoe de renovatie en vervanging van verouderde infrastructuur kan worden gecombineerd met andere ruimtelijke vraagstukken.

Eerder was Jannes werkzaam aan de Erasmus Universiteit als postdoc (afdeling Bestuurskunde). Hij promoveerde in 2018 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Recensie gegevens:
Auteur(s):Jannes Willems

3 november 2021

De tekst en tabellen in deze bijdrage zijn gepubliceerd onder een CC-BY-SA-ND licentie. Voor hergebruik van foto’s en illustraties dient u contact op te nemen met Rooilijn.
Whatsapp

Reageer op deze publicatie

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.