Heeft het Randstad-concept nog enig nut?

1 februari 2021

Werkend aan de afronding van een reader over de Randstad, samen met Vincent Nadin, kwam als vanzelf de vraag op of het Randstad concept vandaag de dag nog enig nut heeft? Bij buitenlandse collega’s is de Randstad behoorlijk bekend, deels door achtereenvolgende edities van The World Cities van Peter Hall en het werk van Andreas Faludi over de Nederlandse planning doctrine. De OECD droeg ook aan deze bekendheid bij door een tijdlang in studies data op Randstad niveau te presenteren. Steden als Rotterdam en Amsterdam, verscholen achter het label Randstad, konden opeens serieus de vergelijking doorstaan met echten wereldsteden als Londen of Parijs. Hier in Nederland, bij veel binnenlandse collega’s en in het Rijksbeleid, is Randstad inmiddels louter een plaatsnaam geworden. Het label world city, gemoderniseerd als metropool, zou enkel op Amsterdam van toepassing zijn. Althans, dat beweren sommige, in deze vestzak metropool loslopende planologen.

Waar komt het Randstad concept ook alweer vandaan? Vliegend boven Nederland, een jaloersmakend planologisch perspectief, wil de mare dat Albert Plesman deze term bedacht, op zoek zijnde naar de ideale, centrale plek voor een nieuw, internationaal vliegveld. Het reeds bestaande vliegveldje bij Amsterdam lag immers veel te excentrisch.

De Randstad als heus planconcept, een richtinggevend perspectief op de ruimtelijke structuur van het westen van het land, ontstond in de jaren vijftig, naar goed gebruik binnen een door de regering ingestelde commissie. De Randstad was tegelijk echter een contradictio in terminis. De bedenkers van de Randstad hadden namelijk serieus last van wat je zou kunnen noemen de idee van de Hollandse stad: keurig afgebakende steden van een overzienbare omvang, als een krans gelegen rond een fraaie, agrarische buitenruimte. Dat moest vooral zo blijven. Uitstekende bereikbaarheid zou ervoor zorgen dat dit eilandenrijk van steden en stadjes toch als één geheel zou kunnen functioneren.

Een vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat probeerde dit ideaalbeeld onderuit te halen door een ander perspectief hier tegenover te stellen, dat we (lees: planologen onder elkaar) vandaag als relationeel zouden aanduiden. Gedreven door economische ontwikkelingen gaan steden en stedelijke activiteiten relaties met elkaar aan. Dit proces zou worden belemmerd door krampachtig vast te houden aan stedelijk groei richting perifere buitenruimte van Randstad. Dit standpunt legde echter het loodje. En met die uitstekende bereikbaarheid op Randstadniveau werd het ook niks, althans wat openbaar vervoer betreft (aan wegen geen gebrek).

Achteraf kan geconcludeerd worden dat de schaal van wat als Randstad werd aangeduid, ruwweg een gebied van tachtig bij tachtig kilometer, intellectueel en politiek te moeilijk was om te bevatten. De nationale ruimtelijke ordening zat zichzelf decennialang in de weg door schier eindeloos de gewenste schaal van stedelijke ontwikkeling in de Randstad te veranderen. Uiteindelijk werd een heus salomonsoordeel geveld door de Randstad in tweeën te hakken: Amsterdam een metropoolregio en Rotterdam-Den Haag ook. Utrecht had zichzelf al gemarginaliseerd uit wat destijds, jaren negentig, ‘samenwerking in de Randstad noordvleugel’ heette te zijn en noemt zich (uit wanhoop?) inmiddels ook maar metropoolregio. En zo is het metropolitane denken in dit land teruggebracht tot een klassiek Hollands schaalniveau, waar menig politicus en ambtenaar zich aangenaam bij voelt. Alleen de Vereniging Deltametropool geeft nog blijk van waarlijk metropolitaan denken, dwars door ruimtelijke schaalniveaus, al hebben sommige leden daar geen boodschap aan. Dus ja, het Randstad concept heeft nog steeds nut als het tenminste gebruikt wordt om dwars door ruimtelijke schalen te denken en te handelen. En het Rijk moet eens ophouden met telkens nieuwe regio’s uit te vinden.

Author profile
Wil is hoogleraar stedelijke en regionale planologie op de afdeling Urbanism van de faculteit Bouwkunde aan de TU Delft

Zijn interesse gaat uit naar planning, governance en ruimtelijk ontwerpen op het regionale en nationale schaalniveau en naar pogingen om te komen tot vormen van ruimtelijke planning op transnationaal en EU niveau.

Hij heeft planologie gestudeerd op de Universiteit van Amsterdam en is daar in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over ruimtelijke concepten. Na enige jaren gewerkt te hebben bij een planologisch en stedenbouwkundig adviesbureau keerde hij in 1994 terug als postdoc om, samen met Andreas Faludi, onderzoek te doen naar European spatial planning.

In 2000 maakte hij de overstap naar de Technische Universiteit Delft en werd daar in 2008 hoogleraar. Zijn meest recente publicaties zijn de bij Routledge verschenen bundel The Randstad: A polycentric metropolis, geredigeerd samen met Vincent Nadin en The Routledge Handbook of Regional Design, geredigeerd samen met Michael Neuman.

Author profile
Wil is hoogleraar stedelijke en regionale planologie op de afdeling Urbanism van de faculteit Bouwkunde aan de TU Delft

Zijn interesse gaat uit naar planning, governance en ruimtelijk ontwerpen op het regionale en nationale schaalniveau en naar pogingen om te komen tot vormen van ruimtelijke planning op transnationaal en EU niveau.

Hij heeft planologie gestudeerd op de Universiteit van Amsterdam en is daar in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over ruimtelijke concepten. Na enige jaren gewerkt te hebben bij een planologisch en stedenbouwkundig adviesbureau keerde hij in 1994 terug als postdoc om, samen met Andreas Faludi, onderzoek te doen naar European spatial planning.

In 2000 maakte hij de overstap naar de Technische Universiteit Delft en werd daar in 2008 hoogleraar. Zijn meest recente publicaties zijn de bij Routledge verschenen bundel The Randstad: A polycentric metropolis, geredigeerd samen met Vincent Nadin en The Routledge Handbook of Regional Design, geredigeerd samen met Michael Neuman.

Artikel gegevens:
Auteur(s):Wil Zonneveld

1 februari 2021

Whatsapp

Reageer op deze column

9 Reacties

  1. Pieter Parmentier

    Dat het niet allemaal en zelfs niet vooral in de Randstad gebeurt, moge blijken uit een staafdiagram van CBS. Veruit de meeste medelanders wonen buiten die grote steden. Het grootste deel van het Bbp wordt er geproduceerd. Twee derde van de bedrijven is er gevestigd en ook het grootste deel van de banen en woningen vind je erbuiten.

    Antwoord
    • Wil Zonneveld

      Het is maar hoe je de Randstad definieert. Krappe definities waarin enkel de (4) grote steden zitten (groot naar Nederlandse maatstaven) doen ‘werkelijke’ stedelijke structuren onrecht aan.

      Antwoord
  2. Marinke Steenhuis

    Dank voor dit stuk. Hoe zit het met het groene hart, recent NOVI gebied geworden? Is er zonder randstad geen groene hart?

    Antwoord
    • Wil Zonneveld

      Je zou kunnen zeggen dat het Randstad concept zijn bestaansrecht ontleend heeft aan het Groene Hart. Het Groene Hart is vooraal aan de westkant tamelijk verrommeld geraakt in de afgelopen decennia terwijl andere delen niet goed toegankelijk zijn voor recreanten. Er zijn niet heel veel van wat in de UK public footpaths heten. Misschien zijn kanoroutes het NL equivalent daarvan. En de plassen horen natuurlijk ook bij het Groene Hart. Dus ja, het Groene Hart en zoiets als de Amstelscheg of Midden-Delfland horen bij de Randstad en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor de ruimtelijk-economen onder ons: recent onderzoek laat zien dat groenstructuren, ook op hogere schaalniveaus, bijdragen aan de kwaliteiten van het (lelijk woord) vestigingsmilieu (zie site Vereniging Deltametropool). De cover van het recente Randstad boek dat ik in mijn column noem laat een foto zien van de (hoogbouw) skyline van Den Haag met in de voorgrond een groene ruimte. Vincent Nadin en ik vonden dat een zeer typerend beeld van de Randstedelijke structuur.

      Antwoord
  3. Frank D'hondt

    Prima analyse Wil – dus ook geen schijn van kans voor Eurodelta?

    Antwoord
    • Wil Zonneveld

      Ik vind, met jou, dat de Eurodelta een prachtig concept is. Het richt de aandacht op ruimtelijke structuren op een hoger schaalniveau en de relaties daartussen. Governance is nog moeilijker dan op het Randstedelijke niveau. Er is wel één factor die daartoe dwingt en aan belang wint gezien klimaatverandering: de delta zelf. Kust, rivieren, stroomgebieden, noem maar op. Infrastructuur, nog zo’n ruimtelijke structuur die de Eurodelta samenbindt, is qua governance weer erg lastig, met name railverbindingen. Mogelijk dwingt de zoveel bediscussieerde modal shift van lucht naar rail en van weg naar rail (en water!) tot een heuse Eurodelta aanpak. Laten we de moed niet opgeven!

      Antwoord
  4. Jos Gadet

    Ruimtelijk-economisch is begrip #Randstad onzin. Blijkt uit vele (ruimtelijk) economische analyses. Noordvleugel veel beter geëigend. Metropolitaan denken gaat overigens over dichtheid & diversiteit, niet over ‘dwars door de ruimtelijke schalen heen denken’. #agglomeratiekracht

    Antwoord
    • Riet Dumont

      Hier moet ik écht wel om grinniken! Dat schakelen tussen schalen is niet voor iedereen weggelegd zo lijkt het…..jammer dat navelstaren in de eigen metropool.

      Antwoord
  5. Theo Vermeulen

    Als het over schaal gaat is de meest geëigende eenheid de stadstaat Nederland. 17,5 miljoen mensen op een stuk land van nog geen 150 bij 220 kilometer. Afstanden, zeker in tijd, stellen niets voor. Geen discussies meer over de grenzen van de Randstad en je ziet dan ook dat beslissingen over steeds meer beleidsterreinen zoals volkshuisvesting en infrastructuur weer verschuiven van regionaal naar nationaal niveau. Het verschil tussen de zogenaamde Randstad en de ‘regio’ (die in vergelijking met het buitenlandse ‘platteland’ een relatief hoge bevolkingsdichtheid kent) vervaagt ook steeds meer, zeker als fysieke aanwezigheid in dit internettijdperk minder belangrijk wordt.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.