Oubollig

19 maart 2021

‘Dankzij de speelgoedcontainers van Duimdrop blijven de Rotterdamse pleinen rustig, maar de subsidie stopt’, kopte enkele weken geleden Trouw. De verantwoordelijke wethouder noemde ze ‘oubollig’. Even daarvoor was er in de buurt waar ik woon in Rotterdam actie nodig tegen het verdwijnen van een groentekraam. De beschikking van Rinus, de groenteman die er al meer dan dertig jaar staat en in weer en wind de oren en ogen van die winkelstraat is, liep af. Dat kwam kennelijk goed uit, want bij de zoveelste poging de straat een facelift te geven, stond hij toch maar in de weg. Een petitie leverde in no-time meer dan 1.800 handtekeningen op. De gemeente ging overstag. Rinus mag de drie jaar die hem nog scheiden van zijn pensioen op die plek blijven. Maar toch: hoe haal je het in je hoofd? Dus toen ik dat bericht over Duimdrop las, dacht ik: nee hè, daar gaan we weer.

Duimdrop is, ook al bijna dertig jaar geleden, uitgevonden voor het buitenspelen van kinderen in de gemengde wijken van Rotterdam. Bij een ‘container’ (een kiosk eigenlijk die in het pas uitgekomen boek Kiosk in de stad niet had misstaan) gerund door vrijwilligers kunnen ze speelgoed lenen om daarmee op het plein te spelen. Duimdrop diende zo verschillende doelen: speelgoed voor kinderen die daarover van huis uit minder beschikken, zorgvuldig leren omgaan met geleende spullen (daarmee kon je punten verdienen) en beschermen van de kleinste of minder assertieve kinderen tegen oudere rauwdouwers. Voortgaande immigratie en gentrificatie hebben de menging van dertig jaar geleden veranderd in de superdiversiteit die Duimdrop meer dan ooit noodzakelijk maakt. Als het niet al bestond hadden we het juist nu ter verbetering van het pedagogisch klimaat op straat moeten uitvinden. Durven de nieuwkomers, onder wie bakfietsouders hun kinderen misschien ook op straat te laten spelen.

Het oubollige Duimdrop wordt ingeruild voor beleid waarin flexibiliteit het kernwoord vormt. De Duimdroppen staan op vaste locaties en passen daarin dus niet (containers, niet flexibel?). Dat flexibele alternatief heet wijkprogrammering: “Wijkprogrammering is een aanpak waarbij het wijknetwerk interventies, activiteiten en voorzieningen voor de jeugd, effectief en op maat per wijk inzet”. Woorden als interventies, effectief en op maat, doen bij mij alarmbellen rinkelen. Die klinken nog luider bij het vervolg: “Wijknetwerkpartners stellen gezamenlijk, op basis van cijfers uit de database van de ‘Staat van de Jeugd’ en aan de hand van het ‘Factorenmodel Jeugd’ een analyse van de wijk op. Op basis van deze analyse bepalen zij welke maatschappelijke resultaten in de wijk behaald moeten worden. Vervolgens bepalen zij welke interventies, activiteiten en voorzieningen nodig zijn om dit te bereiken”. Waar leer je zulke taal? Dit is de beschrijving van een algoritme.

Het tekent het technocratisch denken dat de basis vormt van de zogenaamde marktwerking in welzijn en zorg. Een denken dat zich steeds verder verwijdert van de alledaagse, maar complexe sociale werkelijkheid in wijken die voortdurend in beweging zijn. Die werkelijkheid vraagt meer om vastigheid dan om flexibiliteit. Minder om ‘effectieve interventies op maat’ dan om vertrouwde plekken die je zelf, als kind of volwassene, kunt ontdekken. Waar je kunt deelnemen zonder verplichting. Waar je niet al van tevoren als kwetsbaar of risicovol wordt gezien. Waar je kunt spelen, en zo leren. Ironisch genoeg biedt een onderzoek van een EUR-student daarvoor hoop. Zij beveelt aan om de werkprocessen van gebiedsadviseurs en accounthouders bij de wijkprogrammering op elkaar aan te sluiten door middel van…LEGO-workshops. Bij voorkeur in een Duimdropcontainer, denk ik dan, liefst op woensdagmiddag, een heel jaar lang. Duimdrop mag nog één jaar blijven. Genoeg tijd om een alternatief te ontwikkelen, niet voor Duimdrop, maar voor de technocratische blik op wijken en kinderen.

 

Author profile
Arnold Reijndorp
Arnold Reijndorp
Arnold is emeritus hoogleraar, zelfstandig onderzoeker op het snijvlak van stedenbouw en stedelijke cultuur, en vaste columnist van Rooilijn

Arnold Reijndorp studeerde aan de Technische Universiteit Delft, werkte bij de dienst Stadsontwikkeling in Rotterdam en was universitair docent Stadssociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Daarnaast was en is hij actief als zelfstandig onderzoeker op het grensvlak van architectuur, stedenbouw en sociaal-culturele ontwikkelingen in het stedelijk veld.

Hij is (co)auteur van onder andere Op zoek naar nieuw publiek domein, Stadswijk, Themawijk, De alledaagse en geplande stad, Nieuw-West: parkstad of stadswijk en De nieuwe stad - een gebruiksaanwijzing.

Vanaf januari 2006 bekleedde hij ruim tien jaar lang de Han Lammersleerstoel aan de Universiteit van Amsterdam met als leeropdracht 'Sociaal-economische en ruimtelijke ontwikkelingen van nieuwe stedelijke gebieden'. Van 1998 tot 2000 was hij gasthoogleraar stedenbouw en stadssociologie aan de Technische Universiteit Berlijn.

In 2012 was hij winnaar van de Rotterdam-Maaskant prijs.

Sinds 2020 schrijft hij columns voor Rooilijn.

Whatsapp

Reageer op deze column

8 Reacties

  1. Reinout Kleinhans

    Ik kan er met mijn hoofd niet bij dat sommige beleidsmakers het Opzoomeren verheerlijken en Duimdrop dan afdoen als weinig zinvol

    Antwoord
  2. Jolien Kramer

    Die containers zijn goud waard, hele bijzondere manier in het voorzien van een basisbehoefte voor kinderen: spelen.

    Antwoord
  3. Alice Koenen

    Bijzonder verdrietig. De werkelijkheid in de wijken wordt door veel partijen niet gezien. Zorgelijk.

    Antwoord
    • Reinout Kleinhans

      Verdrietig en zo ergerlijk, die “wauwelmanagement” manier van kijken.

      Antwoord
  4. Annemarie de Knegt

    #arnoldreijndorp wat een geweldige analyse van de functie van #Duimdrop #kinderwerk #BSW-#Rotterdam op de spanningsvolle pleinen in Rotterdam. Marktwerking is niet de oplossing voor veilig spelen en opgroeien in Rotterdam.

    Antwoord
  5. Arie Romein

    Nieuw Crooswijk, Tweebosbuurt, een megalomaan plan voor de herinrichting van Hofplein e.o… Dit is het volgende voorbeeld van beslissen over de hoofden van bewoners. Des te kwalijker als het om kinderen gaat! In plaats van het afschuwelijke technocratische jargon wat wordt gebezigd is het interessanter wat hier niet wordt gezegd. Welke belangen zitten hier achter? Bezuinigen kan het niet zijn: Duimdrop lijkt me nauwelijks een kostenpost. Heeft een private partij misschien het oog laten vallen op bepaalde pleinen? Denkt de gemeente hiermee beter te scoren in de stedelijke concurrentie. Of is het gewoon arrogantie. Zou me niks verbazen…

    Antwoord
  6. Klaas Mulder

    Ik deel de ergernis, maar wat dit met marktwerking te maken zou hebben snap ik niet. Eerder een voorbeeld van een veel te dominante overheid

    Antwoord
    • Reinout Kleinhans

      Volgens mij omdat het alternatief van de wethouder, “wijkprogrammering”, geformuleerd wordt in de terminologie van een economische kosten-baten analyse. En ja, als je met zo’n bril naar Duimdrop kijkt, wordt het lastig om de “effectiviteit” aan te tonen.

      Maar ik ben het ook met je eens, Klaas, dat de overheid hier veel te dominant is. “Oubolligheid” is wat mij betreft misplaatste arrogantie.

      Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.