Een nieuwe omgang met landschap in de Zuidvleugel

Natuur en stad in de Zuidvleugel (foto: Gerben Helleman)

In de Zuidvleugel ligt tussen de stedelijke kernen een open gebied met veel potentie. Door de continue ruimteclaims vanuit de steden is het open landschap van de Zuidvleugel stukje voor stukje afgeknabbeld. Dit komt omdat het landschap lange tijd als contramal van de steden is gezien. Het landschap van de Zuidvleugel kan echter een veel grotere waarde hebben als het als een netwerk wordt beschouwd. Het landschap heeft namelijk de potentie om een unieke en onmisbare bron voor de identiteit van de Zuidvleugel te worden.

Het afgelopen jaar werkte het ontwerp- en onderzoekslaboratorium Atelier Zuidvleugel aan het project Tussenruimte?,… waarin het landschap van de Zuidvleugel centraal staat. De studie is een voorzet om gezamenlijk een fundament te leggen voor de ontwikkeling van dat landschap en om verbindingen te maken tussen losse elementen, zowel ruimtelijk als wat betreft de samenwerking tussen partijen. De open ruimte kan daarmee een volwaardig en vanzelfsprekend onderdeel van de metropolitane ruimte van de Zuidvleugel zijn, in plaats van de tussenruimte buiten de bebouwde kom die het steeds meer aan het worden is. Een landschap dat voor haar gebruikers zichtbaar, toegankelijk, toe-eigenbaar, robuust, veilig en productief is en daarmee de kwaliteit van leven in de Zuidvleugel veilig kan stellen. Het landschap kan niet alleen drager van een ruimtelijk-economische strategie worden, maar is als unieke, gedifferentieerde en dynamische delta ook een onmisbare bron van identiteit voor het zuidelijke deel van de Randstad. Dit artikel baseert zich op de ervaringen van het onderzoek van het Atelier en op gesprekken met acht mensen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het landschap van de Zuidvleugel. Zij geven inzicht in de problematiek en brengen een aantal punten naar voren die cruciaal zijn voor de discussie rond, en de planning van de metropolitane groengebieden van de Zuidvleugel. Het onderzoek richtte zich op de Zuidvleugel, maar dit is natuurlijk geen geografisch vast omsloten regio. Dit bewijst alleen al de Nota Ruimte, waarin de Zuidvleugel wordt opgevat als onderdeel van de Randstad en de grotere verstedelijkte zone van Noordwest Europa. Het Atelier richtte zich op allerlei facetten van het landschap van de Zuidvleugel, zoals veelzijdigheid, water, landbouw, gebruik en ruimtelijke claims. In dit artikel ligt de nadruk op schaal, identiteit en strategie. Deze facetten kunnen dienen als een raamwerk voor het landschap van de Zuidvleugel.

Recreatiegebied in Vlaardingen (foto: Gerben Helleman)

Schalen van ruimtelijk ontwerp

Om het landschap van de Zuidvleugel een volwaardige functie in het stedelijk veld te geven, is een nieuwe omgang met ruimtelijke schaal in het gebied wenselijk. De Zuidvleugel is een sterk samenhangend gebied, zowel ruimtelijk als functioneel. Steeds meer mensen gebruiken de hele Zuidvleugel als hun dagelijkse leefwereld. Daardoor komt binnen het gebied allerlei interactie voor. De onderlinge samenhang, zowel ruimtelijk als functioneel, vereist ook het leren ontwerpen op verschillende schaalniveaus tegelijk en het beantwoorden van vele ruimtelijke kwesties en claims op de schaal waarop ze voorkomen. Dit vraagt om een ruimtelijke strategie die verder kijkt dan lokale grenzen. Gemeentelijke overheden richten zich echter vooral op hun eigen gemeente. Voor hen is het moeilijk om belangen te verdedigen die de gemeentegrenzen overschrijden, zoals het landschap van de Zuidvleugel, terwijl die op de lange termijn natuurlijk ook de betreffende gemeente aangaan. Ook de provincie heeft als mediator op het grotere schaalniveau nog onvoldoende grip op welke opgaven haar directe taak zijn en waar juist coördinatie gewenst is. Er zou een manier gevonden kunnen worden om tegelijk te ontwerpen op verschillende schaalniveaus. Het tegelijkertijd ontwerpen op verschillende schaalniveaus roept echter afstemmings- en procesgerichte vragen op. In plaats van te blijven steken bij die vragen zou men zich moeten richtten op de uitwisseling tussen plannen op verschillende schaalniveaus om samenhang te bewerkstelligen.

Een netwerk is een adequaat ruimtelijk concept om verschillende schaalniveaus tegelijk te zien en hun onderlinge samenhang te benadrukken. Open groene gebieden kunnen daarmee opgevat worden als een samenhangend en verbonden deel van de Zuidvleugel en niet als een groene contramal van de bebouwing. In een klassieke benadering wordt een stad of dorp opgevat als bebouwing met daaromheen een groene buffer die de groei belemmert. Het gebied tussen de bebouwing wordt uit het oog verloren. Een duidelijk signaal hiervoor is terug te vinden in een recent onderzoek van de Stichting Recreatie (2006). Hierin is gekwantificeerd wat het tekort aan recreatieve ruimte in de provincie Zuid-Holland is, namelijk 39.000 hectare, een gebied ten grote van een kwart van de open ruimte in de Zuidvleugel. Door uit te gaan van een netwerk kan gewerkt worden op verschillende schaalniveaus. In de hoogste schaal liggen de (inter)nationale, ecologische netwerken. Deze schaal garandeert bescherming van belangrijke groengebieden. De metropolitane schaal van de Randstad wordt bepaald door het deltalandschap. Op dit niveau kan één ruimtelijke agenda worden gevormd. Het schaalniveau eronder bestaat uit grote landschappelijke eenheden, die als gezamenlijke verantwoordelijkheid van verschillende gemeenten tot veelzijdige regionale parken kunnen worden omgevormd. De meest vertakte schaal ligt op het lokale niveau, waar verbindingen met het stedelijk gebied worden gelegd en herkenbare elementen als projecten kunnen worden uitgevoerd. Het gaat niet alleen om het kiezen van de juiste schaal voor de juiste opgave, maar ook om coördinatie en uitwisseling tussen de schaalniveaus. De netwerkopbouw kan richting geven en inspireren tot samenwerking en goede ideeën. Het gaat om de samenhang tussen alle plannen. Dat geeft het landschap van de Zuidvleugel uiteindelijk meerwaarde. Zo zou de schaal van de ingreep wel eens veel kleiner kunnen zijn dan die van het ruimtelijke effect.

Meer dan identiteitsdrager

Een nieuwe omgang met het landschap van de Zuidvleugel zou ook betrekking moeten hebben op de rol die het landschap in de hoofden van de bewoners van de Zuidvleugel speelt. Dit werkt twee kanten op. Enerzijds zouden de inwoners van de Zuidvleugel uit het landschap wellicht een gezamenlijke identiteit kunnen halen. Anderzijds kan de collectieve identificatie met dit landschap er ook voor zorgen dat inwoners zich meer betrokken gaan voelen bij het regionale schaalniveau. Het deltalandschap van de Zuidvleugel is een landschap dat van oudsher een collectieve betekenis heeft, omdat het landschap collectief tot stand is gekomen. De identiteit en herkenbaarheid van het landschap hangen samen met een manier van leven en werken. Het ingerichte deltalandschap belichaamt een collectieve identiteit die zowel het watersysteem en de polders betreft als de relatie tussen het landschap en de steden. In de Zuidvleugel is deze belichaming echter aan het verdwijnen. Het wordt steeds moeilijker om zich te identificeren met het grotere geheel, omdat kennis en zichtbaarheid over de ontstaansgeschiedenis en de samenhang van het landschap ontbreekt. Een zeker regionaal thuisgevoel is nodig om zich betrokken te voelen bij de regionale schaal, die in het dagelijks leven steeds meer betekenis krijgt. Zonder collectieve betrokkenheid, zal het landschap niet collectief worden opgevat en aangepakt. De huidige middelen van landinrichting zijn wellicht efficiënt maar ontoereikend om de ontwikkeling van het landschap als collectieve opgave te sturen.

Om een collectieve identiteit gebaseerd op het landschap te creëren is het nodig om aan te sluiten bij processen van identiteitsvorming die van oudsher al spelen. Door de mens gemaakte polders, afwateringssloten en dijken typeren grote delen van het landschap van de Zuidvleugel. Onze manier van leven heeft het landschap door de eeuwen heen reliëf gegeven. De kwaliteiten en veranderingen worden weliswaar vooral passief beschouwd, maar ondertussen wordt het landschap ook actief gebruikt. Perceptie, gebruik en productie van het landschap komen gelijktijdig voor. Het hedendaagse gebruik voegt zich in de talloze, gesedimenteerde lagen van ontstaan, gebruik, verwoesting, veronachtzaming en herontdekking. In deze gelaagdheid schuilt de diversiteit van het cultuurlandschap en inspiratie voor toekomstig gebruik. Inzicht in het landschap heeft niet alleen te maken met wat op dit moment waarneembaar is, maar ook met de processen die daaraan vooraf gingen. Een bepaald landschappelijk element kan een logisch deel zijn geweest van een geheel, terwijl die logica er nu, door het ontbreken van de vroegere samenhang, niet meteen aan is af te lezen. Inzicht hierin is onontbeerlijk in toekomstige ontwikkelingen. Een dynamisch proces weerspiegelt de complexiteit en gelaagdheid van een landschap en maakt duidelijk dat de identiteit van een landschap onderhevig is aan transformatie en dynamiek. De dynamiek ervan overstijgt het niveau van city-branding, waarbij alleen de bevroren identiteit van een locatie er toe doet.

Natuur loopt over in stedelijk gebied (foto: Gerben Helleman)

Een levend landschap

Om het landschap van de Zuidvleugel stevig op de kaart te krijgen is een strategische planningsaanpak nodig die richting geeft en inspireert tot samenwerking en goede ideeën. Deze aanpak overstijgt het niveau van de blauwdruk, het gaat om een gedeelde opvatting over een urgente opgave. Het moet een visie zijn op hoe de dynamiek van het landschap en haar bouwstenen benut kunnen worden om in de Zuidvleugel aan een levend, samenhangend landschap te werken.

Al decennia lang wordt er veel gedaan voor de ontwikkeling van de open groene gebieden. Het Investeringsbudget Landelijk Gebied is daar een goed voorbeeld van. Steeds sterker blijkt dat hernieuwde aandacht nodig is om investeringsprogramma’s af te stemmen op nieuwe inzichten en maatschappelijke vragen. Bij een strategie voor een sterkere samenhang moeten naast de ruimtelijke opgaven ook de samenwerking en betrokkenheid van ‘alle eigenaren’ van het landschap gestalte krijgen. Het landschap heeft baat bij ambitieuze, betrokken particulieren, eigenaren, instanties en overheden, die als gelijkwaardige partners worden gezien. Coalities kunnen worden gevormd met het oog op de doelstelling en niet vanuit de historisch gegroeide kaders. Door dergelijke samenwerkingen kunnen nieuwe verantwoordelijkheden ontstaan, die kunnen leiden tot een andere manier van omgaan met groene open gebieden in de stedelijke context. Niet langer als platteland of buitengebied, ook niet als tussenruimte maar als een samenhangend netwerk en een natuurlijk onderdeel in de stedelijke situatie. Een strategie als deze is bedoeld voor de lange termijn. Het verloop is per definitie onzeker. Daarom mag het proces geen keurslijf zijn. Een strategie die gericht is op ontwikkelingsmogelijkheden in plaats van op het oplossen van problemen lijkt daarom geschikt. De ontwikkelingsmogelijkheden zullen in de loop van de tijd veranderen, afhankelijk van andere ontwikkelingen. In de strategie kunnen lange termijn planning en korte termijn keuzen samenkomen. Dit resulteert niet in visionaire plannen, maar in een veelzijdige, adaptieve en pro-actieve aanpak. Een aanpak die zich concentreert op de belangrijke zaken die nu spelen, terwijl het tegelijkertijd het debat over de verre toekomst levendig en geëngageerd houdt. Een strategie voor het landschap van de Zuidvleugel moet zich op verschillende schaalniveaus tegelijk richten. Projecten op het lokale niveau maken de strategie concreet. Zij functioneren als katalysator in de discussie tussen partijen en over de rol van de strategie. Op de verschillende schaalniveaus beïnvloeden de projecten elkaar, genereren impulsen en geven elkaar bestaansrecht. Betrokkenheid op het microniveau kan besluiten ontketenen op het macroniveau. Het landschap maakt de samenhang tussen de projecten en schaalniveaus tastbaar. Uit de schaal van het landschap blijkt welke samenwerking gewenst is en welke partijen erbij betrokken worden. Verschillende landschappen stellen verschillende eisen. Maar de projecten resulteren in één coherent geheel door een nauwkeurige afstemming tussen alle schaalniveaus en een onlosmakelijk verband met de strategie.

Andere perceptie, andere omgang

In de komende jaren komt in de provincie Zuid-Holland ongeveer één miljard euro beschikbaar voor initiatieven in de groene ruimte, zoals het door ontwikkelen van de kustzone, het ontwikkelen van parken en het behoud van de groene ruimte. Dat budget wordt nu direct aan projecten gekoppeld. Het zou veel relevanter zijn als dat budget gedragen zou worden door een gemeenschappelijk concept dat wordt beheerd door een brede associatie van partijen. Op die manier kunnen er gerichte, lokale investeringen plaatsvinden die bijdragen aan de regionale totaalopgave. Uitgangspunt daarbij zou moeten zijn dat groene open gebieden in de Zuidvleugel hun primaire waarde hebben en behouden door de specifieke kwaliteit die ze hebben voor het stedelijk gebied.

De perceptieverandering die voortkomt uit de onderkenning van samenhang in het stedelijk gebied biedt mogelijkheden om ook de groene open ruimte te zien als een netwerk in plaats van een concept van buffers. De bestaande onderliggende structuren kunnen worden versterkt. Ze kunnen worden ingezet voor een verbetering van de samenhang van landschappen onderling en de toegankelijkheid van deze gebieden, van achtertuin tot landschap. Daarbij kan ook dankbaar gebruik worden gemaakt van de diversiteit aan landschappen die in de delta voorkomen.

Hierboven zijn drie punten uitgewerkt waarop een nieuwe benadering van het landschap van de Zuidvleugel zou moeten inhaken. Het zal niet eenvoudig zijn om het landschap als netwerk en in samenhang met het bebouwde gebied te benaderen. Evenmin zal het meteen duidelijk zijn hoe het landschap een grotere rol kan spelen in de identiteit van de bewoners van de Zuidvleugel. Ook het gezamenlijk creëren van een visie op de ontwikkeling van het landschap is geen vanzelfsprekendheid. Toch lijkt een strategische aanpak waarin aandacht is voor deze punten onontbeerlijk om van het landschap van de Zuidvleugel meer te maken dan een tussenruimte die wacht om door de stedelijkheid te worden opgeslokt.

Dit artikel verscheen in Rooilijn, 2007, Jaargang 40, Nummer 6, pp. 404-409

Author profile
Nadia is founding partner van 1010au en universitair docent op de faculteit Architectuur van de Universiteit van Brussel

Nadia Casabella holds master’s degrees of science and engineering in architecture (1997) from the UPC Barcelona and in spatial and regional planning (2005) from the London School of Economics.

She is founding partner of 1010 architecture urbanism Ltd., adjunct professor at ULB Faculty of Architecture La Cambre-Horta, and research fellow at the Laboratory of Urbanism, Infrastructures and Ecology - LoUIsE. Her interest in infrastructural and ecological linkages and their socio-technical embededness has resulted in spatial planning schemes like “The shared valley” (T.OP NOORDRAND) and “The Coastal Line” (OSTEND GSRP). She has as well actively partaken in many international research by design collaborations like the masterclasses RE:WORK (2013), END OF LINE (2014), and UP-CYLE (2015), the Atelier Brussels Productive Metropolis (curated by AWB for the IABR 2016), the lectures' series “Designing with Flows” (ULB, 2015), or the Erasmus+ strategic partnership “Metropolitan e-studio” (2015-17).

Author profile
Paul Gerretsen is agent van de Verenging Deltametropool

Paul Gerretsen is hoofdontwerper op het gebied van ruimtelijke ordening, stedenbouw en architectuur. Hij heeft gestudeerd aan de gerenommeerde universiteiten TU Delft en de ETH Zürich. Hij studeerde af met een eervolle vermelding in 1999 aan de TU Delft als Master of Science, Architecture. Na zijn opleiding werkt hij voor de Nederlandse Rijksplanologische Dienst, waar hij betrokken is geweest bij studies voor de ontwikkeling van een strategische ruimtelijke ordening voor Nederland. Vanaf 2003 heeft Paul Gerretsen gewerkt bij Maxwan A+U voor zowel stedelijke en regionale ontwerpen en studies.

Hij was projectleider van het prestigieuze Barking Riverside Master Plan, een nieuw stadsdeel voor 25.000 mensen in de London Thames Gateway (Oost-Londen) en hij werkte aan het regionale project ‘Deltametropool’, een studie over de toekomst van de Randstad.

Tussen 2005 en 2008 was Paul Gerretsen ateliermeester van Atelier Zuidvleugel, een onderzoekatelier van de publieke partijen in de Zuidvleugel van de Randstad, geïnitieerd door de Provincie Zuid-Holland. In deze functie was hij verantwoordelijk voor projecten en publicaties over de ontwikkeling van bereikbaarheid, stedelijkheid en landschap in de netwerkstad die de zuidelijke Randstad aan het worden is.

Sinds 2001 doceert hij op tal van scholen en universiteiten waaronder de Technische Universiteit Delft, de Technische Universität München en de Academies van Bouwkunst in Arnhem, Amsterdam en Rotterdam.

Sinds 2008 is hij agent van de Vereniging Deltametropool, het platform en laboratorium dat zich richt op de metropolitane ontwikkeling van Nederland. In zijn functie geeft Paul Gerretsen richting aan de koers van de vereniging, leiding aan het uitvoerende agentschap en is hij een veel gevraagde opinion leader en moderator op het terrein van de grootschalige stedelijke en ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast wordt hij ook regelmatig door buitenlandse overheden en instellingen als adviseur geraadpleegd.

Author profile
Helmut is senior stedenbouwkundige bij de Provincie Zuid-Holland

Helmut Thoele (1973) is urban and regional planner and studied urban planning and architecture in Germany and Russia. His working experience contains design and research projects within architectural and advisory offices as well as strategic planning within public and governmental context. Since 2008 he works as a senior policy advisor at the Province of South–Holland. Main field of his work is the development of spatial policies. Within that field he is working on the implementation of spatial strategies, research and 'design by research' into the planning instruments of South-Holland. Currently he is setting up and implementing a programme to involve knowledge institutions and a broader range of stakeholders into the spatial agenda of the structural spatial plan of the province. He is participating in the debate about future development of areas and the role of urban planners by publications and articles and has lectured and tutored at several universities and academies. Special interest is in spatial-economy, landscape strategies for metropolitan areas and in further development of 'design by research'.

Literatuur

Stichting Recreatie (2006) Tekorten aan recreatieruimte in de Zuidvleugel. Input voor programma’s voor kustuitbreiding van de Delflandse kust, Den Haag.

Author profile
Nadia is founding partner van 1010au en universitair docent op de faculteit Architectuur van de Universiteit van Brussel

Nadia Casabella holds master’s degrees of science and engineering in architecture (1997) from the UPC Barcelona and in spatial and regional planning (2005) from the London School of Economics.

She is founding partner of 1010 architecture urbanism Ltd., adjunct professor at ULB Faculty of Architecture La Cambre-Horta, and research fellow at the Laboratory of Urbanism, Infrastructures and Ecology - LoUIsE. Her interest in infrastructural and ecological linkages and their socio-technical embededness has resulted in spatial planning schemes like “The shared valley” (T.OP NOORDRAND) and “The Coastal Line” (OSTEND GSRP). She has as well actively partaken in many international research by design collaborations like the masterclasses RE:WORK (2013), END OF LINE (2014), and UP-CYLE (2015), the Atelier Brussels Productive Metropolis (curated by AWB for the IABR 2016), the lectures' series “Designing with Flows” (ULB, 2015), or the Erasmus+ strategic partnership “Metropolitan e-studio” (2015-17).

Author profile
Paul Gerretsen is agent van de Verenging Deltametropool

Paul Gerretsen is hoofdontwerper op het gebied van ruimtelijke ordening, stedenbouw en architectuur. Hij heeft gestudeerd aan de gerenommeerde universiteiten TU Delft en de ETH Zürich. Hij studeerde af met een eervolle vermelding in 1999 aan de TU Delft als Master of Science, Architecture. Na zijn opleiding werkt hij voor de Nederlandse Rijksplanologische Dienst, waar hij betrokken is geweest bij studies voor de ontwikkeling van een strategische ruimtelijke ordening voor Nederland. Vanaf 2003 heeft Paul Gerretsen gewerkt bij Maxwan A+U voor zowel stedelijke en regionale ontwerpen en studies.

Hij was projectleider van het prestigieuze Barking Riverside Master Plan, een nieuw stadsdeel voor 25.000 mensen in de London Thames Gateway (Oost-Londen) en hij werkte aan het regionale project ‘Deltametropool’, een studie over de toekomst van de Randstad.

Tussen 2005 en 2008 was Paul Gerretsen ateliermeester van Atelier Zuidvleugel, een onderzoekatelier van de publieke partijen in de Zuidvleugel van de Randstad, geïnitieerd door de Provincie Zuid-Holland. In deze functie was hij verantwoordelijk voor projecten en publicaties over de ontwikkeling van bereikbaarheid, stedelijkheid en landschap in de netwerkstad die de zuidelijke Randstad aan het worden is.

Sinds 2001 doceert hij op tal van scholen en universiteiten waaronder de Technische Universiteit Delft, de Technische Universität München en de Academies van Bouwkunst in Arnhem, Amsterdam en Rotterdam.

Sinds 2008 is hij agent van de Vereniging Deltametropool, het platform en laboratorium dat zich richt op de metropolitane ontwikkeling van Nederland. In zijn functie geeft Paul Gerretsen richting aan de koers van de vereniging, leiding aan het uitvoerende agentschap en is hij een veel gevraagde opinion leader en moderator op het terrein van de grootschalige stedelijke en ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast wordt hij ook regelmatig door buitenlandse overheden en instellingen als adviseur geraadpleegd.

Author profile
Helmut is senior stedenbouwkundige bij de Provincie Zuid-Holland

Helmut Thoele (1973) is urban and regional planner and studied urban planning and architecture in Germany and Russia. His working experience contains design and research projects within architectural and advisory offices as well as strategic planning within public and governmental context. Since 2008 he works as a senior policy advisor at the Province of South–Holland. Main field of his work is the development of spatial policies. Within that field he is working on the implementation of spatial strategies, research and 'design by research' into the planning instruments of South-Holland. Currently he is setting up and implementing a programme to involve knowledge institutions and a broader range of stakeholders into the spatial agenda of the structural spatial plan of the province. He is participating in the debate about future development of areas and the role of urban planners by publications and articles and has lectured and tutored at several universities and academies. Special interest is in spatial-economy, landscape strategies for metropolitan areas and in further development of 'design by research'.

Whatsapp

Reageer op dit artikel

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.